Erfopvolging bij versterf, dit betekent het

Als je een testament laat maken door de notaris, dan kan in het concept het begrip “erfopvolging bij versterf” staan. Dit is een verwijzing naar het wettelijke erfrecht. In dit blog leg ik uit waarom dit begrip in je testament staat en wat het betekent.

Wat betekent erfopvolging bij versterf?

Je vindt het Nederlandse erfrecht in Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Het eerste artikel van het erfrecht bepaalt dat de erfopvolging plaats heeft bij versterf of krachtens uiterste wilsbeschikking.

In artikel 4:182 BW staat dat “erfopvolging” inhoudt dat de bezittingen en schulden van de erflater (de overleden persoon) overgaan op diens erfgenamen.

Wie de erfgenamen zijn, dat wordt bepaald door het testament van de overledene of door de wet (als er geen testament is). Dit is wat er bedoeld wordt met de woorden “bij versterf” (de wet) of “krachtens uiterste wilsbeschikking” (testament).

Waarom staat het begrip erfopvolging bij versterf in het testament?

Testamenten verwijzen regelmatig naar het wettelijke erfrecht. Dit is normaal gezien het geval als iemand in een bepaald scenario wil terugvallen op het wettelijke erfrecht.

Denk bijvoorbeeld aan het geval dat iemand vier broers heeft waarvan hij er één tot erfgenaam benoemt. Stel dat de betreffende broer eerder zou overlijden. Voor dat geval zou de testateur bijvoorbeeld een andere broer tot reserve erfgenaam kunnen benoemen. Een andere optie is om terug te vallen op het wettelijke erfrecht. Hiermee voorkom je dat er over allerlei scenario’s moet worden nagedacht. Zoals bijvoorbeeld het scenario dat er nog een tweede broer eerder overlijdt met achterlating van kinderen.

Een verwijzing naar het wettelijke erfrecht is in dat geval veel gemakkelijker dan het opstellen van afzonderlijke clausules voor iedere denkbare situatie.

Het begrip “erfopvolging bij versterf” kan ook gebruikt worden bij een reserve erfstelling voor kinderloze stellen. Partner A benoemt in dat geval partner B tot erfgenaam. Voor het geval dat partner B als laatste overlijdt, worden in het testament van partner B beide families (familie A en familie B) ieder voor de helft tot reserve erfgenamen benoemd. In het testament van partner B kan in dat geval bijvoorbeeld staan dat de helft van de erfenis toekomt aan “de bloedverwanten van partner A die zijn of haar erfgenamen zouden zijn geweest op grond van de erfopvolging bij versterf”. Bovenstaande verwijzing is een stuk eenvoudiger dan het overnemen van alle wettelijke bepalingen in het testament.

Waar vind ik de regels voor de erfopvolging bij versterf?

Je vindt de wettelijke erfopvolging in de artikelen 4:9, 4:10, 4:11 en 4:12 van het Burgerlijk Wetboek.

erfopvolging bij versterf betekenis

Wat is de volgorde van erfgenamen op grond van de wet?

Er zijn vier groepen van erfgenamen. Je kijkt pas in de volgende groep als er geen enkele erfgenaam opkomt in een eerdere groep.

De vier groepen staan in artikel 4:10 lid 1 BW. Het is belangrijk om hierbij de regels van plaatsvervulling correct toe te passen. Deze vind je in artikel 4:10 lid 2 BW en artikel 4:12 BW:

De wet roept tot een nalatenschap als erfgenamen uit eigen hoofde achtereenvolgens:

a. de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot van de erflater tezamen met diens kinderen;

b. de ouders van de erflater tezamen met diens broers en zusters;

c.  de grootouders van de erflater;

d. de overgrootouders van de erflater.

Groep 1

Op grond van de wet bestaat de eerste groep van erfgenamen uit de langstlevende echtgenoot en de kinderen van de overledene. Onder het begrip echtgenoot valt ook een geregistreerde partner. Met dit laatste wordt een officieel geregistreerd partnerschap bij de gemeente bedoeld, en niet een fiscaal partnerschap of een samenlevingscontract. Kleinkinderen kunnen ook erfgenaam zijn in de eerste groep, bijvoorbeeld als ze de plaats vervullen van een overleden kind.

Groep 2

Overlijdt iemand zonder afstammelingen en zonder langstlevende echtgenoot of geregistreerd partner? Dan zijn op grond van de wet de ouders, broers en zusters erfgenaam. Halfbroers en halfzusters zijn ook erfgenaam (voor een half erfdeel). Het erfdeel van een ouder is (als er geen testament is) minimaal een kwart. Is een broer of zus eerder overleden? Dan wordt zijn of haar plaats vervuld door de betreffende neven en nichten.

Let op: er is geen plaatsvervulling voor het erfdeel van een eerder overleden ouder.

Groep 3

Overlijdt iemand zonder testament, zonder afstammelingen, zonder echtgenoot of geregistreerd partner en zonder ouders, broers, zusters of plaatsvervullers? Dan komen we bij de derde groep van erfgenamen. Dit zijn de grootouders van de erflater. Normaal gezien zijn die ook al overleden en gaat het dus om de plaatsvervullers van de grootouders. Dit zijn de ooms en tantes van de overledene (de broers en zussen van beide ouders) of hun plaatsvervullers.

Groep 4

Komt er ook in de derde groep geen enkele erfgenaam op? Dan gaan we nog één niveau verder terug in de stamboom op zoek naar de (plaatsvervullers van de) overgrootouders. Op deze manier kan het gebeuren dat een grote groep van verre familieleden erfgenaam is.

De wet bepaalt daarom dat we bij het zoeken naar erfgenaam maximaal 6 lijntjes tekenen in de stamboom. Bijvoorbeeld 2 omhoog en 4 omlaag. Dit noemen we “graden”. Een bloedverwant in de 7e graad kan geen erfgenaam zijn op grond van de wet, maar uiteraard wel op grond van een erfstelling in een testament.

Heeft iemand geen testament en geen enkele bloedverwant in de eerste tot en met de zesde graad? Dan komt de betreffende erfenis toe aan de Staat. Het gebeurt regelmatig dat iemand (vermoedelijk) wel wettelijke erfgenamen heeft binnen de zesde graad, maar dat het niet bekend is wie dit zijn. In dat geval kan de erfenis door de Staat in beheer worden genomen.

Meer lezen?

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven