Er staat nergens in de wet dat je geen schenkingen mag doen na een opname in een verzorgingshuis of verpleeghuis. De vraag is dan ook niet of het mag, maar of het voordelig is en hoe je het regelt. Je moet bijvoorbeeld nog wel wilsbekwaam zijn als schenker, of je moet een vertegenwoordiger hebben die het voor je kan regelen.
Wie is bevoegd om een handtekening te zetten?
Stel dat je zelf nog volledig wilsbekwaam bent en dus geestelijk in staat bent om te begrijpen wat een schenking is. In dat geval kun je zelfstandig beslissen om een schenking te doen. Ben je getrouwd? Dan heb je voor een (grote) schenking de toestemming nodig van je echtgenoot. Zonder deze toestemming is de schenking namelijk vernietigbaar.
Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat jij nog zelfstandig woont maar dat je echtgenoot of echtgenote dement is en om die reden is opgenomen in een verpleeghuis. Je hebt dan toestemming nodig van iemand die deze toestemming niet meer kan geven. Veel echtparen hebben uit voorzorg een volmacht aan elkaar verleend in een zogenoemd “levenstestament”. Deze volmacht omvat normaal gezien ook het doen van schenkingen en het geven van toestemming daarvoor. In dat geval kan één van beide echtgenoten zelfstandig een schenking doen.
Heeft de persoon in kwestie geen volmacht afgegeven? Dan is het mogelijk om een beschermingsbewind aan te vragen via de kantonrechter. Het bewind omvat het beheer over het vermogen, waaronder de bankzaken. De bewindvoerder kan met toestemming van de kantonrechter een schenking doen. De kans is groot dat je deze toestemming niet krijgt als bewindvoerder. Het bewind is namelijk ingesteld in het belang van de “rechthebbende”, en schenkingen zijn vooral in het belang van iemand anders.
Met alleen een bankvolmacht (gemaakt bij de bank) kun je geen schenkingen doen bij dementie. In de voorwaarden van de bank staat normaal gezien dat de volmacht eindigt zodra de volmachtgever niet meer wilsbekwaam is. De algemene volmacht in een notarieel levenstestament loopt wel door bij wilsonbekwaamheid. Dit geldt ook voor de bankzaken. Het is gebruikelijk om in een levenstestament vast te leggen welke schenkingen toegestaan zijn. Lees dus goed wat er in de akte staat voordat je als gevolmachtigde een schenking doet.
Overweeg een notaris in te schakelen voor advies
De meeste mensen gaan alleen naar de notaris als ze een notariële akte nodig hebben. Bijvoorbeeld een testament of een hypotheekakte. Maar je kunt de notaris ook inschakelen voor advies over schenkingen en schenkbelasting. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat je partner geestelijk achteruit gaat en dat jij wilt weten of het nog mogelijk is om een volmacht te regelen. Of de situatie dat je langstlevende ouder naar het verpleeghuis gaat en je om die reden het huis wilt verkopen. In deze gevallen is het heel normaal om naar de notaris te gaan voor advies.
Welke mogelijkheden zijn er voor een schenking?
Voor veel ouderen is de verkoop van het huis de reden dat ze een grote schenking willen doen aan de kinderen. Voor een langstlevende partner is het van belang om te kijken wat hierover in het testament van de overleden partner staat. Het is namelijk gebruikelijk dat de kinderen bij het overlijden van de eerste ouder een geldvordering erven. In het testament staat vaak dat deze geldvordering opeisbaar is als de langstlevende partner wordt opgenomen in het verpleeghuis. Het uitbetalen van een opeisbare geldvordering is geen schenking. In dat geval kun je de geldvordering uitbetalen zonder schenkbelasting.
Bij twijfel over de inhoud van het testament kun je een notaris vragen om advies. Denk er aan om ook te controleren of het testament een renteclausule bevat. Deze kan inhouden dat de geldvordering tussen het overlijden van de eerste ouder en de uitbetaling hoger is geworden omdat er een rente wordt bijgeteld. Renteclausules worden vaak verkeerd geïnterpreteerd. Bij twijfel is het verstandig om je ook hierover te laten adviseren.
Is er geen mogelijkheid voor een uitbetaling of heeft deze al plaatsgevonden? Dan kun je natuurlijk ook een gewone geldschenking doen. Veel mensen beperken zich daarbij tot de jaarlijkse vrijstelling voor de schenkbelasting. Bij grotere vermogens kan het zinvol zijn om meer te schenken. Dit is vooral slim als na het overlijden van de langstlevende een deel van de erfenis in de 20% schijf van de erfbelasting zou vallen. Een schenking in de 10% schijf van de schenkbelasting zou in dat geval een halvering van de belasting opleveren.
Zijn er geen liquide middelen beschikbaar voor een geldschenking aan de kinderen? Dan kun je ander vermogen overdragen, zoals bijvoorbeeld een (vakantie)woning. Ook kun je een zogenoemde “papieren schenking” overwegen. Dit is een bij de notaris vastgelegde schenking die je nog niet direct uitbetaalt. Hierdoor ontstaat er rentedragende schuld aan je kinderen die aftrekbaar is voor de inkomstenbelasting. Let op: voor een papieren schenking moet de schenker nog wilsbekwaam zijn en zelf een handtekening kunnen zetten. Als een gevolmachtigde dit regelt, dan is de schuld bij overlijden niet aftrekbaar voor de erfbelasting. In het ergste geval betalen de kinderen hierdoor over hetzelfde bedrag twee keer belasting (schenkbelasting en erfbelasting).
