Zo werkt de erfenis na het overlijden van beide ouders

Veel kinderen vragen zich na het overlijden van beide ouders af hoe het zit met de erfenis. Voor notarissen is het allemaal gesneden koek. Maar voor een leek kan het erfrecht best ingewikkeld zijn. Hierna volgt een algemene toelichting op het erfrecht voor een echtpaar met kinderen. Ook ga ik in op een paar bijzondere situaties. Bijvoorbeeld het geval dat er stiefkinderen zijn of dat de ouders een bijzonder testament hebben gemaakt.

Twee personen, twee erfenissen

Allereerst is het belangrijk om te weten dat twee ouders altijd twee erfenissen hebben. Het maakt niet uit of je ouders getrouwd waren, geregistreerd waren als partner of ongehuwd samenwoonden. Ook maakt het niet uit of er sprake was van een gemeenschap van goederen. In alle gevallen gaat het om twee erfenissen die op een verschillende manier vererven.

De burgerlijke staat van je ouders heeft trouwens wel gevolgen voor het aantal erfgenamen en de verdeling van de erfenis. Bij een huwelijk of geregistreerd partnerschap is de langstlevende op grond van de wet mede-erfgenaam. Ook geldt er op grond van de wet automatisch een langstlevende regeling. Samenwoners erven alleen van elkaar als ze een testament maken.

Het bovenstaande betekent dat je na het overlijden van beide ouders te maken hebt met twee afzonderlijke erfenissen. Dit heeft juridische en fiscale gevolgen. Een juridisch gevolg is bijvoorbeeld dat de eerste erfenis andere erfgenamen kan hebben dan de tweede erfenis. Dit is het geval als er kinderen zijn uit meerdere relaties. Een fiscaal gevolg is dat in beide erfenissen slechts over een gedeelte van het totale vermogen erfbelasting wordt betaald.

Verder is het van belang dat beide erfenissen niet even groot zijn. Vaak is de tweede erfenis groter dan de eerste erfenis. Bijvoorbeeld omdat het huis meer waard is geworden. Of doordat de langstlevende een eenmalige uitkering uit een verzekering heeft ontvangen na het overlijden van de eerste ouder. Hierbij is ook het “huwelijksgoederenregime” van belang. Was er sprake van een algehele gemeenschap van goederen? Dan bestaat de eerste erfenis normaal gezien uit de helft van het totale vermogen op het moment dat de eerste ouder overleed. Waren er huwelijkse voorwaarden? Dan kan er sprake zijn van een vermogensverschil.

De eerste erfenis

In 2003 is het nieuwe Nederlandse erfrecht ingevoerd. Is de eerste van je beide ouders na 1 januari 2003 overleden zonder testament? En was er sprake van een huwelijk of geregistreerd partnerschap? Dan waren op grond van de wet de langstlevende en de kinderen samen erfgenaam. De volledige erfenis is toegedeeld aan de langstlevende en in ruil daarvoor hebben de kinderen een vordering geërfd.

Stel dat de gemeenschap van goederen € 100.000 waard was op het moment dat de eerste ouder overleed. In dat geval was de erfenis de helft van dit bedrag, dus € 50.000. Had de overledene één kind? Dan waren de langstlevende en het kind ieder erfgenaam voor de helft van de nalatenschap. Op grond van de wet zijn alle bezittingen en schulden toegedeeld aan de langstlevende. Bestond het vermogen bijvoorbeeld uit een koophuis met een hypotheek? Dan is het huis volledig eigendom geworden van de langstlevende. Het kind heeft in ruil daarvoor een vordering geërfd van € 25.000. Deze vordering is opeisbaar geworden na het overlijden van de langstlevende.

erfenis na overlijden beide ouders
Je vindt het erfrecht in Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek

De gang van zaken bij het eerste overlijden is vooral van belang als er kinderen zijn uit meerdere relaties. Had je vader bijvoorbeeld een kind uit een eerder huwelijk en is je vader als eerste overleden? Dan heeft je halfbroer of halfzus een vordering geërfd op jouw langstlevende moeder. Als erfgenaam van je moeder ben jij degene die deze vordering na het overlijden van je moeder moet uitbetalen aan je halfbroer of halfzus. Heeft je moeder het vermogen opgemaakt? Misschien is haar erfenis dan wel kleiner dan de vordering van het stiefkind. In zo’n geval doe je er als erfgenaam verstandig aan om de erfenis beneficiair te aanvaarden!

