In een samenlevingscontract staat standaard altijd iets over de inboedel. De gebruikelijke afspraken zijn vergelijkbaar met wat er voor gehuwden in de wet staat. Maar het staat je vrij om andere afspraken maken of om helemaal niks te zeggen over de inboedel. De inhoud van je samenlevingscontract is namelijk voor een groot deel optioneel. In dit blog leg ik uit wat de mogelijkheden zijn.
Wat is de wettelijke definitie van inboedel?
Allereerst is van belang wat het begrip “inboedel” eigenlijk betekent. Je eerste gedachte is wellicht dat dit alle roerende zaken zijn die je in en om het huis aantreft. Maar dit is zeer zeker niet het geval. Denk bijvoorbeeld aan je administratie, smartphone, sieraden en kleding. Al deze zaken bevinden zich in je huis maar zijn geen inboedel.
De wet verstaat onder de inboedel de “huisraad en de stoffering en meubilering” van de woning. Denk bijvoorbeeld aan de gordijnen, vloerbedekking en meubels. Dat lijkt duidelijker dan het is. Wat vind je bijvoorbeeld van een paar schilderijen aan de muur. Is dat volgens jou wel of geen inboedel? En hoeveel schilderijen moet je hebben om van een kunstverzameling te kunnen spreken? Want dan vallen je schilderijen volgens de wet niet meer onder het begrip inboedel.

Hebben jullie een bijzondere inboedel? Staat het huis bijvoorbeeld vol met spullen die bij een hobby horen? Heb je een verzameling of koop je regelmatig kunst? Bespreek dit dan met de notaris.
De definitie van inboedel in je contract en het al dan niet maken van een lijst met uitzonderingen zijn twee verschillende kwesties. Haal deze onderwerpen dus niet door elkaar.
Het bewijsvermoeden voor echtgenoten en geregistreerd partners
Als je met elkaar trouwt of een geregistreerd partnerschap aangaat ontstaat er sinds 2018 standaard een “beperkte” gemeenschap van goederen. Privé goederen die je al had vallen daar standaard niet meer in. Vóór 2018 ontstond er standaard een “algehele” gemeenschap van goederen. Daar viel standaard de volledige inboedel in. De enige uitzonderingen daarop waren “verknochte” goederen en goederen die geërfd of geschonken waren met een zogenoemde “uitsluitingsclausule”.
Als je na 2018 trouwt of een partnerschap aangaat, dan zijn alle schenkingen standaard privé. Maar hoe bewijs je dat je een voorwerp al had vóór het huwelijk? En hoe bewijs je dat je iets geschonken hebt gekregen? Waarschijnlijk heb je geen bonnetje meer van de aankoop. En schenkingen van roerende zaken worden vaak niet op papier gezet. Bij een scheiding belanden de echtgenoten hierdoor vaak in een welles-nietes-discussie over wat van wie is. De wet bevat om deze reden een zogenoemd “vermoeden”. Als geen van beide echtgenoten kan bewijzen dat een goed privé is, dan is het gemeenschappelijk.
Dezelfde regel staat in de wet voor de situatie dat er huwelijkse voorwaarden zijn gemaakt. Maar in dat geval ziet het vermoeden alleen op roerende zaken. Het begrip “roerende zaken” is beperkter dan het begrip “goederen”. Onder het begrip goederen valt bijvoorbeeld ook je recht op een banksaldo. Heb je een gemeenschap van goederen? Dan moet je dus bewijzen dat het banksaldo op je eigen rekening privé vermogen is, anders is het gemeenschappelijk. Een banksaldo kan bijvoorbeeld privé zijn als je het saldo al had vóór het huwelijk. Bij huwelijkse voorwaarden is het andersom. De wet gaat er dan van uit dat het saldo op je eigen rekening ook echt van jou is. Het is dus de ander die moet bewijzen dat het gemeenschappelijk is.

In het verlengde hiervan staat in een standaard samenlevingscontract normaal gezien de afspraak dat de inboedel in beginsel gemeenschappelijk is. Let op: deze afspraak geldt dus alleen voor de zaken die vallen onder jullie definitie van inboedel.
Het is mogelijk om een lijst te maken met uitzonderingen. De zaken op de lijst blijven privé. Mijn ervaring is dat ongeveer een kwart van alle stellen een lijst maakt. De lijst is bedoeld voor zaken die onder de definitie van inboedel vallen. Maar er is niks op tegen om ook andere zaken op de lijst te zetten. Je kunt bijvoorbeeld je sieraden vermelden. Dit heeft geen juridische gevolgen omdat sieraden toch al niet onder het inboedelbegrip vallen. Maar is handig als je wilt kunnen bewijzen welke sieraden van jou zijn. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat een schuldeiser van je partner beslag wil leggen op roerende zaken.
Voorbeeld clausules
Hieronder staan twee mogelijke clausules die je in het contract kunt zetten. De eerste ziet op de situatie dat je geen lijst maakt, de tweede ziet op de situatie dat je wel een lijst maakt. Waar je zelf nog aan kunt sleutelen is de definitie van het begrip inboedel. Je zou bijvoorbeeld een categorie van zaken uit kunnen zonderen. Denk bijvoorbeeld aan het geval dat jullie samenwonen in een koopwoning die op één naam staat. Ik kan me in dat geval voorstellen dat je de meubels gemeenschappelijk wilt maken, maar de stoffering niet. Denk bijvoorbeeld aan het geval dat jullie uit elkaar gaan. Ik neem aan dat het dan niet de bedoeling is dat de vertrekkende partner de helft van de gordijnen mee neemt.
Optie 1 geen lijst: Wij komen overeen dat de inboedel vanaf nu gemeenschappelijk zal zijn. Ter uitvoering hiervan ruilen en leveren wij elkaar over en weer een gelijk aandeel in alle zaken die tot de inboedel behoren. Wij zijn hiervoor niets aan elkaar verschuldigd. Tenzij wij schriftelijk anders overeenkomen, zal de inboedel die wij in de toekomst verwerven ook gemeenschappelijk zijn. Onder de inboedel verstaan wij de meubilering en stoffering van de woning en de huisraad, met inbegrip van huishoudelijke en audiovisuele apparatuur.
Optie 2 wel lijst: Wij komen overeen dat de inboedel vanaf nu gemeenschappelijk zal zijn. Ter uitvoering hiervan ruilen en leveren wij elkaar over en weer een gelijk aandeel in alle zaken die tot de inboedel behoren. Wij zijn hiervoor niets aan elkaar verschuldigd. Tenzij wij schriftelijk anders overeenkomen, zal de inboedel die wij in de toekomst verwerven ook gemeenschappelijk zijn. Van deze afspraken zijn uitgezonderd de zaken die vermeld zijn op een als bijlage aan deze akte te hechten lijst, welke zaken privé eigendom zullen blijven. Onder de inboedel verstaan wij de meubilering en stoffering van de woning en de huisraad, met inbegrip van huishoudelijke en audiovisuele apparatuur.
Wie heeft recht op de inboedel bij overlijden?
Wonen jullie samen zonder huwelijk, zonder partnerschap, zonder testament en zonder samenlevingscontract? Dan ben je nauwelijks beschermd bij overlijden. Op grond van de wet heb je alleen maar een tijdelijk gebruiksrecht van de woning en de inboedel. In een testament kun je elkaar tot erfgenaam benoemen. Dit betekent dat je alles van elkaar erft. Dus niet alleen de inboedel, maar ook het koophuis, de bankrekening en andere bezittingen.
Maken jullie (nog) geen testament? Dan kun je in een samenlevingscontract een zogenoemd “verblijvingsbeding” opnemen. Dit is de afspraak dat gemeenschappelijke bezittingen, zoals het koophuis en de inboedel, bij overlijden naar de langstlevende gaan. Ook hierbij is weer van belang wat je onder het begrip inboedel verstaat. Hoe ruimer de definitie in het contract is, hoe meer er naar de langstlevende gaat als één van beiden wat overkomt.
Je kunt in een samenlevingscontract bijvoorbeeld de volgende tekst opnemen:
Indien onze samenwoning eindigt door het overlijden van één van ons, verblijft de gemeenschappelijke inboedel aan de langstlevende. De langstlevende is verplicht om de eventuele schulden die betrekking hebben op de verbleven goederen over te nemen onder vrijwaring van de erfgenamen van de overledene. De langstlevende is verder niets verschuldigd aan de erfgenamen van de overledene. De vergoedingsrechten die wij over en weer hadden ten aanzien van de verbleven goederen vervallen. Wij verlenen elkaar over en weer een onherroepelijke volmacht die niet eindigt door het overlijden, waarmee de langstlevende de verbleven goederen aan zichzelf kan leveren.
