Vruchtgebruik op de woning? Dit moet je weten

In dit blog geven we een antwoord op de meest gestelde vragen over vruchtgebruik op de woning. We leggen uit hoe het zit met verkoop van de woning, het afkopen van het vruchtgebruik, Box 3 en hoe je de erfbelasting moet berekenen.

Wat is de betekenis van vruchtgebruik?

Vruchtgebruik geeft het recht om goederen die aan een ander toebehoren, te gebruiken en daarvan de vruchten te genieten. Daarbij kun je denken aan je huis. Je kunt de eigendom aan de kinderen nalaten en het vruchtgebruik van je woning na overlijden aan je partner geven. Je partner mag het dan zelf bewonen of verhuren.

vruchtgebruik betekenis

Welk artikel van de wet gaat over vruchtgebruik?

De rechten en plichten bij vruchtgebruik staan in artikel 201 tot en met 226 van Boek 3. Je vindt de complete tekst hiervan onderaan dit blog.

vruchtgebruik artikel

Moet je bij vruchtgebruik de woning opgeven in Box 3?

Voor de vruchtgebruiker is de woning waarop het recht rust een eigen woning in Box 1. Voor de eigenaar is de woning geen Box 3 vermogen als de langstlevende het vruchtgebruik heeft geërfd. De eigenaar betaalt dan geen belasting over dit vermogen.

vruchtgebruik woning box 3

Hoe moet je bij vruchtgebruik de erfbelasting berekenen?

Het berekenen van de erfbelasting bij vruchtgebruik gaat op basis van de WOZ waarde en de leeftijd van de partner die er blijft wonen. Hoe ouder de partner is, des te lager is de waarde van het recht. De rest is belast bij de eigenaar. In dit handige overzicht kun je zien hoe dat werkt:

vruchtgebruik erfbelasting berekenen
klik op het plaatje voor groot formaat

Wie moet er tekenen voor de verkoop van een woning bij vruchtgebruik?

Voor het antwoord op deze vraag is van belang wat er in de akte staat:

  • Als het vruchtgebruik nog niet in het kadaster staat, mag de gebruiker niet overgaan tot verkoop van de woning. Inschrijven bij het kadaster kan alleen met een akte van vestiging. Daarvoor heb je een notaris nodig.
  • Wanneer het al wel is ingeschreven, kan de gebruiker het huis alleen maar verkopen als in de “akte van vestiging” staat dat het mag.
  • In alle andere gevallen moet je dus samen met de eigenaren tekenen.
  • Kom je er samen niet uit? Dan kan de gebruiker een advocaat inschakelen en naar de kantonrechter stappen.
vruchtgebruik woning verkoop

Wie betaalt het onderhoud van de woning bij vruchtgebruik?

Hierover is de wet duidelijk. De vruchtgebruiker moet goed op de woning passen en het normale onderhoud voor zijn rekening nemen. Ook moet je er voor zorgen dat er een verzekering is. Doe je dat niet, dan kan de eigenaar in actie komen en naar de rechter stappen.

vruchtgebruik woning onderhoud

Kun je het vruchtgebruik van een woning ook afkopen?

Ja het afkopen van het vruchtgebruik van een woning is mogelijk. De vruchtgebruiker kan de eigendom er bij kopen en daardoor volledig eigenaar worden. Of de eigenaar kan de vruchtgebruiker een bedrag bieden om te vertrekken. Beide partijen zijn niet verplicht om hieraan mee te werken. Daarop is één uitzondering. Als de vruchtgebruiker afstand wil doen zonder daarvoor een bedrag te vragen, dan moet de eigenaar meewerken. Let op: als je er zelf niet gaat wonen, dan moet je bij afstand wel 8% overdrachtsbelasting betalen! Het afkopen van het vruchtgebruik kan alleen met een akte van de notaris.

vruchtgebruik woning afkopen

Meer lezen?

Veelgestelde vragen

Wat is de betekenis van vruchtgebruik?

Vruchtgebruik geeft het recht om goederen die aan een ander toebehoren, te gebruiken en daarvan de vruchten te genieten. Daarbij kun je denken aan je huis. Je kunt de eigendom aan de kinderen nalaten en het vruchtgebruik van je woning na overlijden aan je partner geven. Je partner mag het dan zelf bewonen of verhuren.

Welk artikel van de wet gaat over vruchtgebruik?

Vruchtgebruik staat in artikel 201 tot 226 van Boek 3

Titel 8. Vruchtgebruik:

Artikel 201
Vruchtgebruik geeft het recht om goederen die aan een ander toebehoren, te gebruiken en daarvan de vruchten te genieten.
Artikel 202
Vruchtgebruik ontstaat door vestiging of door verjaring.
Artikel 203
1 Vruchtgebruik kan worden gevestigd ten behoeve van één persoon, ofwel ten behoeve van twee of meer personen hetzij gezamenlijk hetzij bij opvolging. In het laatste geval moeten ook de later geroepenen op het ogenblik van de vestiging bestaan.
2 Vruchtgebruik kan niet worden gevestigd voor langer dan het leven van de vruchtgebruiker. Vruchtgebruik ten behoeve van twee of meer personen wast bij het einde van het recht van een hunner bij dat van de anderen aan, bij ieder in evenredigheid van zijn aandeel, en eindigt eerst door het tenietgaan van het recht van de laatst overgeblevene, tenzij anders is bepaald.
3 Is de vruchtgebruiker een rechtspersoon, dan eindigt het vruchtgebruik door ontbinding van de rechtspersoon, en in ieder geval na verloop van dertig jaren na de dag van vestiging.
Artikel 204
[Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 205
1 Tenzij een bewind reeds tot een voldoende boedelbeschrijving heeft geleid of daartoe verplicht, moet de vruchtgebruiker in tegenwoordigheid of na behoorlijke oproeping van de hoofdgerechtigde een notariële beschrijving van de goederen opmaken. De beschrijving kan ondershands worden opgemaakt, indien de hoofdgerechtigde tegenwoordig is en hoofdgerechtigde en vruchtgebruiker een regeling hebben getroffen omtrent haar bewaring.
2 Zowel de vruchtgebruiker als de hoofdgerechtigde hebben het recht om in de beschrijving alle bijzonderheden te doen opnemen, die dienstig zijn om de toestand waarin de aan het vruchtgebruik onderworpen zaken zich bevinden, te doen kennen.
3 De hoofdgerechtigde is bevoegd de levering en afgifte van de aan het vruchtgebruik onderworpen goederen op te schorten, indien de vruchtgebruiker niet terzelfder tijd zijn verplichting tot beschrijving nakomt.
4 De vruchtgebruiker moet jaarlijks aan de hoofdgerechtigde een ondertekende nauwkeurige opgave zenden van de goederen die niet meer aanwezig zijn, van de goederen die daarvoor in de plaats zijn gekomen, en van de voordelen die de goederen hebben opgeleverd en die geen vruchten zijn.
5 De vruchtgebruiker kan van de verplichtingen die ingevolge de voorgaande leden op hem rusten, niet worden vrijgesteld.
6 Tenzij anders is bepaald, komen de kosten van de beschrijving en van de in lid 4, bedoelde jaarlijkse opgave ten laste van de vruchtgebruiker.
Artikel 206
1 De vruchtgebruiker moet voor de nakoming van zijn verplichtingen jegens de hoofdgerechtigde zekerheid stellen, tenzij hij hiervan is vrijgesteld of de belangen van de hoofdgerechtigde reeds voldoende zijn beveiligd door de instelling van een bewind.
2 Is de vruchtgebruiker van het stellen van zekerheid vrijgesteld, dan kan de hoofdgerechtigde jaarlijks verlangen dat hem de aan het vruchtgebruik onderworpen zaken worden getoond. Ten aanzien van waardepapieren en gelden kan, behoudens bijzondere omstandigheden, met overlegging van een verklaring van een geregistreerde krediet-instelling worden volstaan.
Artikel 207
1 Een vruchtgebruiker mag de aan het vruchtgebruik onderworpen goederen gebruiken of verbruiken overeenkomstig de bij de vestiging van het vruchtgebruik gestelde regels of, bij gebreke van zodanige regels, met inachtneming van de aard van de goederen en de ten aanzien van het gebruik of verbruik bestaande plaatselijke gewoonten.
2 Een vruchtgebruiker is voorts bevoegd tot alle handelingen die tot een goed beheer van de aan het vruchtgebruik onderworpen goederen dienstig kunnen zijn. Tot alle overige handelingen ten aanzien van die goederen zijn de hoofdgerechtigde en de vruchtgebruiker slechts tezamen bevoegd.
3 Jegens de hoofdgerechtigde is de vruchtgebruiker verplicht ten aanzien van de aan het vruchtgebruik onderworpen goederen en het beheer daarover de zorg van een goed vruchtgebruiker in acht te nemen.
Artikel 208
1 Van zaken die aan het vruchtgebruik zijn onderworpen, mag de vruchtgebruiker de bestemming die deze bij de aanvang van het vruchtgebruik hadden, niet veranderen zonder toestemming van de hoofdgerechtigde of machtiging van de kantonrechter.
2 Tenzij in de akte van vestiging anders is bepaald, is de vruchtgebruiker van een zaak, zowel tijdens de duur van zijn recht als bij het einde daarvan, bevoegd om aan de zaak aangebrachte veranderingen en toevoegingen weg te nemen, mits hij de zaak in de oude toestand terugbrengt.
Artikel 209
1 De vruchtgebruiker is verplicht het voorwerp van zijn vruchtgebruik ten behoeve van de hoofdgerechtigde te verzekeren tegen die gevaren, waartegen het gebruikelijk is een verzekering te sluiten. In ieder geval is de vruchtgebruiker, indien een gebouw aan zijn vruchtgebruik is onderworpen, verplicht dit tegen brand te verzekeren.
