De Successiewet bevat een grote vrijstelling voor de langstlevende partner, zodat hij of zij goed verzorgd achter kan blijven. Veel mensen zijn bekend met deze vrijstelling. Minder bekend is wie er precies voor in aanmerking komt. In dit blog ontdek je wanneer je recht hebt op de partnervrijstelling voor de erfbelasting.
1. Echtgenoten
Uiteraard vallen echtparen onder de partnervrijstelling. Als je getrouwd bent heb je dus recht op een grote vrijstelling voor de erfbelasting. De wet stelt niet de eis dat je op één adres woont. Je hebt dus ook recht op de vrijstelling als je vanwege werk of studie niet op hetzelfde adres bent ingeschreven. Of wanneer je vanwege ziekte bent verhuisd naar een verpleeghuis. Zolang je nog getrouwd bent, heb je recht op de grote vrijstelling. Het maakt ook niet uit hoe lang je getrouwd bent. Je hebt direct na het aangaan van een huwelijk recht op de partnervrijstelling.
In het zeldzame geval dat je gescheiden bent van tafel en bed, is het van belang om te weten dat je officieel nog wel getrouwd bent maar geen recht meer hebt op de grote partnervrijstelling. Lig je op dit moment in scheiding? Dan is het van belang om te weten dat de partnervrijstelling niet meer van toepassing is zodra het echtscheidingsverzoek is ingediend en je niet meer op hetzelfde adres bent ingeschreven.
2. Geregistreerde partners
De Nederlandse wetgeving maakt op sommige punten een onderscheid tussen een huwelijk en geregistreerd partnerschap. Een voorbeeld hiervan is dat het beëindigen van een huwelijk anders gaat dan het beëindigen van een geregistreerd partnerschap. Voor de erfbelasting is er geen verschil. De regels voor echtgenoten gelden ook voor geregistreerd partners. Dit betekent onder andere dat je niet samen hoeft te wonen en dat je direct na het aangaan van het partnerschap recht hebt op de vrijstelling.
Sommige “latters” (stellen die niet samenwonen) denken in het partnerschap een oplossing te zien voor hun erfrechtelijke vraagstuk. Bijvoorbeeld in het geval dat ze elkaar graag tot erfgenaam willen benoemen. Houd er echter rekening mee dat het partnerbegrip ook voor andere regelingen geldt, waarvan je dat misschien niet wilt. Zoals de aangifte inkomstenbelasting, je pensioenopbouw en de AOW.
3. Samenwoners met notarieel samenlevingscontract
Samenwoners met een notarieel samenlevingscontract gelden ook als partners op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Maar de Successiewet stelt hieraan wel twee aanvullende eisen. De eerste eis is dat de samenwoners geen bloedverwant zijn in de rechte lijn. Dit betekent dat een ouder en kind die samenwonen geen recht hebben op een partnervrijstelling. De tweede eis is dat je tenminste zes maanden moet samenwonen (blijkens inschrijving op hetzelfde adres) voordat de vrijstelling in gaat.
Als je mij vraagt, zou die tweede eis geschrapt moeten worden uit de wet. Stel dat je al jaren een relatie met elkaar hebt maar nog niet samenwoont. Vervolgens koop je samen een huis, maak je een samenlevingscontract en ga je officieel samenwonen. Dan is het toch raar dat het daarna nog zes maanden duurt voordat de Successiewet jullie als volwaardige partners ziet?
4. Samenwoners zonder contract
Een regel waar ik het wel mee eens ben, is dat langdurige samenwoners zonder contract ook recht hebben op een vrijstelling. Denk bijvoorbeeld aan een ouder stel dat elkaar lang geleden tot erfgenaam heeft benoemd in de tijd dat het samenlevingscontract nog niet werd erkend. Veel stellen hebben om die reden ooit een testament gemaakt zonder een bijbehorend samenlevingscontract. Wanneer je langer dan 5 jaar officieel samenwoont (blijkens inschrijving) heb je automatisch recht op de partnervrijstelling voor de erfbelasting. Ook als je geen samenlevingscontract hebt en niet getrouwd bent.
Ook voor deze termijn geldt dat hij niet geldt tussen samenwonende ouders en kinderen. Andere familielieden komen er wel voor in aanmerking. Denk bijvoorbeeld aan twee vrijgezelle broers die samenwonen.
5. Samenwoners en het verpleeghuis
Als één van beide echtgenoten naar het verpleeghuis gaat, ben je uiteraard nog steeds getrouwd. Maar hoe zit het dan met samenwoners die zorg nodig hebben? Als één van beiden thuis woont en de ander in het verpleeghuis zit, woon je officieel niet meer samen. Maar je hebt nog wel een relatie met elkaar. Gelukkig val je dan nog wel onder de partnerregeling voor de erfbelasting. Zolang de verhuizing maar het gevolg is van je zorgbehoefte houd je recht op de grote vrijstelling.

Verschillende partnerbegrippen
Het is van belang om te weten dat de overheid verschillende partnerbegrippen hanteert voor verschillende regelingen. Elk van deze partnerbegrippen heeft andere voorwaarden en gevolgen. Zo kan het zijn dat je voor de ene regeling wel partner bent maar voor de andere niet. Vooral als je (nog) niet samenwoont is het verstandig om alle regelingen goed uit te zoeken voordat je belangrijke beslissingen neemt.
De vrijstelling is geen vast bedrag!
Veel mensen weten niet dat de partnervrijstelling voor de erfbelasting een variabel bedrag is. Dit heeft te maken met je recht op nabestaandenpensioen. Als je door het overlijden van je partner recht krijgt op zijn of haar pensioen, dan betaal je daar gelukkig geen erfbelasting over. Maar een deel van de waarde van het pensioen komt helaas wel in mindering op je partnervrijstelling. Dit betekent dat de partnervrijstelling kleiner wordt. Mogelijk moet je daardoor meer erfbelasting betalen over de rest van de erfenis.
“Ficties”, we doen alsof je iets erft
De Successiewet kent niet alleen vrijstellingen maar ook ficties. In feite is een fictie het tegenovergestelde van een vrijstelling. Het houdt in dat iets wat je eigenlijk niet erft, toch belast wordt met erfbelasting. Het beste voorbeeld is een (verkeerd afgesloten) overlijdensrisicoverzekering. Heeft de overledene een polis afgesloten waarin de langstlevende tot begunstigde is aangewezen? Dan is de uitkering door de verzekeraar op grond van een “fictie” in de Successiewet belast met erfbelasting. Gelukkig kan hiervoor de partnervrijstelling worden ingezet. Maar dat is wel jammer. Want als niet de overledene maar de langstlevende de polis had afgesloten, dan was de uitkering vrijgesteld geweest! Voor die constructie geldt namelijk geen fictie.
Voor stellen is het daarom belangrijk om te zorgen dat een overlijdensrisicoverzekering kruislings is afgesloten. Dit laatste houdt in dat partner A een polis afsluit op het leven van partner B en dat in spiegelbeeld partner B een verzekering afsluit op het leven van partner A. Vaak kun je voor een paar tientjes per maand al een uitkering van een paar ton verzekeren.
