Wat staat er in een samenlevingscontract over spaargeld?

De belangrijkste onderwerpen in ieder samenlevingscontract gaan over geld en spullen. Het samenlevingscontract geeft vooral een antwoord op de vraag wat van wie is. Zo kun je bijvoorbeeld een lijst met privé spullen maken of afspraken maken over zogenoemde “vergoedingsrechten”. In dit blog ontdek je wat je in een samenlevingscontract kunt afspreken over spaargeld

samenlevingscontract spaargeld

Wat is een bankrekening juridisch gezien?

Een bankrekening kun je het beste zien als een vorderingsrecht op de bank. Het saldo op jouw rekening is in feite een geldlening van jou aan de bank. Je bent juridisch gezien geen “eigenaar” van een bankrekening. Het begrip eigendom ziet namelijk op tastbare zaken zoals een fiets of een auto. Je zou kunnen zeggen dat je “rechthebbende” bent van een bankrekening. In de praktijk wordt de rechthebbende van een bankrekening ook wel de “rekeninghouder” genoemd.

Een rekening kan meerdere “rekeninghouders” hebben. Stellen hebben vaak één of meer gezamenlijke bankrekeningen. Deze worden ook wel en/of-rekeningen genoemd. Meerdere personen hebben in dat geval toegang tot de bankrekening. Het is van belang om je te realiseren dat er bij een dergelijke rekening meerdere “rechtsverhoudingen” bestaan tussen verschillende partijen.

De eerste rechtsverhouding is die tussen de bank en de rekeninghouder(s). Deze wordt beheerst door de voorwaarden van de bank. Je bent akkoord gegaan met de voorwaarden toen je de rekening opende of de tenaamstelling wijzigde. De tweede rechtsverhouding is die tussen de beide rekeninghouders onderling. Op grond van de voorwaarden van de bank heeft iedere rekeninghouder toegang tot het geld op de rekening. Maar dat betekent niet dat iedere rekeninghouder automatisch recht heeft op de helft van het saldo. Dat is iets wat bepaald wordt door hun onderlinge rechtsverhouding. Hierover kun je afspraken maken in een samenlevingscontract.

Hoe zit het met spaargeld als je gaat trouwen?

Sinds de invoering van het nieuwe huwelijksgoederenrecht in 2018 ontstaat er bij het aangaan van een huwelijk automatisch een “beperkte” gemeenschap van goederen. Zoals de naam al doet vermoeden is deze kleiner dan de “algehele” gemeenschap van goederen die ontstond onder het oude huwelijksgoederenrecht.

Je kunt de beperkte gemeenschap van goederen het beste zien als een soort streep in het zand. Het privé vermogen dat je had vóór het huwelijk blijft privé tijdens het huwelijk. Het vermogen dat zich tijdens het huwelijk vormt is gemeenschappelijk. Dat klinkt in de basis heel simpel, maar er zijn meerdere uitzonderingen die het toch ingewikkeld maken.

  • Stel dat je tijdens het huwelijk een auto koopt van privé spaargeld dat je al had vóór het huwelijk. In dat geval is de auto privé vermogen, ook al is deze tijdens het huwelijk gekocht.
  • Erfenissen en schenkingen die je tijdens het huwelijk krijgt blijven ook privé. Stel bijvoorbeeld dat je een erfenis krijgt tijdens het huwelijk en dat je hiermee een extra aflossing doet op de gezamenlijke koopwoning. In dat geval ontstaat er een zogenoemd “vergoedingsrecht”. Dit houdt in dat tot jouw privé vermogen een geldvordering behoort die je kunt opeisen bij verkoop van de woning.
  • De tenaamstelling van de bankrekeningen is niet van belang. Stel dat je vóór het huwelijk een spaarrekening hebt op je eigen naam en dat hierop € 10.000 spaargeld staat. Tijdens het huwelijk spaar je uit je eigen inkomen nog eens € 15.000 waardoor het totale spaarsaldo € 25.000 bedraagt. Van het totale spaarsaldo is in dat geval € 10.000 privé en € 15.000 gemeenschappelijk. Bij een scheiding heeft je echtgenoot recht op € 7.500 (de helft van het gezamenlijke deel van het saldo).
  • Stel dat je vóór het huwelijk een onderneming hebt (bijvoorbeeld een B.V.) en dat je hierin winsten opspaart tijdens het huwelijk. De B.V. is privé vermogen gebleven maar de gemeenschap kan een vergoedingsrecht hebben ten aanzien van de opgespaarde winsten. Dit staat in artikel 1:95a van het Burgerlijk Wetboek. Deze regeling geldt automatisch voor gehuwden, maar niet voor samenwoners!

Zowel voor gehuwden als samenwoners kunnen de onderlinge rechten afwijken van de feitelijke tenaamstelling. Iets wat privé lijkt, kan juridisch gemeenschappelijk zijn en iets wat gemeenschappelijk lijkt, kan juridisch privé zijn.

Hoe zit het bij samenwoners?

Allereerst is het van belang om je te realiseren dat er geen wetboek is voor samenwoners. Dit heeft voordelen en nadelen. Een voordeel is dat je veel vrijheid hebt om eigen afspraken te maken. Een nadeel is dat je bij conflicten terugvalt op het algemene vermogensrecht. Anders dan voor gehuwden zijn er bijna geen specifieke regelingen in de wet voor samenwoners.

Veel samenwoners hebben gewoontes en veronderstellingen die geen juridische basis hebben. Vaak komt men daar pas achter op het moment dat er een conflict ontstaat. Een goed voorbeeld hiervan zijn uitspraken van rechters over vergoedingsrechten voor verbouwingen. Stel bijvoorbeeld dat één van beiden privé spaargeld investeert in een verbouwing van de gezamenlijke koopwoning. Als je hierover niets vastlegt heb je geen garantie dat je dit geld terug krijgt bij een relatiebreuk.

  • In deze rechtszaak kreeg een samenwoner zijn geïnvesteerde spaargeld niet terug.
  • In deze rechtszaak kreeg een samenwoner zijn geïnvesteerde spaargeld wel terug.

De inhoud van een standaard samenlevingscontract

Omdat er geen wetboek voor samenwoners is, heb je veel vrijheid om zelf te bepalen wat er in je samenlevingscontract staat. Toch lijken de meeste samenlevingscontracten veel op elkaar. Dit komt doordat notarissen werken met landelijke modellen waar ze bij voorkeur niet van afwijken. In het meest gebruikte model samenlevingscontract vind je de volgende drie afspraken:

samenlevingscontract ontbinden eigen spaargeld

Bovenstaande afspraken houden het volgende in:

  1. Het is gebruikelijk om af te spreken dat de kosten van de huishouding betaald worden naar rato van inkomen. Wie het meeste verdient moet dus ook het meeste betalen. Stel dat je in een bepaald jaar een groter deel hebt betaald dan je contractueel verplicht was. Dan mag je dit bedrag tot één jaar na het einde van het contract terugvragen van je partner. Je kunt in plaats hiervan ook een zogenoemd “vervalbeding” van bijvoorbeeld één kalenderjaar opnemen.
  2. Sommige uitgaven leiden tot een toename van je vermogen. Hierbij kun je denken aan een aflossing op de hypotheek of de aanschaf van een nieuwe keuken. Op grond van het samenlevingscontract ontstaat dan een “vergoedingsrecht”. De meeste samenwoners leggen hun vergoedingsrechten niet goed vast. Hierdoor kunnen er alsnog conflicten ontstaan bij een relatiebreuk.
  3. De derde afspraak houdt in dat beide partners recht hebben op de helft van het saldo op een gezamenlijke bankrekening. Deze clausule kun je eventueel aanvullen met de woorden “behoudens tegenbewijs”. Stel dat één van beiden € 100.000 erft en dit bedrag tijdelijk op de gezamenlijke spaarrekening zet. Op grond van de standaard tekst in het samenlevingscontract is het bedrag hierdoor gemeenschappelijk geworden. In de meeste gevallen zal dit denk ik niet de bedoeling zijn.

Het loont de moeite om kritisch te kijken naar de tekst van jullie samenlevingscontract voordat je een handtekening zet. Er bestaat geen perfecte, universele tekst die voor alle stellen werkt.

Het belangrijkste om in de gaten te houden zijn de vergoedingsrechten die kunnen ontstaan bij investeringen in gemeenschappelijk bezit (zoals aflossingen en verbouwingen). Hier leg ik uit hoe je dat zelf kunt vastleggen zonder kosten te maken bij de notaris.

Daarnaast is het verstandig dat beide partners altijd een eigen spaarrekening aanhouden waarop je bedragen kunt storten die privé zijn.

Meer lezen?

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven