De belastingdienst heeft onlangs een interessant standpunt gepubliceerd over de erfbelasting. Bij het overlijden van de langstlevende mag je de aftrekbare vorderingen van de kinderen baseren op de marktwaarde van de woning. Dit betekent dat voor de erfbelasting dus niet altijd de WOZ-waarde geldt. In dit blog leg ik uit wat hiervan de gevolgen zijn voor de praktijk en hoe je daarmee erfbelasting kunt besparen.
Rekenvoorbeeld erfbelasting op basis van WOZ-waarde
Stel een echtpaar is getrouwd in gemeenschap van goederen en heeft twee kinderen. Het vermogen bestaat uit een woning met een WOZ waarde van € 600.000 en een marktwaarde van € 750.000. Voor het gemak gaan we er even van uit dat er geen schulden zijn en geen ander vermogen.
Op het moment dat de eerste van beiden overlijdt, gaat de hele erfenis naar de langstlevende. De kinderen erven in ruil daarvoor een vordering. De erfenis is de helft van de gemeenschap van goederen. Uitgaande van de WOZ waarde is dat de helft van € 600.000, dus € 300.000. Er zijn drie erfgenamen (de langstlevende en beide kinderen) dus ieder van de kinderen erft een vordering van € 100.000.
Stel dat de langstlevende een jaar later overlijdt en dat de WOZ-waarde en de marktwaarde gelijk zijn gebleven. De erfenis van de langstlevende bestaat dan uit een woning van € 600.000 en een schuld aan de kinderen van € 200.000. De kinderen erven samen € 400.000, dus ieder € 200.000.
De vorderingen van de kinderen in de eerste erfenis en de erfdelen van de kinderen in de tweede erfenis zijn precies gelijk aan de WOZ waarde van de woning. In totaal wordt dus € 600.000 in de heffing van erfbelasting betrokken.
Standpunt Kennisgroep Successiewet
Aan de Kennisgroep Successiewet is de volgende kwestie voorgelegd. In werkelijkheid hebben de kinderen bij het eerste overlijden een vordering geërfd van € 125.000. Want de marktwaarde van de woning is € 750.000 en de erfenis is de helft hiervan, ofwel € 375.000. Er zijn drie erfgenamen, dus ieder kind heeft een vordering geërfd van € 125.000. Het erfrecht gaat namelijk niet uit van de WOZ-waarde. Deze waarde geldt alleen voor de Successiewet en de erfbelasting. Voor het erfrecht (ander wetboek!) moet je gewoon uitgaan van de marktwaarde.
Nou is de vraag welke van de twee waarden aftrekbaar is in de tweede erfenis:
- Is dat de hoogte van de vordering zoals deze blijkt uit de aangifte erfbelasting bij het eerste overlijden? In dat geval is 2 keer € 100.000 aftrekbaar, op basis van de WOZ-waarde op het moment dat de eerste echtgenoot overleed.
- Of is dat de hoogte van de vordering op basis van de marktwaarde bij het eerste overlijden? In dat geval is 2 keer € 125.000 aftrekbaar, op basis van de marktwaarde op het moment dat de eerste echtgenoot overleed.
Volgens dit standpunt van de kennisgroep is de tweede methode juist. Daarbij wordt verwezen naar een oude uitspraak van de Hoge Raad uit 1995. Toch kunnen we dit in de praktijk als “nieuws” bestempelen omdat in de tussentijd de Successiewet aangepast is in 2010. Ten tijde van de uitspraak van de Hoge Raad gold de WOZ-waarde nog niet als maatstaf.
Rekenvoorbeeld erfbelasting op basis van marktwaarde
Laten we nog een keer hetzelfde voorbeeld bekijken, maar dan met de aangepaste waardering van de vordering bij het tweede overlijden.
Bij het eerste overlijden is er fiscaal geen verschil. Op het moment dat de eerste van beiden overlijdt, gaat de hele erfenis naar de langstlevende. De kinderen erven in ruil daarvoor een vordering. De erfenis is de helft van de gemeenschap van goederen. Uitgaande van de WOZ waarde is dat de helft van € 600.000, dus € 300.000. Er zijn drie erfgenamen (de langstlevende en beide kinderen) dus ieder van de kinderen erft een vordering met een fiscale waarde van € 100.000. De werkelijke, civiele vordering op basis van de marktwaarde is € 125.000. Toch wordt de erfbelasting berekend over € 100.000.
Stel dat de langstlevende een jaar later overlijdt en dat de WOZ-waarde en de marktwaarde gelijk zijn gebleven. De erfenis van de langstlevende bestaat dan uit een woning met een WOZ-waarde van € 600.000 en een schuld aan de kinderen van € 250.000. De kinderen erven, fiscaal gezien, samen € 350.000, dus ieder € 175.000.
In de tweede erfenis moet je voor de waarde van de – tot die erfenis behorende – woning dus uitgaan van de WOZ-waarde op dat moment. Maar voor de hoogte van de vordering van de kinderen mag je uit gaan van de marktwaarde van de woning op het moment dat de eerste echtgenoot overleed.
