Plaatsvervulling kan leiden tot een hogere of lagere heffing van erfbelasting. Hierbij maakt het uit wat de reden is van de plaatsvervulling. De regels bij het overlijden van een erfgenaam zijn anders dan bij verwerping door een erfgenaam. In dit blog ontdek je hoe het zit.
Wat is plaatsvervulling?
Plaatsvervulling houdt in dat het erfdeel van een erfgenaam naar zijn afstammelingen gaat indien de betreffende erfgenaam eerder dan de erflater overlijdt of de nalatenschap verwerpt.
Stel bijvoorbeeld dat A overlijdt zonder testament en dat hij twee kinderen heeft, genaamd B en C. Stel dat B de erfenis verwerpt en dat hij zelf twee kinderen heeft, genaamd D en E. In dat geval heeft A drie erfgenamen. Het andere kind C is erfgenaam voor 50% en de kleinkinderen D en E zijn ieder erfgenaam voor 25%. De kleinkinderen D en E zijn de plaatsvervullers van hun verwerpende ouder B.
Hetzelfde gebeurt als een kind eerder dan de erflater overlijdt. Stel dat A overlijdt zonder testament en dat hij twee kinderen had, genaamd B en C. Het kind B is enkele jaren eerder overleden met achterlating van twee kinderen, genaamd D en E. De erfrechtelijke uitkomst is identiek aan het eerste voorbeeld. Het kind C is erfgenaam voor 50% en de kleinkinderen D en E zijn ieder erfgenaam voor 25%.
Voor het erfrecht is de uitkomst hetzelfde, maar voor de erfbelasting niet. In het eerste voorbeeld moet er meer erfbelasting worden betaald dan in het tweede voorbeeld.
1. Erfbelasting bij plaatsvervulling door overlijden
Het bijzondere aan de Nederlandse erfbelasting is dat deze voor iedere erfgenaam afzonderlijk wordt berekend. Iedere erfgenaam heeft bijvoorbeeld een eigen vrijstelling. Meer erfgenamen betekent dus dat een groter deel van de erfenis is vrijgesteld.
Erfenis van € 100.000
We beginnen bij het tweede voorbeeld, de situatie dat kind B eerder dan zijn ouder A overlijdt. Stel dat de erfenis van A een omvang heeft van € 100.000. De beide kinderen B en C zouden hiervan ieder € 50.000 hebben geërfd. In 2025 is hiervan per kind € 25.490 vrijgesteld. Het meerdere is in de “eerste schijf” belast met 10% erfbelasting. Over een bedrag van € 24.510 is dus 10% erfbelasting verschuldigd, ofwel € 2.451. Ieder kind erft per saldo € 47.549 (€ 50.000 minus € 2.451).
Overlijdt kind B eerder dan zijn ouder A? Dan is kind C erfgenaam voor € 50.000. De kleinkinderen D en E zijn erfgenaam voor ieder € 25.000. Een kleinkind heeft recht op dezelfde vrijstelling als een kind. Dit betekent dat het erfdeel (€ 25.000) van een kleinkind kleiner is dan de vrijstelling (€ 25.490 in 2025). De kleinkinderen betalen dus geen erfbelasting. Voor kind C verandert er niks. Hij of zij erft netto hetzelfde bedrag (€ 47.549). In dit voorbeeld gaat de erfbelasting door plaatsvervulling dus omlaag.
Erfenis van € 400.000
Stel nu dat de erfenis € 400.000 bedraagt en dat kind B eerder overlijdt dan zijn ouder A. In dit geval is kind C erfgenaam voor € 200.000 en zijn de kleinkinderen D en E ieder erfgenaam voor € 100.000. Nu komt het erfdeel van de kleinkinderen wel boven de vrijstelling uit. Hoewel de vrijstellingen voor kinderen en kleinkinderen hetzelfde zijn, geldt dat niet voor de tarieven. Boven de vrijstelling zijn er in 2025 twee tariefschijven
| Tot € 154.197 | Boven € 154.197 | |
| Kind | 10% | 20% |
| Kleinkind | 18% | 36% |
Kind C betaalt over € 25.490 geen erfbelasting. Over een bedrag van € 154.197 is 10% erfbelasting verschuldigd. Daarna resteert nog € 20.313 waarover 20% erfbelasting is verschuldigd. De totale erfbelasting over € 200.000 bedraagt dus € 19.482.
Kleinkind D betaalt over € 25.490 geen erfbelasting. Over een bedrag van € 74.510 is 18% erfbelasting verschuldigd. De totale erfbelasting is dus € 13.411. Voor kleinkind E geldt uiteraard hetzelfde. De beide kleinkinderen betalen samen in totaal € 26.822 erfbelasting.
Aan de ene kant is er dus een voordeel vanwege de dubbele vrijstelling, maar aan de andere kant is de hogere erfbelasting nadelig. In bovenstaand voorbeeld is het nadeel groter dan het voordeel. De erfbelasting over een bedrag van € 200.000 is voor twee kleinkinderen dus hoger dan voor één kind.
2. Erfbelasting bij plaatsvervulling door verwerping
Stel dat kind B niet eerder dan zijn ouder overlijdt maar dat hij de erfenis verwerpt. In dat geval zijn de kleinkinderen D en E ook erfgenaam, maar nu op grond van plaatsvervulling door verwerping. In deze situatie geldt een bijzondere regel uit de Successiewet. Op grond van artikel 30 lid 1 van de Successiewet kun je geen erfbelasting besparen door de erfenis te verwerpen.

Zonder deze regel zou verwerping een mooie truc kunnen zijn om erfbelasting te besparen. De kleinkinderen D en E kunnen samen twee keer zo veel erven zonder erfbelasting dan hun ouder C. Om deze reden nemen veel grootouders in hun testament een legaat op voor de kleinkinderen. In dat geval geldt artikel 30 Successiewet namelijk niet. Laten we eens kijken hoe de fiscale regels bij verwerping uitpakken voor een erfenis van € 100.000 en een erfenis van € 400.000.
Erfenis van € 100.000
Stel dat de erfenis van A een omvang heeft van € 100.000. De beide kinderen B en C zouden hiervan ieder € 50.000 hebben geërfd. Kind B verwerpt de erfenis waardoor de kleinkinderen D en E ieder € 25.000 erven.
De beide kinderen B en C zouden ieder € 50.000 hebben geërfd. In 2025 is hiervan per kind € 25.490 vrijgesteld. Het meerdere is in de “eerste schijf” belast met 10% erfbelasting. Over een bedrag van € 24.510 is dus 10% erfbelasting verschuldigd, ofwel € 2.451. Ieder kind zou per saldo € 47.549 erven (€ 50.000 minus € 2.451).
De verwerping door kind B heeft geen gevolgen voor kind C. Voor hem blijft het sommetje hetzelfde. De kleinkinderen D en E hebben ieder een vrijstelling van € 25.490. In beginsel zouden hun erfdelen van € 25.000 per persoon helemaal vrijgesteld moeten zijn. Helaas is dat dus niet het geval. Op grond van de Successiewet is de erfbelasting die D en E betalen minimaal gelijk aan de erfbelasting die hun verwerpende ouder C had betaald. Dit betekent dat ieder kleinkind per saldo € 23.774,50 erft (€ 25.000 minus de helft van € 2.451 aan erfbelasting).
Erfenis van € 400.000
Voor de situatie dat de erfenis € 400.000 bedraagt, hadden we eerder al berekend dat de kleinkinderen D en E meer erfbelasting betalen dan hun ouder C. De kleinkinderen D en E betalen namelijk samen € 26.822 erfbelasting, terwijl hun ouder C slechts € 19.482 zou hebben betaald. Dit betekent dat je artikel 30 van de Successiewet niet hoeft toe te passen omdat de erfbelasting voor de kleinkinderen hoger is.
Wil je erfbelasting besparen door een deel van de erfenis aan de kleinkinderen te geven? Dan is de beste optie het opnemen van een legaat in je testament. Daarmee kun je alle vrijstellingen van alle afstammelingen benutten. Bovendien kun je voorwaarden vermelden bij het legaat. Zo kun je bijvoorbeeld bepalen dat de kleinkinderen pas vanaf een bepaalde leeftijd zelf mogen beslissen wat ze met het geërfde bedrag doen.
Meer lezen?
- Meer uitleg over plaatsvervulling.
- Tips voor wie afstand wil doen van een erfenis.
- Zo werkt het erfrecht als je geen testament hebt.
- Video over het opnemen van een kleinkind in je testament.


Dag infotaris. Als er een testament is en een kind vooroverlijdt is er dan automatisch sprake van plaatsvervulling ( door het kleinkind) of moet dit in het testament worden opgenomen?
Bedankt voor de leerzame youtube filmpjes. Zo goed zijn ze!. Gr. Marlies
Ligt aan de formulering van het testament wat er dan gebeurt. Verschilt dus per geval.