Deze 2 wilsrechten kun je als stiefkind uitoefenen

Een van de moeilijkste verhoudingen in het erfrecht is die tussen het stiefkind en de stiefouder. Zonder testament geldt er bij een huwelijk of partnerschap standaard een langstlevende regeling. Het stiefkind mag daarbij kiezen tussen een geldvordering of de bloot eigendom van goederen. Dit kan door als stiefkind één van je beide wilsrechten uit te oefenen.

Wat zijn wilsrechten?

In 2003 is het nieuwe erfrecht ingevoerd. Sinds dat jaar is er bij een huwelijk of partnerschap standaard sprake van een langstlevende regeling. Deze regeling houdt in dat de langstlevende en de kinderen samen erfgenaam zijn, maar dat de hele erfenis eerst naar de langstlevende gaat. De kinderen erven in ruil daarvoor een geldvordering. Deze is pas opeisbaar als de langstlevende overlijdt.

Ook voor een stiefkind geldt dat je standaard een geldvordering erft op je langstlevende stiefouder. Heeft je overleden ouder geen testament? Of is er sprake van een standaard testament waarin niks staat over de wilsrechten? Dan kun je als stiefkind één van de beide wilsrechten inroepen bij je stiefouder.

Een wilsrecht houdt in dat je de geldvordering ruilt tegen bezittingen uit de erfenis. De langstlevende behoudt wel het vruchtgebruik van die bezittingen. Tot in de jaren ’80 was het heel gebruikelijk om in een testament de kinderen tot erfgenaam te benoemen en aan de langstlevende het vruchtgebruik te legateren. Het inroepen van je wilsrecht heeft in feite tot gevolg dat je wisselt van een modern testament naar een ouderwets testament.

Waarom zou je de wilsrechten inroepen?

Als stiefkind heb je dus de keuze tussen een geldvordering of bloot eigendom. Met bloot eigendom wordt bedoeld dat er een vruchtgebruik op rust en je daardoor niet de volledige eigendom hebt. Het inroepen van een wilsrecht kan je als stiefkind in een betere positie brengen:

  • De geldvordering is een vast bedrag en groeit pas met rente als de wettelijke rente hoger is dan 6%. Als de langstlevende een huis erft, profiteer jij als stiefkind niet van de waardestijging tussen het overlijden van je ouder en het overlijden van je stiefouder. Als je een wilsrecht uitoefent, komt het huis voor een deel op jouw naam en wordt je erfdeel groter als de waarde van het huis stijgt.
  • Van een kale kip kun je niet plukken. Je hebt weinig aan een geldvordering als je stiefouder het vermogen helemaal verteert. Door een wilsrecht uit te oefenen, word jij mede-eigenaar en is je stiefouder beperkt in de mogelijkheid om de erfenis op te maken. Voor vervreemding, vertering en bezwaring heeft de stiefouder de medewerking van het stiefkind nodig of een machtiging van de kantonrechter.

Een wilsrecht geeft je dus meer zekerheid over je erfdeel en het kan je beschermen tegen inflatie. Veel erfgenamen staan niet stil bij dat laatste. In de jaren ’80 kon je nog een huis kopen voor 100.000 gulden. Stel dat je in die tijd een renteloze vordering erfde van 10.000 gulden omdat er een huis in de boedel zat. Dat is nu ongeveer 4.500 euro. Wat koop je daar nog voor? Als je 30 of 40 jaar moet wachten op je erfdeel, kan een groot deel van de waarde verdampen door geldontwaarding.

1. Het wilsrecht dat je direct kunt uitoefenen

De wilsrechten zijn optioneel. De testateur kan ze buiten toepassing verklaren in een testament. De erfgenaam kan besluiten om ze niet in te roepen. Zijn de wilsrechten niet buiten toepassing verklaard? Dan kun je bij het overlijden van je ouder meteen een wilsrecht inroepen bij je stiefouder.

Bij de invoering van het nieuwe erfrecht dachten notarissen dat stiefkinderen massaal hun rechten zouden inroepen. Maar in de praktijk blijkt dit reuze mee te vallen. Stellen met kinderen uit eerdere relaties zijn meestal zo verstandig om een goed testament te maken, waardoor de wilsrechten vaak geen rol meer spelen. Ook als er geen testament is, worden de wilsrechten weinig uitgeoefend. Notarissen wijzen stiefkinderen wel op hun rechten, maar moedigen ze niet aan om deze in te roepen. Ik vermoed dat in de meeste gevallen de stiefkinderen helemaal niet weten dat ze een wilsrecht kunnen uitoefenen.

wilsrecht stiefkind

2. Het wilsrecht dat je later nog kunt inroepen

Stel je bent zo’n stiefkind dat niet weet van het bestaan van de wilsrechten. Als je stiefouder overleden is, kun je het eerste wilsrecht niet meer inroepen. Want je stiefouder is er niet meer. Voor dat geval is het tweede wilsrecht bedacht. Na het overlijden van de stiefouder kan het stiefkind een wilsrecht inroepen bij de erfgenamen van de stiefouder. Zonder testament zijn dat in beginsel de kinderen van de stiefouder. Ook dit wilsrecht houdt in dat er goederen worden overgedragen. Maar er zijn een paar belangrijke verschillen met het eerste wilsrecht.