In totaal wordt nu niet € 600.000 maar slechts € 550.000 betrokken in de heffing van erfbelasting. Het voordeel is in dit rekenvoorbeeld 20% van 50.000. Het standpunt van de Kennisgroep Successiewet bespaart in dit geval dus € 10.000 erfbelasting.
Betekenis voor de praktijk
Huizenprijzen gaan in de meeste jaren omhoog en de WOZ-waarde loopt altijd wat achter de marktwaarde aan. Dit betekent meestal dat de marktwaarde hoger is dan de WOZ-waarde. Is dat het geval bij het overlijden van de eerste echtgenoot? Dan leidt dit verschil tot een besparing van erfbelasting bij het overlijden van de tweede echtgenoot. Om dit voordeeltje mee te pakken moet je wel de juiste stappen zetten bij het overlijden van de eerste echtgenoot. Bij een fors verschil tussen de WOZ-waarde en de marktwaarde zou ik zelf het volgende stappenplan volgen:
Stappenplan
- Geef op korte termijn na het overlijden opdracht voor een taxatie met de sterfdag als peildatum. Hoe hoger de taxatie, hoe groter het voordeel bij het tweede overlijden.
- Dien de aangifte erfbelasting in, waarbij je mag kiezen tussen de WOZ-waarde van het jaar van overlijden en het jaar daarna. Uiteraard kies je voor de laagste van beiden, want dat is gunstiger voor de erfbelasting.
- Mocht je een afwijkende rente willen afspreken, denk er dan aan dat je dit moet doen vóórdat je de aangifte erfbelasting indient. Want daarin moet je het afgesproken rentepercentage vermelden. Klik hier voor meer uitleg over de renteovereenkomst.
- Wacht totdat de aangifte is verwerkt en de aanslag erfbelasting is opgelegd.
- Maak vervolgens een vaststellingsovereenkomst waarin je alle bedragen vermeldt. Gebruik eventueel het voorbeeld hieronder.
Vaststellingsovereenkomst vordering kinderen


Geachte infotaris.
Erg blij met de info betreffende het standpunt van de Kennisgroep Successiewet!
Ik heb te maken met een testament waarbij ( recentelijk) aangifte erfbelasting is gedaan op basis van de WOZ waarde.
De markt waarde ligt anderhalve ton hoger.
Bij de aangifte is gebruik gemaakt van een opvullegaat dat 60% van het kindsdeel uitmaakt. De vrijstelling 40 %.
Er is ook een renteclausule van 6%.
Omdat er nu een extra vordering komt doordat de waarde van het kindsdeel stijgt zou dit impliceren dat er ook meer rente kan worden berekend.
Telt de vergrootte waarde dan in zijn geheel mee voor de renteberekening of moet hier met de verhouding 60%-40% rekening worden gehouden?
Dit is een goede vraag. Volgens mij moet je de vorderingen van de kinderen opnieuw berekenen uitgaande van de marktwaarde, waarbij het bedrag van het opvullegaat ongewijzigd blijft (dus gelijk aan het bedrag in euro’s dat je hebt ingevuld in de aangifte). De hogere vordering van de kinderen vormt ook de nieuwe rentevoet. Uiteraard komt niet het volledige verschil tussen de WOZ-waarde en de marktwaarde ten goede aan de kinderen, ook al blijft het opvullegaat gelijk. Je moet immers ook rekening houden met de gemeenschap van goederen en het erfdeel van de langstlevende. Ik zou de beide stukken (aangifte en vaststelling vorderingen) uit voorzorg laten controleren door een notaris. Beter nu wat kosten maken bij de notaris dan in de toekomst – na het overlijden van de langstlevende – een discussie met de belastingdienst moeten voeren.
Mijn vrouw is overleden in de maand januari 2025. Voor de aangifte erfbelasting heb ik voor de WOZ-waarde van ons huis de waarde van 2025 genomen (peildatum 1 januari 2024). De aanslag is conform aangifte opgelegd. De WOZ-waarde 2026 (peildatum 1 januari 2025) is € 84.000 hoger dan de waarde van 2025. Kan ik in een Vaststellingsovereenkomst nu de WOZ-waarde van 2026 als werkelijke waarde voor de woning gebruiken per sterfdag van mijn vrouw? Een taxatie van mijn woning is dan niet nodig.
Ik vind dit best een slim idee! Zou het gewoon doen als ik u was.
Beste …..
Bij aangifte erfbelasting van een huis moet je afwijken van de WOZ indien de marktwaarde door recente wijziging aan het huis is toegenomen. Je moet dan uitgaan van de WEV (waarde in economisch verkeer). Wat is de situatie als het huis door verwaarlozing (achterstallig onderhoud) veel minder waard is dan de WOZ? Is het dan ook mogelijk om aangifte te doen op basis van WEV?
Bijvoorbaat dank
Achterstallig onderhoud ontstaat uiteraard niet plotseling in een paar maanden. Voor deze situatie kun je bezwaar maken tegen de (eerstvolgende) WOZ beschikking en die gebruiken voor de aangifte erfbelasting. De alternatieve regeling (WEV) is bedoeld voor bijvoorbeeld de situatie dat er op 1 januari (peildatum WOZ) nog een huis stond maar dat deze is afgebroken tussen 1 januari en de sterfdatum.