Bijzondere testamentvormen

Zonder testament gaat – bij een huwelijk of partnerschap – de erfenis bij het eerste overlijden dus naar de langstlevende. In ruil daarvoor erven de kinderen van de overledene een geldvordering op de langstlevende. Is er wel een testament? Dan kan er een andere regeling van toepassing zijn. Dit zijn de 4 populairste testamentvormen:

  1. De wettelijke verdeling. De meeste langstlevende testamenten wijken niet af van de wettelijke regeling. Is het testament gemaakt na 2003? Dan staat er meestal in dat de langstlevende de volledige erfenis krijgt en dat de kinderen in ruil daarvoor een vordering erven. Wel kan er bijvoorbeeld een afwijkende renteclausule in staan. Dit kan tot gevolg hebben dat de vordering van de kinderen groter wordt tussen het overlijden van de eerste en de tweede ouder.
  2. De ouderlijke boedelverdeling. Vóór 2003 gingen de meeste langstlevende testamenten ook al uit van een verdeling waarbij de kinderen een vordering erfden. Je kunt zo’n testament vaak herkennen aan de verwijzing naar “artikel 1167”. De werking is grotendeels hetzelfde als de wettelijke verdeling.
  3. Vruchtgebruik. In een ouder testament uit bijvoorbeeld de jaren ’70 of ’80 kan nog een vruchtgebruik regeling staan. In dat geval zijn de kinderen (al dan niet samen met de langstlevende) erfgenaam en heeft de langstlevende het vruchtgebruik van het erfdeel van de kinderen. Dit heeft bijvoorbeeld tot gevolg dat de kinderen bij het eerste overlijden eigenaar zijn geworden van de koopwoning. Dat is een belangrijk gegeven als er kinderen zijn uit meerdere relaties.
  4. Tweetrapsregeling. Het is ook mogelijk dat de langstlevende tot enig erfgenaam is benoemd onder een ontbindende voorwaarde. Dit betekent dat de kinderen geen vordering erven bij het eerste overlijden. In plaats daarvan zijn ze na het overlijden van de langstlevende alsnog erfgenaam (onder opschortende voorwaarde) van hetgeen er nog over is uit de eerste erfenis.

Als er een bijzonder testament is, doe je er verstandig aan om een afspraak te maken bij een notaris. Vooral als er kinderen zijn uit meerdere relaties.

Erfbelasting en de vordering van de kinderen

Hebben de kinderen een vordering geërfd bij het eerste overlijden? Dan is daarover successierecht (tot 2010) of erfbelasting (na 2010) betaald als de waarde van de vordering hoger was dan de vrijstelling. Soms hebben de kinderen geen idee of er ooit aangifte is gedaan, laat staan hoe hoog de vordering is. Na het overlijden van beide ouders is de vordering uit de eerste erfenis een aftrekpost voor de erfbelasting in de tweede erfenis. De vordering van de kinderen is namelijk een schuld in de nalatenschap van de langstlevende.

Gelukkig bewaart de belastingdienst alle aangiftes en aanslagen en kun je daarvan nog een kopie opvragen. Op die manier kun je er achter komen hoe hoog de aftrekpost is bij het tweede overlijden. Is er geen aangifte gedaan? Bijvoorbeeld omdat de waarde van de vordering lager was dan de vrijstelling? Dan mag je de schuld aan de kinderen nog steeds opgeven in de aangifte erfbelasting, maar moet je de hoogte op een andere manier onderbouwen.

Eerder in dit blog gaf ik het rekenvoorbeeld van een gemeenschap van goederen die € 100.000 waard was, waarbij het enige kind een vordering erfde van € 25.000. Stel dat de langstlevende overlijdt en het vermogen niet is gewijzigd. Tot de erfenis van de langstlevende behoort in dat geval een woning met een overwaarde van € 100.000. Voor de erfbelasting gaat hier de schuld aan het kind nog van af. De erfenis van de langstlevende heeft dus een fiscale waarde van € 75.000.

Overigens is de schuld aan de kinderen “gedefiscaliseerd” voor de inkomstenbelasting. Dit betekent dat de langstlevende de schuld niet opgeeft in de jaarlijkse belastingaangifte. De kinderen geven op hun beurt ook geen vordering op in hun eigen aangifte. Hierdoor kun je de schuldverhouding tussen de kinderen en de langstlevende gemakkelijk over het hoofd zien bij de afwikkeling van de tweede erfenis.