De goederen worden gewaardeerd op het moment dat je de wilsrechten uitoefent. Stel je erft een vordering van € 50.000 en in de boedel zit een koophuis met een waarde van € 300.000. Het uitoefenen van het eerste wilsrecht heeft tot gevolg dat je één/zesde van dat huis op naam krijgt. Stel dat je dit wilsrecht niet uitoefent en 20 jaar later overlijdt je stiefouder. Op dat moment heb je nog steeds een vordering van € 50.000 maar is het huis inmiddels € 600.000 waard. Nu krijg je nog maar één/twaalfde van het huis als je het tweede wilsrecht inroept. De timing is dus belangrijk. Huizenprijzen gaan vaker omhoog dan omlaag. Statistisch gezien, is het gunstig om je wilsrecht zo snel mogelijk in te roepen.

Een ander verschil is dat er bij het tweede wilsrecht geen sprake is van een vruchtgebruik. Je krijgt dus geen bloot eigendom maar volle eigendom en kunt direct overgaan tot verkoop of verdeling van de woning.

Het tweede wilsrecht geeft je ook de mogelijkheid om nog wat dierbare bezittingen, zoals familiestukken, op te eisen uit de erfenis van je overleden stiefouder.

wilsrecht uitoefenen

Hoe werkt het inroepen van een wilsrecht?

Het uitoefenen van je wilsrecht bestaat uit de voldende stappen:

  1. Begin altijd met het inwinnen van advies. Laat je situatie gratis beoordelen door Omnius, een landelijk netwerk van advocaten. Gebruik het contactformulier en een jurist neemt vrijblijvend contact met je op!
  2. Doe schriftelijk het formele verzoek tot overdracht van goederen (het inroepen van je wilsrecht) bij je stiefouder of zijn of haar erfgenamen. Stel de andere kinderen op de hoogte van je beslissing. Dit laatste is verplicht.
  3. Stel de hoogte van je vordering vast per de datum waarop je ouder overleed.
  4. Spreek met je stiefouder af welke goederen worden overgedragen. Kom je daar niet uit, dan wijst de kantonrechter de goederen aan.
  5. Stel de waarde van de over te dragen goederen vast per de datum dat het wilsrecht wordt uitgevoerd.
  6. Wordt er een (aandeel in een) huis overgedragen? Dan heb je een notaris nodig voor de overdracht en de vestiging van het vruchtgebruik.

Je vindt alle regels in artikel 4:21 tot en met 4:26 van het Burgerlijk Wetboek.

Meer lezen?

Veelgestelde vragen:

Wat zijn wilsrechten?

Wanneer notarissen het hebben over de wilsrechten, dan bedoelen ze normaal gezien de 4 wilsrechten die de (stief)kinderen hebben als ze een vordering erven op de langstlevende. Een wilsrecht geeft het (stief)kind het recht om zijn vordering te ruilen voor de “bloot” eigendom van bezittingen.

Juridisch gezien, is elk recht dat je eenzijdig kunt uitoefenen een wilsrecht. Ook het verwerpen van een erfenis en het inroepen van je legitieme zijn wilsrechten.

Waar hebben stiefkinderen recht op?

Overlijdt je ouder en gaat de erfenis naar je stiefouder? Dan erf je normaal gezien een geldvordering op je stiefouder. Die kun je in beginsel pas opeisen als je stiefouder overlijdt. Als stiefkind heb je het recht om deze geldvordering te ruilen voor bezittingen uit de nalatenschap. Je krijgt daar normaal gezien alleen de “bloot” eigendom van omdat de langstlevende recht heeft op het vruchtgebruik.

Hoe kun je je wilsrecht uitoefenen?

Je kunt je wilsrecht uitoefenen door een brief te sturen aan de langstlevende. Daarna moet de hoogte van je vordering worden vastgesteld en de waarde van de goederen. Zodra je het eens bent over welke goederen jij op naam krijgt, kun je de overdracht daarvan regelen. Als er sprake is van een registergoed heb je daarvoor een notaris nodig.

Wat is het stiefoudergevaar?

Met het stiefoudergevaar wordt bedoeld dat je als stiefkind een geldvordering erft op een stiefouder die de erfenis kan verteren, vervreemden of bezwaren. Verteren houdt in dat je stiefouder de erfenis opmaakt en jij daardoor geen verhaal meer hebt voor je vordering. Vervreemden betekent dat je stiefouder goederen kan verkopen die voor jou dierbaar zijn. Bezwaren houdt in dat je stiefouder de erfenis bijvoorbeeld kan “opeten” door een hypotheek te nemen op het huis. Je kunt dit als stiefkind voorkomen door het inroepen van je wilsrechten.