Eén van de moeilijkste verhoudingen in het erfrecht is die tussen het stiefkind en de stiefouder. Aan de ene kant wil de langstlevende stiefouder graag beschermd achterblijven. Aan de andere kant wil het stiefkind graag zekerheid hebben over zijn erfdeel. Want als de erfenis naar je stiefouder gaat, moet je maar afwachten of er voor jou nog iets overblijft. Gelukkig kan een stiefkind daar meer zekerheid over krijgen door het uitoefenen van de wilsrechten. In dit blog ontdek je hoe dat werkt.
Het Nieuwe Erfrecht
In het jaar 2003 is het nieuwe Nederlandse erfrecht ingevoerd. Eén van de belangrijkste wijzigingen is dat er nu standaard een langstlevende regeling geldt als er sprake is van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap. Deze regeling houdt in dat de volledige erfenis wordt toegedeeld aan de langstlevende. In ruil daarvoor erven de kinderen een geldvordering op de langstlevende. In beginsel is deze vordering pas opeisbaar na het overlijden van de langstlevende.
Neem bijvoorbeeld het volgende geval. Arend en Bianca zijn getrouwd in gemeenschap van goederen. Arend heeft een zoon, Chris, uit een eerder huwelijk. Bianca heeft een dochter, Denise, uit een eerder huwelijk. Arend en Bianca hebben samen geen kinderen. Er is sprake van een gemeenschap van goederen die € 200.000 waard is.
Stel dat Arend als eerste overlijdt zonder testament. Zijn erfenis is de helft van de gemeenschap van goederen, dus € 100.000. Arend laat twee erfgenamen achter. Zijn echtgenote Bianca en zijn zoon Chris. Beiden hebben recht op een erfdeel van € 50.000. De volledige erfenis wordt op grond van de wet toegedeeld aan Bianca. Dit wordt ook wel “de wettelijke verdeling” genoemd. In ruil daarvoor erft Chris een vordering van € 50.000 op zijn stiefmoeder Bianca.
Chris mag de vordering opeisen op het moment dat Bianca overlijdt. Op dat moment moet Denise als erfgenaam van Bianca de vordering dus uitbetalen aan Chris. De vordering is ook opeisbaar indien Bianca failliet zou gaan of in de schuldsanering belandt. Over de vordering wordt een rente bijgeteld voor zover de wettelijke rente hoger is dan 6%. Is de wettelijke rente bijvoorbeeld 8%? Dan wordt er 2% rente bijgeteld op de vordering.
De wilsrechten van een stiefkind
Het nieuwe erfrecht heeft een duidelijke keuze gemaakt tussen de belangen van de kinderen en de langstlevende. Het belang van de langstlevende staat voorop. Hij of zij moet ongestoord verder kunnen leven. Daarom zitten de kinderen in de erfrechtelijke “wachtkamer”. Zij erven een vordering en moeten maar afwachten of er bij het overlijden van de langstlevende nog iets over is.
Toch zijn er een paar momenten waarop het erfrecht de kant van de kinderen kiest. In sommige situaties kunnen de kinderen een zogenoemd “wilsrecht” uitoefenen. De meeste mensen zijn niet bekend met het onderwerp wilsrechten. Toen het nieuwe erfrecht werd ingevoerd, bestond de vrees dat de wilsrechten tot vele conflicten en rechtszaken zou leiden. In de praktijk blijkt dat mee te vallen. Misschien kom dat wel doordat de meeste kinderen helemaal niet weten dat deze rechten bestaan.
Het uitoefenen van een wilsrecht houdt in dat het kind zijn vordering mag “ruilen” voor bezittingen uit de nalatenschap. In het geval dat een stiefkind zijn wilsrecht inroept bij zijn stiefouder, mag de stiefouder zich nog wel het vruchtgebruik voorbehouden.
Stel bijvoorbeeld dat stiefkind Chris uit het bovenstaande voorbeeld zijn wilsrecht uitoefent bij stiefmoeder Bianca. In dat geval kan Bianca gedwongen worden om een deel van het koophuis op naam van Chris te zetten. Maar Bianca staat dus niet op straat omdat zij recht heeft op het vruchtgebruik van het aandeel van Chris.
Waarom zou je als stiefkind een wilsrecht uitoefenen?
Voor Chris heeft het inroepen van zijn wilsrecht een paar duidelijke voordelen. Allereerst biedt zijn eigendomsrecht veel meer zekerheid dan zijn vorderingsrecht. Vóór het uitoefenen van het wilsrecht had hij een vordering op iemand die eigenaar was van een huis. Ná het uitoefenen van het wilsrecht is hij zelf (mede-)eigenaar van dat huis.