Schenken kort voor het overlijden werkt (fiscaal) niet
Omdat de schenkbelasting en de erfbelasting dezelfde tariefschijven hebben, kan het slim zijn om bij leven vermogen te schenken aan je kinderen in de laagste (10%) schijf van de schenkbelasting. Dit is een halvering ten opzichte van de hoogste schijf in de erfbelasting van 20%. Om te voorkomen dat deze “truc” vlak voor het overlijden wordt gebruikt, bestaat de zogenoemde “180 dagen regel”.
Alle schenkingen die iemand doet binnen 180 dagen voor zijn overlijden worden geacht krachtens erfrecht te zijn verkregen. Heeft iemand met veel vermogen een grote schenking gedaan met 10% schenkbelasting binnen 180 dagen voor het overlijden? Dan moet na het overlijden nog 10% extra erfbelasting worden betaald zodat het totaal uitkomt op 20%.

Veel ouderen zijn gewend om de jaarlijkse schenking te doen aan het einde van het kalenderjaar, bijvoorbeeld rond de feestdagen in december. Vanwege de 180 dagen regel is het verstandig om de jaarlijkse schenking zo vroeg mogelijk in het kalenderjaar te plannen, dus direct na de jaarwisseling. Dit is vooral belangrijk bij grotere schenkingen door vermogende ouderen.
Zit je goedkoper in het verpleeghuis als je schenkingen doet?
Allereerst is het van belang om te weten dat schenkingen gunstig zijn voor de inkomstenbelasting en erfbelasting. Neem bijvoorbeeld het geval dat jouw Box 3 vermogen hoger is dan de vrijstelling terwijl het vermogen van je kinderen lager is dan de vrijstelling. In deze situatie kun je inkomstenbelasting besparen door vermogen over te dragen aan je kinderen. Een ander voorbeeld is een schenking aan je kinderen waarmee ze een extra aflossing doen op de hypotheek. Waarschijnlijk is de spaarrente die jij ontvangt lager dan de hypotheekrente die je kinderen betalen. Ook zijn schenkingen bij leven gunstig voor de erfbelasting. Iedere euro die je bij leven weggeeft binnen de vrijstellingen, bespaart tot twintig cent erfbelasting.
Veel ouderen vragen zich af of de eigen bijdrage voor het verpleeghuis omlaag gaat als ze een schenking doen. Het antwoord hierop verschilt per geval. De eigen bijdrage bestaat al heel lang. Eind vorige eeuw hadden we de “Wet op de bejaardenoorden”. Op grond daarvan betaalde je een eigen bijdrage op basis van je vermogen, met inbegrip van alles wat je in de 5 voorafgaande jaren had weggegeven. Schenken mocht dus wel, maar het had geen directe gevolgen voor de eigen bijdrage.
De Wet op de bejaardenoorden werd vervangen door de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), waarbij eerst alleen sprake was van een eigen bijdrage op basis van inkomen. Met ingang van 2013 telde ook het Box 3 vermogen mee bij het berekenen van de eigen bijdrage. De AWBZ is vervangen door de Wet Langdurige Zorg (WLZ). Het vermogen telt nog steeds mee voor het berekenen van de eigen bijdrage. Boven het zogenoemde “toetsbedrag” wordt 4% van het Box 3 vermogen bijgeteld als inkomen. Hierbij kijkt de overheid naar het vermogen van 2 jaar geleden. Schenkingen werken dus pas na een aantal jaren door in de eigen bijdrage.
Het effect van een schenking verschilt enorm per geval. Neem bijvoorbeeld de situatie dat je als langstlevende wordt opgenomen in een verpleeghuis en je om die reden je huis te koop zet. Dan is het heel verstandig om de verkoop en een grote schenking binnen één kalenderjaar te regelen. Op die manier heeft het geschonken bedrag nooit deel uitgemaakt van het toets-vermogen op 1 januari.
Heb je een laag inkomen maar een hoog vermogen? Dan hebben schenkingen een groter effect op de eigen bijdrage dan wanneer je een hoog inkomen hebt en weinig vermogen.
Zorg er voor dat je een levenstestament hebt en eventueel een schenkingsplan
Wat je situatie ook is, het is altijd slim om een levenstestament te hebben. Dat is een notariële akte waarin je uit voorzorg een volledige volmacht geeft aan je vertrouwenspersoon. In het levenstestament kun je ook vastleggen welke schenkingen er mogen worden gedaan. Je kunt bijvoorbeeld bepalen dat de gevolmachtigde je huis mag verkopen als je definitief in het verpleeghuis zit en dat er vervolgens een grote schenking aan de kinderen mag worden gedaan.
Het vastleggen van je wensen bij de notaris zorgt er voor dat iedereen meewerkt op het moment dat het nodig is. Denk bijvoorbeeld aan de makelaar die het huis te koop moet zetten en de bank die toegang moet geven tot je bankrekening. Daarvoor is een levenstestament altijd de beste optie.