2 Voor zover de vruchtgebruiker aan de in het eerste lid omschreven verplichtingen niet voldoet, is de hoofdgerechtigde bevoegd zelf een verzekering te nemen en is de vruchtgebruiker verplicht hem de kosten daarvan te vergoeden.
Artikel 210
1 Tenzij bij de vestiging anders is bepaald, is de vruchtgebruiker bevoegd in en buiten rechte nakoming te eisen van aan het vruchtgebruik onderworpen vorderingen en tot het in ontvangst nemen van betalingen.
2 Tenzij bij de vestiging anders is bepaald, is hij tot ontbinding en opzegging van overeenkomsten slechts bevoegd, wanneer dit tot een goed beheer dienstig kan zijn.
3 De hoofdgerechtigde is slechts bevoegd de in de vorige leden genoemde bevoegdheden uit te oefenen, indien hij daartoe toestemming van de vruchtgebruiker of machtiging van de kantonrechter heeft gekregen. Tegen de machtiging van de kantonrechter krachtens dit lid is geen hogere voorziening toegelaten.
Artikel 211
1 Ook wanneer bij de beschrijving of in een jaarlijkse opgave een of meer goederen die aan het vruchtgebruik onderworpen zijn, slechts naar hun soort zijn aangeduid, behoudt de hoofdgerechtigde daarop zijn recht.
2 De vruchtgebruiker is verplicht zodanige goederen afgescheiden van zijn overig vermogen te houden.
Artikel 212
1 Voor zover de aan een vruchtgebruik onderworpen goederen bestemd zijn om vervreemd te worden, is de vruchtgebruiker tot vervreemding overeenkomstig hun bestemming bevoegd.
2 Bij de vestiging van het vruchtgebruik kan aan de vruchtgebruiker de bevoegdheid worden gegeven ook over andere dan de in het vorige lid genoemde goederen te beschikken. Ten aanzien van deze goederen vinden de artikelen 208, 210 lid 2 en 217 lid 2, en 3, tweede zin, en lid 4, geen toepassing.
3 In andere gevallen mag een vruchtgebruiker slechts vervreemden of bezwaren met toestemming van de hoofdgerechtigde of machtiging van de kantonrechter. De machtiging wordt alleen gegeven, wanneer het belang van de vruchtgebruiker of de hoofdgerechtigde door de vervreemding of bezwaring wordt gediend en het belang van de ander daardoor niet wordt geschaad.
Artikel 213
1 Hetgeen in de plaats van aan vruchtgebruik onderworpen goederen treedt doordat daarover bevoegdelijk wordt beschikt, behoort aan de hoofdgerechtigde toe en is eveneens aan het vruchtgebruik onderworpen. Hetzelfde is het geval met hetgeen door inning van aan vruchtgebruik onderworpen vorderingen wordt ontvangen, en met vorderingen tot vergoeding die in de plaats van aan vruchtgebruik onderworpen goederen treden, waaronder begrepen vorderingen ter zake van waardevermindering van die goederen.
2 Ook zijn aan het vruchtgebruik onderworpen de voordelen die een goed tijdens het vruchtgebruik oplevert en die geen vruchten zijn.
Artikel 214
1 Tenzij bij de vestiging anders is bepaald, moeten gelden die tot het vruchtgebruik behoren, in overleg met de hoofdgerechtigde vruchtdragend belegd of in het belang van de overige aan het vruchtgebruik onderworpen goederen besteed worden.
2 In geval van geschil omtrent hetgeen ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde gelden dient te geschieden, beslist daaromtrent de persoon die bij de vestiging van het vruchtgebruik daartoe is aangewezen, of bij gebreke van een zodanige aanwijzing, de kantonrechter. Tegen een beschikking van de kantonrechter krachtens dit lid is geen hogere voorziening toegelaten.
Artikel 215
1 Is bij de vestiging van een vruchtgebruik of daarna aan de vruchtgebruiker de bevoegdheid gegeven tot gehele of gedeeltelijke vervreemding en vertering van aan het vruchtgebruik onderworpen goederen, dan kan de hoofdgerechtigde bij het einde van het vruchtgebruik afgifte vorderen van de in vruchtgebruik gegeven goederen of hetgeen daarvoor in de plaats getreden is, voor zover de vruchtgebruiker of zijn rechtverkrijgenden niet bewijzen dat die goederen verteerd of door toeval tenietgegaan zijn.
2 Bij verlening van de bevoegdheid tot vervreemding en vertering kunnen een of meer personen worden aangewezen, wier toestemming voor de vervreemding en voor de vertering nodig is. Staat het vruchtgebruik onder bewind, dan zijn de vervreemding en de vertering van de medewerking van de bewindvoerder afhankelijk.
3 Is aan de vruchtgebruiker de bevoegdheid tot vervreemding en vertering verleend, dan mag hij de goederen ook voor gebruikelijke kleine geschenken bestemmen.
Artikel 216
De vruchtgebruiker komen alle vruchten toe, die tijdens het vruchtgebruik afgescheiden of opeisbaar worden. Bij de vestiging van het vruchtgebruik kan nader worden bepaald wat met betrekking tot het vruchtgebruik als vrucht moet worden beschouwd.
Artikel 217
1 De vruchtgebruiker is bevoegd de aan het vruchtgebruik onderworpen zaken te verhuren of te verpachten, voor zover bij de vestiging van het vruchtgebruik niet anders is bepaald.
2 Indien bij de vestiging van het vruchtgebruik een onroerende zaak niet verhuurd of verpacht was, kan de vruchtgebruiker niet verhuren of verpachten zonder toestemming van de hoofdgerechtigde of machtiging van de kantonrechter, tenzij de bevoegdheid daartoe hem bij de vestiging van het vruchtgebruik is toegekend.