Omdat Chris nu zelf eigenaar is, profiteert hij mee van de toekomstige waardestijging. Kiest hij voor behoud van zijn vordering? Dan wordt deze alleen maar hoger als de wettelijke rente boven de 6% komt. Je mag er van uit gaan dat deze rentebijtelling altijd lager is dan de inflatie. Dit betekent dat de vordering in de praktijk elk jaar minder waard is. Reken het zelf maar eens na. In de jaren ’80 kon je nog een huis kopen voor 100.000 gulden. Stel dat je in die tijd een renteloze vordering erfde van 25.000 gulden. Dat is nu 11.344 euro. Daar koop je in plaats van één/vierde huis nog maar één/veertigste huis voor!
Het uitoefenen van een wilsrecht beschermt je dus tegen waardeverlies door inflatie. Dit is vooral van belang als de langstlevende nog een tijd mee kan. Denk bijvoorbeeld aan het geval dat je een vordering erft op een langstlevende stiefouder van een jaar of zestig. Die kan misschien nog wel 20 of 30 jaar leven. In die tijd kan jouw vordering een groot deel van zijn waarde verliezen door geldontwaarding.
Een ander voordeel van het uitoefenen van een wilsrecht is dat de langstlevende je erfdeel niet meer kan verteren. Dit kan alleen met jouw medewerking als stiefkind of een machtiging van de kantonrechter. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat de langstlevende de overwaarde wil opeten door een nieuwe hypotheek te vestigen op het huis. Dat is een stuk lastiger na het uitoefenen van het wilsrecht.
De twee wilsrechten van een stiefkind
Er zijn in totaal vier wilsrechten die de kinderen kunnen uitoefenen als ze een vordering erven. Twee daarvan zijn bedoeld voor stiefkinderen. Deze zijn dus van toepassing als een kind van de overledene een geldvordering erft op de langstlevende stiefouder.
Allereerst is van belang dat de wilsrechten niet van toepassing zijn op elke erfenis. Je kunt het volgende doen om te controleren of jij een wilsrecht kunt uitoefenen:
- Ga na of de “wettelijke verdeling” van toepassing is. Dit is het geval als je overleden ouder geen testament had en gehuwd was of geregistreerd als partner. Heeft je overleden ouder wel een testament? Kijk dan in het testament of de wettelijke verdeling wel of niet van toepassing is. Raadpleeg bij twijfel een jurist, zoals een notaris of advocaat.
- Is er een testament? Controleer dan of er iets in staat over de wilsrechten. Je overleden ouder mag de wilsrechten namelijk buiten toepassing verklaren. Je hebt altijd recht op een kopie van het testament. Meer uitleg over het opvragen van een kopie.
- Was je overleden ouder samenwonend met je stiefouder, zonder huwelijk of partnerschap? Dan heb je geen wilsrechten. Het hangt in dit geval van het testament af wat jouw rechten zijn. In deze situatie is het extra verstandig om een eigen adviseur in te schakelen.
Het is belangrijk om te weten dat het je eigen verantwoordelijk is dat je krijgt waar je recht op hebt. In beginsel is er in Nederland geen toezicht op de afwikkeling van een erfenis. De rechtbank bemoeit zich er normaal gezien niet mee. Ook de rol van de notaris is meestal zeer beperkt.
1. Het wilsrecht bij overlijden van je ouder
Kinderen die een vordering erven op hun langstlevende ouder kunnen pas een wilsrecht uitoefenen als de langstlevende ouder hertrouwt. Een stiefkind dat een vordering erft op zijn langstlevende stiefouder kan direct (!) na het overlijden van zijn ouder het wilsrecht uitoefenen.

Door direct je wilsrecht uit te oefenen zet je de verhoudingen uiteraard wel op scherp. Je stiefouder zal het zien als een vijandige actie. Misschien zie je er daarom wel van af als de verhoudingen op dit moment nog goed zijn. Maar daar neem je wel een risico mee. Want je weet niet hoe de verhoudingen in de toekomst gaan zijn. Misschien maakt de langstlevende de boel wel op en zit jij straks met een vordering die je niet kunt innen. Van een kale kip kun je namelijk niet plukken. Je hebt dan nog wel een vordering, maar niets waarop je deze vordering kunt verhalen.
Het is belangrijk om te weten dat de langstlevende stiefouder bij dit wilsrecht nog wel recht heeft op het vruchtgebruik. Jij wordt dus eigenaar, maar moet wel dulden dat je stiefouder de goederen blijft gebruiken. Je kunt je stiefouder dus niet uit het huis zetten of de inboedel op laten halen.
2. Het wilsrecht bij overlijden van je stiefouder
Heb je het eerste wilsrecht niet ingeroepen? Dan kun je alsnog een wilsrecht inroepen bij het overlijden van de langstlevende stiefouder. Dit zou je bijvoorbeeld kunnen doen als je langstlevende stiefouder goederen nalaat die jij graag wilt overnemen. In beginsel ben jij geen erfgenaam van je langstlevende stiefouder. Je hebt dus alleen recht op uitbetaling van je vordering en erft geen goederen. Om deze reden zou je de vordering op dat moment alsnog kunnen ruilen voor bezittingen.

