Voor de erfbelasting heb je deze aftrekposten

Bij de aangifte erfbelasting zijn er een paar belangrijke aftrekposten die veel mensen over het hoofd zien. Als je deze vergeet te vermelden betaal je als erfgenaam teveel erfbelasting.

1. Openstaande rekeningen

Kort voor het overlijden kunnen er onverwacht hoge kosten ontstaan. Denk bijvoorbeeld aan de rekeningen voor particuliere zorg of het verblijf in een hospice. Kosten die de overledene zelf heeft gemaakt zijn aftrekbaar voor de erfbelasting. Ook als je de rekening pas na het overlijden ontvangt.

Kosten die de erfgenamen maken zijn helaas niet aftrekbaar. Denk bijvoorbeeld aan de rekening van de notaris voor de verklaring van erfrecht of de rekening van de accountant voor het opstellen van de belastingaangifte.

2. Schulden van de overledene, zoals de hypotheek

De erfbelasting wordt berekend over de waarde van de nalatenschap. Daarbij gaat het niet alleen om de bezittingen maar ook om de schulden. Erf je een koopwoning? Dan is alleen het verschil tussen de WOZ-waarde en de hypotheekschuld belast. Stel dat je een koopwoning erft met een marktwaarde van € 500.000, een WOZ-waarde van € 400.000 en een hypotheekschuld van € 250.000. In dat geval betaal je erfbelasting over € 150.000.

Veel mensen sluiten een overlijdensrisicoverzekering af waarmee de hypotheek deels of geheel wordt afgelost na overlijden. Over deze verzekeringsuitkering kan erfbelasting verschuldigd zijn. Stel bijvoorbeeld dat alleenstaande persoon A overlijdt en een koopwoning nalaat aan zijn familielid B. Heeft A zelf een verzekering afgesloten waarmee de hypotheek wordt afgelost? Dan moet B over het uitgekeerde bedrag erfbelasting betalen.

Stel dat samenwoners C en D over en weer een kruislingse verzekering hebben afgesloten op elkaars leven. In dat geval ontvangt D een uitkering van de verzekeraar op het moment dat C overlijdt. Anders dan bij het voorbeeld van A en B is deze kruislingse uitkering in beginsel niet belast met erfbelasting. Gebruikt D de uitkering om de hypotheek af te lossen na het overlijden van C? Dan mag de volledige hypotheek nog steeds bij de aftrekposten worden vermeld in de aangifte erfbelasting.

3. De nog niet uitbetaalde erfenis van de overleden partner

Het is gebruikelijk dat na het overlijden van de eerste van beide echtgenoten de volledige erfenis wordt toegedeeld aan de langstlevende. In ruil hiervoor erven de kinderen een geldvordering. Deze is in beginsel pas opeisbaar na het overlijden van de langstlevende. In de tussentijd betaalt de langstlevende geen rente of aflossing aan de kinderen.

De geldvordering van de kinderen en de daarmee corresponderende schuld van de langstlevende geef je niet op in Box 3 van de inkomstenbelasting. Dit wordt “defiscalisatie” genoemd. Hierdoor kun je gemakkelijk over het hoofd zien dat de kinderen nog een vordering hebben op de langstlevende. De kans hierop is groter bij een kleine erfenis waarbij de erfdelen lager waren dan de vrijstellingen. In dat geval is er bij het eerste overlijden misschien geen aangifte erfbelasting gedaan. Hierdoor is de hoogte van de schuld niet officieel vastgesteld.

De schuld aan de kinderen ontstaat op grond van de wet. Er is ook sprake van een schuld als de hoogte niet bekend is. Zolang er bij het overlijden van de eerste echtgenoot sprake was van een positief vermogen, heb je bij het tweede overlijden altijd een aftrekpost. Het is dus verstandig om uit te zoeken hoe het vermogen er uit zag op het moment dat de eerste van beide echtgenoten overleed.

Dit onderwerp is niet alleen voor echtparen van belang. Ook bij een partnerschap ontstaat er een schuld aan de kinderen bij het overlijden van de eerste ouder. Hetzelfde geldt voor samenwoners met een langstlevende testament. Ook in die situatie erven de kinderen normaal gezien een geldvordering.

Na het overlijden van de langstlevende ouder mag je trouwens een schuld opgeven gebaseerd op de marktwaarde (!) van het koophuis bij het overlijden van de eerste ouder. In het eerdere rekenvoorbeeld werd bij het eerste overlijden de erfbelasting berekend over € 150.000 (WOZ-waarde minus hypotheek). Bij het tweede overlijden mag een schuld worden opgevoerd van € 250.000 (marktwaarde minus hypotheek). Onderaan dit blog vind je een link naar meer uitleg hierover.

4. De uitvaartkosten

De kosten voor de uitvaart heeft de overledene niet zelf gemaakt, maar zijn wel aftrekbaar voor de erfbelasting. De belastingdienst heeft het over “de normale kosten”. De successiewet hanteert het begrip “niet bovenmatig”. Behalve de kosten voor de plechtigheid zijn ook de kosten voor een graf aftrekbaar, inclusief de grafsteen. Vaak is de factuur van de steenhouwer het laatste waarop je nog zit te wachten voordat je de aangifte kunt indienen. Mijns inziens hoef je daar helemaal niet op te wachten omdat je gewoon het geoffreerde bedrag in de aangifte kunt vermelden. De kans is klein dat de uiteindelijke nota veel hoger uitvalt.

erfbelasting aftrekposten

5. Inkomstenbelasting

Soms moet er na een overlijden veel inkomstenbelasting worden betaald. Bijvoorbeeld als er sprake is van een door het overlijden gestaakte onderneming. De inkomstenbelasting is een schuld van de nalatenschap en dus één van de aftrekposten in de aangifte erfbelasting.

Meer lezen?

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven