Een samenlevingscontract is een notariële akte waarin je afspreekt dat je voor elkaar zult zorgen. Dit zijn de enige eisen die de wet stelt. Op grond van het Burgerlijk Wetboek moet het een notariële akte zijn en op grond van de Successiewet is een “wederzijdse zorgverplichting” noodzakelijk. Voor de rest mogen samenwoners zelf beslissen wat er in een samenlevingscontract staat. In dit blog vind je de 10 meest gebruikelijke afspraken.
1. De zorgplicht voor elkaar
Het is gebruikelijk om af te spreken dat jullie de kosten van de huishouding verdelen naar evenredigheid van jullie inkomens. Wie het meeste verdient moet dus ook het meeste betalen. Bij de kosten van de huishouding kun je bijvoorbeeld denken aan de woonlasten en de boodschappen. Het is niet verplicht om in het contract op te schrijven hoeveel jullie verdienen of wat jullie precies onder de kosten van de huishouding verstaan. Het is voldoende om een algemene afspraak te maken, zonder de details in te vullen. Hiermee voldoe je aan de wettelijke eis om een clausule over de zorgplicht op te nemen in het contract.
Bij de afspraak over het verdelen van de kosten van de huishouding wordt vaak een “vervalbeding” opgenomen. Vind je dat je in een kalenderjaar teveel hebt betaald? Dan moet je dit binnen één jaar terug vragen van je partner. Daarna mag het niet meer.
2. Vergoedingsrecht
Sommige uitgaven wil je juist wel van elkaar terug kunnen vragen. Ook op de langere termijn. Denk bijvoorbeeld aan een investering in het gezamenlijke koophuis, zoals een extra aflossing op de hypotheek. Het recht om dit terug te kunnen vragen wordt een “vergoedingsrecht” genoemd. Voor gehuwden en geregistreerd partners is dit in de wet geregeld. Omdat de wet dit onderwerp niet regelt voor samenwoners, is het belangrijk om hierover duidelijke afspraken op te nemen in je contract.
Bij het vergoedingsrecht kun je kiezen voor een variabel bedrag of een vast bedrag. Variabel betekent dat de hoogte van het vergoedingsrecht afhankelijk is van de waarde van de woning. Wordt het huis meer waard? Dan gaat het vergoedingsrecht omhoog. In de meeste samenlevingscontracten staat standaard een vast vergoedingsrecht. Dit betekent dat het bedrag hetzelfde blijft.
De afgelopen 10 jaren hebben starters massaal “annuïtaire” hypotheken afgesloten. Dit betekent dat je iedere maand een bedrag aflost op de hypotheek. Verdient één van beiden meer dan de ander en verdelen jullie de hypotheeklasten naar evenredigheid van jullie inkomens? Dan lost één van beiden meer af op de hypotheek dan de ander. Dit kan tot gevolg hebben dat er een vergoedingsrecht ontstaat. Hierdoor heeft degene die het meeste verdient recht op een groter deel van de overwaarde. Is dat niet jullie bedoeling? Spreek dan in je samenlevingscontract af dat er geen vergoedingsrecht ontstaat indien één van beiden meer dan de helft betaalt van de maandelijks aflossing.
3. Verblijvingsbeding
Als je in het huwelijk treedt of een partnerschap aangaat, dan ben je automatisch elkaars erfgenaam. Ook geldt er op grond van de wet een langstlevende regeling als jullie kinderen hebben. Voor samenwoners is bijna niks geregeld in het erfrecht. Door het ondertekenen van een samenlevingscontract word je geen erfgenaam van elkaar. Ook geldt er geen langstlevende regeling als jullie kinderen hebben.
Veel samenwoners maken daarom tegelijk met hun samenlevingscontract ook een testament. Daarin kun je bijvoorbeeld elkaar over en weer tot erfgenaam benoemen. Voor het geval dat jullie samen overlijden of kort na elkaar, kun je reserve erfgenamen aanwijzen. Bijvoorbeeld beide families over en weer.
Maak je op dit moment nog geen testament? Dan kun je in het samenlevingscontract een zogenoemd “verblijvingsbeding” opnemen. Deze afspraak houdt in dat het gemeenschappelijke vermogen bij overlijden wordt toegedeeld aan de langstlevende. Denk bijvoorbeeld aan de gezamenlijke koopwoning en de inboedel.
Eventueel kun je het verblijvingsbeding aanvullen met een zelfgemaakt codicil. Dit is een handgeschreven uiterste wil waarin je enkele privé bezittingen kunt legateren, zoals sieraden en dingen uit de inboedel.
Wil je privé banktegoeden aan je partner nalaten of hem of haar tot enig erfgenaam benoemen? Dan heb je naast een samenlevingscontract ook een officieel notarieel testament nodig. De meeste notarissen bieden een “combi korting” aan als je beide akten in één keer regelt. Daardoor vallen de extra kosten van een testament vaak mee.
4. Partnerpensioen
Je staat er misschien niet elke dag bij stil, maar een groot deel van je vermogen bestaat uit je pensioenrechten. Ben je op dit moment in loondienst en bouw je pensioen op? Dan heeft je partner recht op partnerpensioen als jou wat overkomt. Veel mensen weten niet dat het partnerpensioen direct ingaat bij overlijden en dus niet pas als je partner met pensioen gaat. Je betaalt er verplicht voor, dus het is zonde om elkaar niet aan te melden.
Gehuwden en geregistreerd partners hebben automatisch recht op partnerpensioen. Samenwoners moeten elkaar aanmelden voordat ze er recht op hebben. Onder de nieuwe Pensioenwet hoeven pensioenfondsen niet meer te vragen om een samenlevingscontract. Helaas hebben nog niet alle pensioenfondsen deze nieuwe regel ingevoerd.
In een samenlevingscontract staat standaard dat je elkaar gaat aanmelden voor het partnerpensioen. Het is verstandig om ook af te spreken wat er met de pensioenrechten gebeurt in het geval van een relatiebreuk. Het gebeurt regelmatig dat voormalige samenwoners jaren later ontdekken dat ze nog begunstigde zijn van elkaars partnerpensioen. Als je ex-partner recht heeft op partnerpensioen krijg je zelf een lager ouderdomspensioen! Je kunt bijvoorbeeld afspreken dat je afstand zult doen van het partnerpensioen als jullie uit elkaar gaan zonder kinderen.
5. Inboedel
Als je met elkaar trouwt of een partnerschap aangaat, dan geldt er een wettelijk vermoeden dat jullie samen eigenaar zijn van de inboedel. Wil je afspreken dat bepaalde roerende zaken privé blijven? Dan kun je vóór het aangaan van het huwelijk of partnerschap samen een lijst maken waarop je de uitzonderingen vermeldt.
Voor samenwoners geldt het omgekeerde. Er is niet in de wet geregeld dat de inboedel van jullie samen is. Mede om deze reden is het gebruikelijk om in een samenlevingscontract af te spreken dat de inboedel gemeenschappelijk is, met uitzondering van de zaken die je vermeldt op een lijst. Mijn eigen ervaring is dat hooguit een kwart van alle stellen een lijst maakt. De meeste stellen maken dus geen lijst.
Overigens valt lang niet alles wat in huis staat onder de wettelijke definitie van inboedel. Sieraden en voertuigen vallen er bijvoorbeeld niet onder. Bij het begrip inboedel moet je vooral denken aan de huisraad, de meubels en de stoffering van de woning.
De afspraak dat de inboedel gemeenschappelijk is heeft ook tot gevolg dat de inboedel onder het verblijvingsbeding valt. Als je een lijst met uitzonderingen maakt, is het extra belangrijk om na te denken over een codicil of een testament. Zonder een legaat of erfstelling heeft je partner bij jouw overlijden geen recht op je privé bezittingen. Daaronder vallen ook de zaken die je op de lijst vermeldt.
6. Bankrekening
De meeste samenwoners openen samen een bankrekening. Het is een gemakkelijke manier om de financiën te regelen. Beide partners storten elke maand een bedrag op de gezamenlijke rekening en vervolgens worden hiervan alle gezamenlijke lasten betaald.
Veel stellen hebben naast de gezamenlijke betaalrekening ook een gezamenlijke spaarrekening. Na een aantal jaren zijn er vaak zoveel transacties geweest op beide rekeningen dat niet meer valt te achterhalen wie nou precies recht heeft op welk deel van het saldo. Daarom staat in de meeste samenlevingscontracten standaard dat beide partijen recht hebben op de helft van het banksaldo en het spaarsaldo.
7. Overlijdensrisicoverzekering
Veel stellen sluiten een overlijdensrisicoverzekering af op elkaars leven. Dit wordt ook wel een “kruislingse” verzekering genoemd. A sluit dus een verzekering af op het leven van B en in spiegelbeeld sluit B een verzekering af op het leven van A. Overlijdt één van beiden? Dan kan de langstlevende met de verzekeringsuitkering bijvoorbeeld de hypotheek aflossen.
Een kruislingse polis is vrijgesteld van erfbelasting. Dit komt doordat de langstlevende het bedrag niet erft van de overledene maar uitgekeerd krijgt van de verzekeraar. Hierbij is van belang dat de premiebetaling op grond van het samenlevingscontract uitgezonderd moet zijn van de kosten van de huishouding. Was de overledene contractueel verplicht om mee te betalen aan de premies? Dan is de uitkering wel belast! Om deze reden zie je in een samenlevingscontract altijd iets staan over de premies voor een overlijdensrisicoverzekering.
De clausule in het contract werkt alleen bij een kruislingse verzekering. Heb je in het verleden een polis afgesloten op je eigen naam? Bijvoorbeeld een verzekering die gekoppeld is aan een hypotheek die je al had vóórdat jullie een relatie hadden? Dan valt het te overwegen om alsnog een kruislingse verzekering af te sluiten. Een dergelijke polis kan ook nuttig zijn voor samenwoners met een huurhuis. Vooral in het geval dat je geen pensioen opbouwt. Je partner heeft dan geen recht op partnerpensioen. Dit kun je compenseren door een verzekering af te sluiten. Voor een paar euro per maand verzeker je al een flink bedrag.
8. Uit elkaar gaan met een koopwoning
Hebben jullie samen een woning gekocht? Voor het geval dat je uit elkaar zou gaan bevat een samenlevingscontract standaard twee afspraken. De eerste clausule is dat de rechter op verzoek kan bepalen dat één van beiden de woning tijdelijk zelfstandig mag bewonen met uitsluiting van de ander. Voor gehuwden staat deze mogelijkheid in de wet. Samenwoners hebben dit recht alleen als ze het afspreken.
De tweede clausule ziet op de verdeling van de woning bij een relatiebreuk. Je kunt van tevoren afspreken hoe je de waarde van de woning bepaalt en hoe je de kosten verdeelt. Het is goed om iets te hebben waarop je kunt terugvallen als je er in onderling overleg niet uit komt
9. Uit elkaar gaan met een huurwoning
Hebben jullie een huurwoning? Dan is het belangrijk om te zorgen dat het contract op beide namen staat. Daarmee voorkom je dat de langstlevende op straat staat als de overledene de enige huurder was. Zorg dus altijd dat je medehuurder wordt zodra het mogelijk is.
Staan beide namen op het huurcontract? Dan hebben jullie bij een relatiebreuk gelijke rechten op de woning. Zijn jullie het niet eens over wie er in het huis mag blijven wonen? Dan kun je aan de rechter vragen om een keuze te maken.
Andere afspraken zijn uiteraard mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan het geval dat je intrekt bij iemand die een woning huurt van een familielid. Als het niet mogelijk is om medehuurder te worden, dan kun je bijvoorbeeld een verhuisvergoeding afspreken. Op die manier betaal je samen de kosten als één van beiden een nieuwe start moet maken.
10. Partneralimentatie en pensioenverevening
Dit laatste onderwerp staat niet standaard in een samenlevingscontract. Toch wil ik er wat over vertellen, omdat er veel misverstanden bestaan over pensioen en alimentatie.
Als je met elkaar trouwt heb je standaard recht op partnerpensioen en pensioenverevening. Partneralimentatie houdt in dat de financiële zorgplicht voor elkaar doorloopt na een scheiding. Pensioenverevening betekent dat het pensioen dat opgebouwd is tijdens het huwelijk door de helft gaat bij een scheiding.
Samenwoners hebben op grond van de wet geen recht op partneralimentatie en pensioenverevening. Wil je dat wel afspreken? In theorie is dat mogelijk, maar het is niet populair. Als je hier voor open staat, dan kun je misschien beter een geregistreerd partnerschap aangaan.
Wil je een alimentatieclausule opnemen in je contract? Bespreek dan de volgende punten met de notaris. De wettelijke regels voor alimentatie kunnen wijzigen. Wil je onder de huidige regels vallen of onder de toekomstige regels, als deze zouden wijzigen? De duur van de alimentatie is onder de huidige regels afhankelijk van de duur van het huwelijk. Jullie moeten dus in het contract afspreken wanneer jullie “fictieve huwelijk” begint en eindigt. Start de meetperiode op het moment dat jullie zijn gaan samenwonen of pas op het moment dat jullie contract is ondertekend? En op welk objectief bepaalbaar moment eindigt de meetperiode? Daar heb ik niet eens een suggestie voor, maar je moet er wel iets over afspreken. Overweeg ook om een paar berekeningen te laten maken. Anders heb je geen idee waar je voor tekent!
Meer lezen?
- Dit zijn de 10 redenen waarom stellen kiezen voor een samenlevingscontract.
- Is jullie eerste kind op komst? Dit zijn de 10 juridische dingen die je moet regelen.
- Dit zijn 5 redenen waarom een partnerschap handig is als je een kind verwacht.
- Op deze websites kun je zelf een samenlevingscontract maken.
- Eigen geld in het huis? Zo leg je zelf het vergoedingsrecht vast.
- Met deze lijst leg je vast wat van wie is.
Wil je precies weten wat er in een samenlevingscontract staat? Bekijk dan ook het gratis voorbeeld:

