Deze 2 wilsrechten kun je als stiefkind uitoefenen

Het uitoefenen van een wilsrecht geeft je als stiefkind meer zekerheid over je erfenis. In dit blog leggen we uit in welke twee gevallen je hier een beroep op kunt doen.

Wat is een wilsrecht?

Wanneer de eerste echtgenoot overlijdt zonder testament, gaat de hele erfenis op grond van de wet naar de langstlevende. In ruil daarvoor krijg je als kind een vordering in geld. Het opeisen van dat bedrag kan pas als de langstlevende overlijdt. Een wilsrecht geeft een kind of stiefkind het recht om de vordering te ruilen voor bezit, waarvan de langstlevende het vruchtgebruik houdt. Het uitoefenen van een wilsrecht heeft voor jou als stiefkind twee gevolgen. Het eerste gevolg is dat je eigenaar wordt in plaats van schuldeiser. Het tweede gevolg is dat de langstlevende de erfenis niet meer kan verteren. Dat kan alleen nog maar als de kantonrechter dat goed vindt. Het uitoefenen van een wilsrecht geeft je dus meer zekerheid over jouw deel van de erfenis.

Kun je als stiefkind direct een wilsrecht uitoefenen?

Als er geen testament is, dan kun je als stiefkind direct een wilsrecht uitoefenen bij je stiefouder. Bert overlijdt zonder testament en laat een koophuis na. Hij heeft één dochter, Angela, maar de hele erfenis gaat op grond van de wet naar zijn tweede echtgenote, Francien. Angela roept het wilsrecht in bij haar stiefmoeder Francien. Dit betekent dat de helft van het huis op Angela haar naam komt.

wilsrecht stiefkind

Kun je als stiefkind ook later nog een wilsrecht uitoefenen?

Is je ouder overleden zonder testament en is daardoor de hele erfenis naar je stiefouder gegaan? Dan kun je ook later nog een wilsrecht uitoefenen, als je stiefouder overlijdt. Freek en Jeanet hebben beiden een zoon uit een eerder huwelijk. Samen hebben ze geen kinderen. Wanneer Freek als eerste overlijdt, gaat de hele erfenis naar Jeanet. Bij het overlijden van Jeanet, gaat alles naar haar zoon. De zoon van Freek kan op dat moment een wilsrecht uitoefenen. Dit betekent dat de zoon van Jeanet spullen aan de zoon van Freek moet geven.

wilsrecht uitoefenen

Hoe moet je een wilsrecht uitoefenen?

Het uitoefenen van een wilsrecht doe je met een verzoek aan de langstlevende. Als er nog meer kinderen zijn, dan moet je dit ook aan hen laten weten. Daarna stem je met elkaar af welk bezit op jouw naam komt. Kom je daar samen niet uit, dan beslist de kantonrechter dit. Vervolgens is het nodig dat er bezit aan jou wordt overgedragen. Komt er een deel van het huis op jouw naam? Dat kan alleen via de notaris. Kom je er samen niet uit? Dan kan een advocaat je verder helpen.

Meer lezen?

Veelgestelde vragen:

Wat is een wilsrecht?

Wanneer de eerste echtgenoot overlijdt zonder testament, gaat de hele erfenis op grond van de wet naar de langstlevende. In ruil daarvoor krijg je als kind een vordering in geld. Het opeisen van dat bedrag kan pas als de langstlevende overlijdt. Een wilsrecht geeft een kind of stiefkind het recht om de vordering te ruilen voor bezit, waarvan de langstlevende het vruchtgebruik houdt. Het uitoefenen van een wilsrecht heeft voor jou als stiefkind twee gevolgen. Het eerste gevolg is dat je eigenaar wordt in plaats van schuldeiser. Het tweede gevolg is dat de langstlevende de erfenis niet meer kan verteren. Dat kan alleen nog maar als de kantonrechter dat goed vindt. Het uitoefenen van een wilsrecht geeft je dus meer zekerheid over jouw deel van de erfenis.

Er zijn 4 wilsrechten:

Artikel 4:19 Burgerlijk Wetboek:
“Indien een kind overeenkomstig artikel 13 lid 3 een geldvordering op zijn langstlevende ouder ter zake van de nalatenschap van zijn eerst overleden ouder heeft verkregen, en die ouder aangifte heeft gedaan van zijn voornemen opnieuw een huwelijk te willen aangaan, is deze verplicht aan het kind op diens verzoek goederen over te dragen met een waarde van ten hoogste die geldvordering, vermeerderd met de in lid 4 van dat artikel bedoelde verhoging. De overdracht vindt, tenzij de ouder daarvan afziet, plaats onder voorbehoud van het vruchtgebruik van de goederen.”

Artikel 4:20 Burgerlijk Wetboek:
“Indien een kind overeenkomstig artikel 13 lid 3 een geldvordering op zijn langstlevende ouder ter zake van de nalatenschap van zijn eerst overleden ouder heeft verkregen en de langstlevende ouder bij diens overlijden gehuwd was, is de stiefouder verplicht aan het kind op diens verzoek goederen over te dragen met een waarde van ten hoogste die geldvordering, vermeerderd met de in lid 4 van dat artikel bedoelde verhoging. Wordt de nalatenschap van de langstlevende ouder niet overeenkomstig artikel 13 verdeeld, dan rust de in de vorige zin bedoelde verplichting op de erfgenamen van de langstlevende ouder.”

Artikel 4:21 Burgerlijk Wetboek:
“Indien een kind overeenkomstig artikel 13 lid 3 een geldvordering op zijn stiefouder ter zake van de nalatenschap van zijn overleden ouder heeft verkregen, is de stiefouder verplicht aan het kind op diens verzoek goederen over te dragen met een waarde van ten hoogste die geldvordering, vermeerderd met de in lid 4 van dat artikel bedoelde verhoging. De overdracht vindt, tenzij de stiefouder daarvan afziet, plaats onder voorbehoud van het vruchtgebruik van de goederen.”

Artikel 4:22 Burgerlijk Wetboek:
“Indien een kind overeenkomstig artikel 13 lid 3 een geldvordering op zijn stiefouder ter zake van de nalatenschap van zijn overleden ouder heeft verkregen, en de stiefouder is overleden, zijn diens erfgenamen verplicht aan het kind op diens verzoek goederen over te dragen met een waarde van ten hoogste die geldvordering, vermeerderd met de in lid 4 van dat artikel bedoelde verhoging.”

Kun je als stiefkind direct een wilsrecht uitoefenen?

Ja, als er geen testament is, dan kun je als stiefkind direct na het overlijden van je ouder een wilsrecht uitoefenen bij je stiefouder. Check ons blog voor een voorbeeld.

Artikel 4:21 Burgerlijk Wetboek:
“Indien een kind overeenkomstig artikel 13 lid 3 een geldvordering op zijn stiefouder ter zake van de nalatenschap van zijn overleden ouder heeft verkregen, is de stiefouder verplicht aan het kind op diens verzoek goederen over te dragen met een waarde van ten hoogste die geldvordering, vermeerderd met de in lid 4 van dat artikel bedoelde verhoging. De overdracht vindt, tenzij de stiefouder daarvan afziet, plaats onder voorbehoud van het vruchtgebruik van de goederen.”

Kun je als stiefkind ook later nog een wilsrecht uitoefenen?

Is je ouder overleden zonder testament en is daardoor de hele erfenis naar je stiefouder gegaan? Dan kun je ook later nog een wilsrecht uitoefenen, als je stiefouder overlijdt. Check het blog voor een voorbeeld.

Artikel 4:22 Burgerlijk Wetboek:
“Indien een kind overeenkomstig artikel 13 lid 3 een geldvordering op zijn stiefouder ter zake van de nalatenschap van zijn overleden ouder heeft verkregen, en de stiefouder is overleden, zijn diens erfgenamen verplicht aan het kind op diens verzoek goederen over te dragen met een waarde van ten hoogste die geldvordering, vermeerderd met de in lid 4 van dat artikel bedoelde verhoging.”

Hoe moet je een wilsrecht uitoefenen?

Het uitoefenen van een wilsrecht doe je met een verzoek aan de langstlevende. Als er nog meer kinderen zijn, dan moet je dit ook aan hen laten weten. Daarna stem je met elkaar af welk bezit op jouw naam komt. Kom je daar samen niet uit, dan beslist de kantonrechter dit. Vervolgens is het nodig dat er bezit aan jou wordt overgedragen. Komt er een deel van het huis op jouw naam? Dat kan alleen via de notaris.

Artikel 4:21 Burgerlijk Wetboek:
“Indien een kind overeenkomstig artikel 13 lid 3 een geldvordering op zijn stiefouder ter zake van de nalatenschap van zijn overleden ouder heeft verkregen, is de stiefouder verplicht aan het kind op diens verzoek goederen over te dragen met een waarde van ten hoogste die geldvordering, vermeerderd met de in lid 4 van dat artikel bedoelde verhoging. De overdracht vindt, tenzij de stiefouder daarvan afziet, plaats onder voorbehoud van het vruchtgebruik van de goederen.”

Artikel 4:24 lid 1 Burgerlijk Wetboek:
“De in de artikelen 19, 20, 21 en 22 bedoelde verplichting tot overdracht betreft goederen die deel hebben uitgemaakt van de nalatenschap van de erflater of van de door diens overlijden ontbonden huwelijksgemeenschap. In afwijking van de eerste zin heeft de in de artikelen 21 en 22 bedoelde verplichting tot overdracht geen betrekking op goederen die van de zijde van de stiefouder in de huwelijksgemeenschap met de erflater zijn gevallen.”

Artikel 4:25 lid 2 Burgerlijk Wetboek:
“Een kind dat voornemens is een in de artikelen 19, 20, 21 en 22 bedoeld verzoek te doen, is gehouden de andere kinderen die een dergelijk verzoek kunnen doen, op een zodanig tijdstip van zijn voornemen in kennis te stellen dat zij tijdig kunnen beslissen eveneens een verzoek te doen.”

Artikel 4:25 lid 4 Burgerlijk Wetboek:
“Bestaat tussen degene die tot overdracht van goederen verplicht is en het kind, of tussen twee of meer kinderen geen overeenstemming over de overdracht van een goed, dan beslist op verzoek van een hunner de kantonrechter, rekening houdende naar billijkheid met de belangen van ieder van hen.”