Dit tweede wilsrecht heeft wel een paar belangrijke nadelen. Jouw vordering blijft hetzelfde bedrag (hooguit komt er een beetje rente bij) terwijl de goederen in de tussentijd meer waard zijn geworden. Denk bijvoorbeeld aan een koophuis of sieraden. Dit soort bezittingen worden normaal gezien steeds duurder. Hoe langer je wacht, hoe minder goederen je kunt overnemen. Een ander nadeel is dat de langstlevende de erfenis kan hebben opgemaakt. Bijvoorbeeld door het huis te verkopen of door de sieraden weg te geven. Je kan dus achter het net vissen door te wachten met het uitoefenen van je wilsrecht.
Stappenplan uitoefenen wilsrecht
Het uitoefenen van je wilsrecht als stiefkind bestaat uit de volgende stappen:
- Begin altijd met het inwinnen van juridisch advies. Maak bijvoorbeeld een eerste afspraak bij een notaris of advocaat. Bij veel kantoren is zo’n eerste afspraak gratis en vrijblijvend.
- Roep formeel je wilsrecht in bij je stiefouder, door het sturen van een brief. Daarin geef je aan dat je verzoekt om overdracht van goederen uit de erfenis.
- Stel de andere kinderen (je broers en zussen) op de hoogte van jouw beslissing. Dit is wettelijk verplicht. Hiermee geef je hen de gelegenheid om ook hun wilsrecht uit te oefenen.
- Stel de hoogte van je vordering vast per de datum waarop je ouder overleed. Dit kan bijvoorbeeld door te vragen om een boedelbeschrijving. Laat dit document en de berekening controleren door je adviseur.
- Spreek met je stiefouder af welke goederen worden overgedragen. Er kan ook een aandeel in een goed worden overgedragen. Bijvoorbeeld een percentage van het huis.. Kom je hier in onderling overleg niet uit? Dan kan de kantonrechter op jouw verzoek een beslissing nemen en goederen aanwijzen.
- Stel de waarde van de over te dragen goederen vast. Dit houdt bijvoorbeeld in dat de woning wordt getaxeerd. Zonder een waardering weet je immers niet hoe groot je vordering is en welk percentage van de woning op jouw naam moet komen.
- Wordt er een aandeel in registergoed overgedragen aan jou, bijvoorbeeld een woning? Dan heb je een notaris nodig voor een akte van levering en de eventuele vestiging van het vruchtgebruik.
Je vindt alle regels ten aanzien van de wilsrechten in artikel 4:21 tot en met 4:26 van het Burgerlijk Wetboek.
Meer lezen?
- Ben je onterfd? Dan heb je geen wilsrecht maar wel een legitieme portie.
- Advocaat nodig? Op deze website vind je meer dan 400 erfrecht advocaten.
- Dit zijn de 6 situaties waarin je jouw erfdeel direct kunt opeisen.
Veelgestelde vragen:
Wat zijn wilsrechten?
Wanneer notarissen het hebben over de wilsrechten, dan bedoelen ze normaal gezien de 4 wilsrechten die de (stief)kinderen hebben als ze een vordering erven op de langstlevende. Een wilsrecht geeft het (stief)kind het recht om zijn vordering te ruilen voor de “bloot” eigendom van bezittingen.
Juridisch gezien is elk recht dat je eenzijdig kunt uitoefenen een wilsrecht. Ook het verwerpen van een erfenis en het inroepen van je legitieme zijn wilsrechten.
Waar hebben stiefkinderen recht op?
Overlijdt je ouder en gaat de erfenis naar je stiefouder? Dan erf je normaal gezien een geldvordering op je stiefouder. Die kun je in beginsel pas opeisen als je stiefouder overlijdt. Als stiefkind heb je het recht om deze geldvordering te ruilen voor bezittingen uit de nalatenschap. Je krijgt daar normaal gezien alleen de “bloot” eigendom van omdat de langstlevende recht heeft op het vruchtgebruik.
Hoe kun je een wilsrecht uitoefenen?
Je kunt je wilsrecht uitoefenen door een brief te sturen aan de langstlevende. Daarna moet de hoogte van je vordering worden vastgesteld en de waarde van de over te dragen goederen. Zodra je het eens bent over welke goederen jij op naam krijgt, kun je de overdracht daarvan regelen. Als er sprake is van een registergoed heb je voor deze overdracht een notaris nodig.
Wat is het stiefoudergevaar?
Met het stiefoudergevaar wordt bedoeld dat je als stiefkind een geldvordering erft op een stiefouder die de erfenis kan verteren, vervreemden of bezwaren. Verteren houdt in dat je stiefouder de erfenis opmaakt en jij daardoor geen verhaal meer hebt voor je vordering. Vervreemden betekent dat je stiefouder goederen kan verkopen die voor jou dierbaar zijn. Bezwaren houdt in dat je stiefouder de erfenis bijvoorbeeld kan “opeten” door een extra hypotheek te nemen op het huis. Je kunt dit als stiefkind voorkomen door het inroepen van je wilsrechten.