3 Na het einde van het vruchtgebruik is de hoofdgerechtigde verplicht een bevoegdelijk aangegane huur of verpachting gestand te doen. Hij kan nochtans gestanddoening weigeren, voor zover zonder zijn toestemming hetzij de overeengekomen tijdsduur van de huur langer is dan met het plaatselijk gebruik overeenstemt of bedrijfsruimte in de zin van de zesde afdeling van titel 4 van Boek 7 is verhuurd voor een langere tijd dan vijf jaren, hetzij de verpachting is geschied voor een langere duur dan twaalf jaren voor hoeven en zes jaren voor los land, hetzij de verhuring of verpachting is geschied op ongewone, voor hem bezwarende voorwaarden.
4 De hoofdgerechtigde verliest de bevoegdheid gestanddoening te weigeren, wanneer de huurder of pachter hem een redelijke termijn heeft gesteld om zich omtrent de gestanddoening te verklaren en hij zich niet binnen deze termijn heeft uitgesproken.
5 Indien de hoofdgerechtigde volgens de vorige leden niet verplicht is tot gestanddoening van een door de vruchtgebruiker aangegane verhuring van woonruimte waarin de huurder bij het eindigen van het vruchtgebruik zijn hoofdverblijf heeft en waarop de artikelen 271 tot en met 277 van Boek 7 van toepassing zijn, moet hij de huurovereenkomst niettemin met de huurder voortzetten met dien verstande dat artikel 269 lid 2 van Boek 7, van overeenkomstige toepassing is.
Artikel 218
Tot het instellen van rechtsvorderingen en het indienen van verzoeken ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak die zowel het recht van de vruchtgebruiker als dat van de hoofdgerechtigde betreft, is ieder van hen bevoegd, mits hij zorg draagt dat de ander tijdig in het geding wordt geroepen.
Artikel 219
Buiten de gevallen, geregeld in de artikelen 88 en 197 van Boek 2 en artikel 123 van Boek 5, blijft de uitoefening van stemrecht, verbonden aan een goed dat aan vruchtgebruik is onderworpen, de hoofdgerechtigde toekomen, tenzij bij de vestiging van het vruchtgebruik anders is bepaald. Bij een vruchtgebruik als bedoeld in de artikelen 19 en 21 van Boek 4 komt het stemrecht eveneens aan de vruchtgebruiker toe, tenzij bij de vestiging van het vruchtgebruik door partijen of door de kantonrechter op de voet van artikel 23 lid 4 van Boek 4 anders wordt bepaald.
Artikel 220
1 Gewone lasten en herstellingen worden door de vruchtgebruiker gedragen en verricht. De vruchtgebruiker is verplicht, wanneer buitengewone herstellingen nodig zijn, aan de hoofdgerechtigde van deze noodzakelijkheid kennis te geven en hem gelegenheid te verschaffen tot het doen van deze herstellingen. De hoofdgerechtigde is niet tot het doen van enige herstelling verplicht.
2 Nochtans is een hoofdgerechtigde, aan wie tengevolge van een beperking in het genot van de vruchtgebruiker een deel van de vruchten toekomt, verplicht naar evenredigheid bij te dragen in de lasten en kosten, die volgens het voorgaande lid ten laste van de vruchtgebruiker komen.
Artikel 221
1 Indien de vruchtgebruiker in ernstige mate tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen, kan de rechtbank op vordering van de hoofdgerechtigde aan deze het beheer toekennen of het vruchtgebruik onder bewind stellen.
2 De rechtbank kan hangende het geding het vruchtgebruik bij voorraad onder bewind stellen.
3 De rechtbank kan voor het bewind of beheer zodanige voorschriften geven als zij dienstig acht. Op het bewind zijn voor het overige de artikelen 154, 157 tot en met 166, 168, 170, 172, 173, 174 en 177 lid 1 van Boek 4 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de kantonrechter de in artikel 159 van Boek 4 bedoelde beloning ook op grond van bijzondere omstandigheden anders kan regelen, alsmede dat hij de in artikel 160 van Boek 4 bedoelde zekerheidstelling te allen tijde kan bevelen. Het bewind kan door een gezamenlijk besluit van de vruchtgebruiker en de hoofdgerechtigde of op verzoek van een hunner door de rechtbank worden opgeheven.
Artikel 222
1 Wanneer een nalatenschap, onderneming of soortgelijke algemeenheid in vruchtgebruik is gegeven, kan de hoofdgerechtigde van de vruchtgebruiker verlangen dat de tot die algemeenheid behorende schulden uit de tot het vruchtgebruik behorende goederen worden voldaan of, voor zover de hoofdgerechtigde deze schulden uit eigen middelen heeft voldaan, dat hem het betaalde, vermeerderd met rente van de dag der betaling af, uit het vruchtgebruik wordt teruggegeven. Voldoet de vruchtgebruiker een schuld uit eigen vermogen, dan behoeft de hoofdgerechtigde hem het voorgeschotene eerst bij het einde van het vruchtgebruik terug te geven.
2 Het in het voorgaande lid bepaalde vindt overeenkomstige toepassing, wanneer het vruchtgebruik is gevestigd op bepaalde goederen en daarop buitengewone lasten drukken.
Artikel 223
Een vruchtgebruiker kan zijn recht overdragen of bezwaren zonder dat daardoor de duur van het recht gewijzigd wordt. Naast de verkrijger is de oorspronkelijke vruchtgebruiker hoofdelijk voor alle uit het vruchtgebruik voortspruitende verplichtingen jegens de hoofdgerechtigde aansprakelijk. Is aan de oorspronkelijke vruchtgebruiker bij de vestiging van het vruchtgebruik een grotere bevoegdheid tot vervreemding, verbruik of vertering gegeven dan de wet aan de vruchtgebruiker toekent, dan komt die ruimere bevoegdheid niet aan de latere verkrijgers van het vruchtgebruik toe.
Artikel 224

Indien een vruchtgebruiker uit hoofde van de aan het vruchtgebruik verbonden lasten en verplichtingen op zijn kosten afstand van zijn recht wil doen, is de hoofdgerechtigde gehouden hieraan mede te werken.
Artikel 225
Na het eindigen van het vruchtgebruik rust op de vruchtgebruiker of zijn rechtverkrijgenden de verplichting de goederen ter beschikking van de hoofdgerechtigde te stellen.
Artikel 226
1 Op een recht van gebruik en een recht van bewoning vinden de regels betreffende vruchtgebruik overeenkomstige toepassing, behoudens de navolgende bepalingen.
2 Indien enkel het recht van gebruik is verleend, heeft de rechthebbende de bevoegdheid de aan zijn recht onderworpen zaken te gebruiken en er de vruchten van te genieten, die hij voor zich en zijn gezin behoeft.
3 Indien enkel het recht van bewoning is verleend, heeft de rechthebbende de bevoegdheid de aan zijn recht onderworpen woning met zijn gezin te bewonen.
4 Hij die een der in dit artikel omschreven rechten heeft, kan zijn recht niet vervreemden of bezwaren, noch de zaak door een ander laten gebruiken of de woning door een ander laten bewonen.

Moet je bij vruchtgebruik de woning opgeven in Box 3?