Wat als een kind overlijdt?

Bij het overlijden van de eerste ouder zijn – als er sprake is van een huwelijk of partnerschap – de kinderen en de langstlevende samen erfgenaam. Iedere erfgenaam heeft recht op een gelijk deel. Is een kind overleden vóór zijn ouder? Dan is er sprake van plaatsvervulling. Dit betekent dat het erfdeel van het overleden kind naar de betreffende kleinkinderen gaat. In dat geval hebben de kleinkinderen dus een vordering geërfd op hun langstlevende grootouder.

Overlijdt een kind tussen het overlijden van beide ouders? Dan heeft het kind zelf een vordering geërfd en gaat de vordering bij het overlijden van dat kind naar zijn of haar erfgenamen. Dit kunnen de betreffende kleinkinderen zijn, maar dit hoeft niet. Als het overleden kind gehuwd was, is op grond van de wet de vordering naar het langstlevende schoonkind vererfd. Zo kan het gebeuren dat tot de nalatenschap van de langstlevende een schuld aan een schoonkind behoort.

Een schoonkind kan ook recht hebben op een deel van de vordering als een kind gescheiden is tussen het overlijden van de eerste en tweede ouder. Denk bijvoorbeeld aan het geval dat de eerste ouder overlijdt zonder testament en dat één van de kinderen gehuwd is vóór 2018 zonder huwelijkse voorwaarden. In dat geval is de vordering van het kind in zijn of haar algehele gemeenschap van goederen gevallen. Bij een scheiding wordt regelmatig vergeten om de vordering te verdelen. In dat geval heeft het ex-schoonkind nog recht op de helft van het betreffende erfdeel.

Nog vervelender wordt het als er sprake is van een vruchtgebruik testament en een echtscheiding. Ik heb regelmatig meegemaakt dat bij de verkoop van een woning uit een erfenis blijkt dat een ex-partner van een erfgenaam mede-eigenaar blijkt te zijn. Meestal is die ex-partner zich daar zelf ook niet van bewust. Voor de verkoop van de woning is in dat geval een handtekening nodig van het ex-schoonkind van de langstlevende.

De tweede erfenis

Is de langstlevende overleden zonder testament? Dan zijn op grond van de wet de kinderen van de langstlevende erfgenaam. Iedere erfgenaam heeft in beginsel een gelijk erfdeel. Soms heeft een kind bij leven een schenking gehad die nog verrekend moet worden met de erfenis. In 2003 is de wet gewijzigd en sindsdien is verrekening alleen verplicht als dit afgesproken is bij de schenking of bepaald is in het testament. Is dat niet het geval? Dan heeft ieder kind een gelijk aandeel in de erfenis. De enige uitzondering hierop is de situatie dat de schenking zo groot was dat hierdoor de legitieme portie van de andere kinderen is geschonden.

Is één van de kinderen overleden vóór de langstlevende? Dan gaat zijn of haar erfdeel in de tweede erfenis naar de betreffende kleinkinderen. Dit heet “plaatsvervulling”. Zijn er geen kleinkinderen? Dan is er sprake van “aanwas” en krijgen de andere kinderen dat deel. Let op: dit geldt alleen voor het erfdeel van het overleden kind in de tweede erfenis. Het erfdeel van het overleden kind in de eerste erfenis kan naar iemand anders zijn vererfd.

Had de langstlevende een testament? Dan is daarin meestal een executeur benoemd die de erfenis afwikkelt. Is er geen executeur? Dan kunnen de erfgenamen samen iemand aanwijzen met een zogenoemde “boedelvolmacht”. Het is gebruikelijk om dit te regelen bij de notaris. Die legt de boedelvolmacht vast in een “verklaring van erfrecht”. Dit is een notariële akte waarin staat wie de erfgenamen zijn en wie bevoegd is om de erfenis af te wikkelen.

Heb je nog geen keuze gemaakt voor een notaris? Dan is het goed om te weten dat notarissen zelf hun tarieven mogen bepalen. Hierdoor zijn er grote prijsverschillen tussen notariskantoren. Vraag daarom altijd een paar offertes aan voordat je een notaris kiest. Je vindt de tarieven bij jou in de buurt op deze pagina. Vul een plaatsnaam in en je ziet direct hoeveel geld je kunt besparen.

Meer lezen?