Voor de vruchtgebruiker is de woning waarop het recht rust een eigen woning in Box 1. Voor de eigenaar is de woning geen Box 3 vermogen als de langstlevende het vruchtgebruik heeft geërfd. De eigenaar betaalt dan geen belasting over dit vermogen.

Artikel 3:111 Wet IB 2001:
“In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder eigen woning: ….. voorzover dat de belastingplichtige of personen die behoren tot zijn huishouden anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staat op grond van ….. een recht van vruchtgebruik, een recht van bewoning of een recht van gebruik dat de belastingplichtige krachtens erfrecht heeft verkregen, indien met betrekking tot die woning de belastingplichtige de voordelen geniet en de kosten en lasten op hem drukken”

Artikel 5.4 Wet IB 2001:
“Tot de bezittingen behoren niet goederen: …. waarop een vruchtgebruik rust ten behoeve van de echtgenoot van een overleden ouder van de belastingplichtige op grond van een uiterste wilsbeschikking van die ouder”

Hoe moet je bij vruchtgebruik de erfbelasting berekenen?

Voor het berekenen van de erfbelasting over het vruchtgebruik heb je de WOZ waarde van de woning nodig en de leeftijd van de langstlevende.

Check hier ons blog waarin we uitleggen hoe je daarmee de erfbelasting bij vruchtgebruik kunt berekenen.

Artikel 21 Successiewet:
“Onroerende zaken die in gebruik zijn als woning, worden in aanmerking genomen naar de volgens hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor die onroerende zaken vastgestelde waarde voor het kalenderjaar waarin de verkrijging plaatsvindt dan wel, ingeval de verkrijger daarvoor kiest, voor het op dat kalenderjaar volgende kalenderjaar.”

“De waarde van hetgeen onder de last van een vruchtgebruik, een beperkt recht of van een periodieke uitkering wordt verkregen, wordt gesteld op de waarde in onbezwaarde staat, verminderd met de waarde van die last.”

“Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de bepaling van de waarde van een vruchtgebruik, van beperkte rechten en van rechten op en verplichtingen tot periodieke uitkeringen en voor het daarbij te gebruiken percentage.”


Artikel 5 Uitvoeringsbesluit Successiewet:
“De waarde van een periodieke uitkering in geld van het leven van één persoon afhankelijk, wordt gesteld op het jaarlijkse bedrag, vermenigvuldigd met:
16, wanneer degene gedurende wiens leven de uitkering moet plaatshebben, jonger dan 20 jaar is,
15, wanneer degene gedurende wiens leven de uitkering moet plaatshebben,20 jaar of ouder, doch jonger dan 30 jaar is,
14, wanneer degene gedurende wiens leven de uitkering moet plaatshebben, 30 jaar of ouder, doch jonger dan 40 jaar is,
13, wanneer degene gedurende wiens leven de uitkering moet plaatshebben, 40 jaar of ouder, doch jonger dan 50 jaar is,
12, wanneer degene gedurende wiens leven de uitkering moet plaatshebben, 50 jaar of ouder, doch jonger dan 55 jaar is,
11, wanneer degene gedurende wiens leven de uitkering moet plaatshebben, 55 jaar of ouder, doch jonger dan 60 jaar is,
10, wanneer degene gedurende wiens leven de uitkering moet plaatshebben, 60 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar is,
8, wanneer degene gedurende wiens leven de uitkering moet plaatshebben, 65 jaar of ouder, doch jonger dan 70 jaar is,
7, wanneer degene gedurende wiens leven de uitkering moet plaatshebben, 70 jaar of ouder, doch jonger dan 75 jaar is,
5, wanneer degene gedurende wiens leven de uitkering moet plaatshebben, 75 jaar of ouder, doch jonger dan 80 jaar is,
4, wanneer degene gedurende wiens leven de uitkering moet plaatshebben, 80 jaar of ouder, doch jonger dan 85 jaar is,
3, wanneer degene gedurende wiens leven de uitkering moet plaatshebben, 85 jaar of ouder, doch jonger dan 90 jaar is,
2, wanneer degene gedurende wiens leven de uitkering moet plaatshebben, 90 jaar of ouder is.”


Artikel 10 Uitvoeringsbesluit Successiewet:
“Het percentage, bedoeld in artikel 21, veertiende lid, van de Successiewet 1956, wordt gesteld op 6.”

Wie moet er tekenen voor de verkoop van een woning bij vruchtgebruik?

Voor het antwoord op deze vraag is van belang wat er in de akte staat. De wet zegt er het volgende over:

Artikel 3: 212 Burgerlijk Wetboek:
“1 Voor zover de aan een vruchtgebruik onderworpen goederen bestemd zijn om vervreemd te worden, is de vruchtgebruiker tot vervreemding overeenkomstig hun bestemming bevoegd.
2 Bij de vestiging van het vruchtgebruik kan aan de vruchtgebruiker de bevoegdheid worden gegeven ook over andere dan de in het vorige lid genoemde goederen te beschikken. Ten aanzien van deze goederen vinden de artikelen 208, 210 lid 2 en 217 lid 2, en 3, tweede zin, en lid 4, geen toepassing.
3 In andere gevallen mag een vruchtgebruiker slechts vervreemden of bezwaren met toestemming van de hoofdgerechtigde of machtiging van de kantonrechter. De machtiging wordt alleen gegeven, wanneer het belang van de vruchtgebruiker of de hoofdgerechtigde door de vervreemding of bezwaring wordt gediend en het belang van de ander daardoor niet wordt geschaad.”

Wie betaalt het onderhoud van de woning bij vruchtgebruik?

Hierover is de wet duidelijk. De vruchtgebruiker moet goed op de woning passen en het normale onderhoud voor zijn rekening nemen. Ook moet je er voor zorgen dat er een verzekering is. Doe je dat niet, dan kan de eigenaar in actie komen en naar de rechter stappen.

Artikel 3:207 Burgerlijk Wetboek:
“1 Een vruchtgebruiker mag de aan het vruchtgebruik onderworpen goederen gebruiken of verbruiken overeenkomstig de bij de vestiging van het vruchtgebruik gestelde regels of, bij gebreke van zodanige regels, met inachtneming van de aard van de goederen en de ten aanzien van het gebruik of verbruik bestaande plaatselijke gewoonten.
2 Een vruchtgebruiker is voorts bevoegd tot alle handelingen die tot een goed beheer van de aan het vruchtgebruik onderworpen goederen dienstig kunnen zijn. Tot alle overige handelingen ten aanzien van die goederen zijn de hoofdgerechtigde en de vruchtgebruiker slechts tezamen bevoegd.
3 Jegens de hoofdgerechtigde is de vruchtgebruiker verplicht ten aanzien van de aan het vruchtgebruik onderworpen goederen en het beheer daarover de zorg van een goed vruchtgebruiker in acht te nemen.


Artikel 3:220 Burgerlijk Wetboek:
1 Gewone lasten en herstellingen worden door de vruchtgebruiker gedragen en verricht. De vruchtgebruiker is verplicht, wanneer buitengewone herstellingen nodig zijn, aan de hoofdgerechtigde van deze noodzakelijkheid kennis te geven en hem gelegenheid te verschaffen tot het doen van deze herstellingen. De hoofdgerechtigde is niet tot het doen van enige herstelling verplicht.
2 Nochtans is een hoofdgerechtigde, aan wie tengevolge van een beperking in het genot van de vruchtgebruiker een deel van de vruchten toekomt, verplicht naar evenredigheid bij te dragen in de lasten en kosten, die volgens het voorgaande lid ten laste van de vruchtgebruiker komen.


Artikel 3:221 Burgerlijk Wetboek:
“1 Indien de vruchtgebruiker in ernstige mate tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen, kan de rechtbank op vordering van de hoofdgerechtigde aan deze het beheer toekennen of het vruchtgebruik onder bewind stellen.”

Kun je het vruchtgebruik van een woning ook afkopen?

Ja het afkopen van het vruchtgebruik van een woning is mogelijk. De vruchtgebruiker kan de eigendom er bij kopen en daardoor volledig eigenaar worden. Of de eigenaar kan de vruchtgebruiker een bedrag bieden om te vertrekken. Beide partijen zijn niet verplicht om hieraan mee te werken. Daarop is één uitzondering. Als de vruchtgebruiker afstand wil doen zonder daarvoor een bedrag te vragen, dan moet de eigenaar meewerken. Let op: als je er zelf niet gaat wonen, dan moet je bij afstand wel 8% overdrachtsbelasting betalen! Het afkopen van het vruchtgebruik kan alleen met een akte van de notaris.

Artikel 3:224 Burgerlijk Wetboek:
“Indien een vruchtgebruiker uit hoofde van de aan het vruchtgebruik verbonden lasten en verplichtingen op zijn kosten afstand van zijn recht wil doen, is de hoofdgerechtigde gehouden hieraan mede te werken.”

Artikel 3:81 Burgerlijk Wetboek:
“Beperkte rechten gaan teniet door: …. afstand;”

Artikel 3:98 Burgerlijk Wetboek:
“Tenzij de wet anders bepaalt, vindt al hetgeen in deze afdeling omtrent de overdracht van een goed is bepaald, overeenkomstige toepassing op de vestiging, de overdracht en de afstand van een beperkt recht op een zodanig goed.”

Artikel 3:89 Burgerlijk Wetboek:
“De voor overdracht van onroerende zaken vereiste levering geschiedt door een daartoe bestemde, tussen partijen opgemaakte notariële akte, gevolgd door de inschrijving daarvan in de daartoe bestemde openbare registers.”