Rente en de erfenis, hoe zit dat?

Het is al weer meer dan twintig jaar geleden dat het nieuwe Nederlandse erfrecht werd ingevoerd. Toch spreken notarissen nog altijd over het “nieuwe” erfrecht. Over de wijziging van het erfrecht is meer dan een halve eeuw nagedacht. De gevolgen voor het notariaat waren groot. Iedereen moest op cursus en alle modellen werden vernieuwd. In dit blog ga ik in op een belangrijk onderwerp voor je erfenis onder het nieuwe erfrecht: de rente over het kindsdeel. Wat je daarover in je testament zet heeft grote gevolgen voor je erfgenamen.

Weet je nog niet wat een renteclausule is? Bekijk dan ook even de video hieronder:

De wettelijke langstlevende regeling

Misschien wel de belangrijkste wijziging in het nieuwe erfrecht is dat er nu automatisch een langstlevende regeling van toepassing is als je getrouwd bent en kinderen hebt.

Deze regeling houdt in dat de langstlevende samen met de kinderen erfgenaam is. De volledige erfenis wordt toegedeeld aan de langstlevende. Hij of zij wordt hierdoor bijvoorbeeld de enige eigenaar van de koopwoning. De kinderen ontvangen hun erfdeel in de vorm van een niet opeisbare geldvordering op de langstlevende.

Stel bijvoorbeeld dat jullie getrouwd zijn in gemeenschap van goederen en dat jullie samen twee kinderen hebben. Stel dat de gemeenschap van goederen een waarde heeft van € 300.000. Op het moment dat de eerste van beiden overlijdt is de erfenis de helft van de gemeenschap van goederen, ofwel € 150.000. Er zijn drie erfgenamen, de langstlevende en de beide kinderen. De drie erfgenamen hebben ieder recht op een erfdeel van € 50.000. Alle bezittingen en schulden worden toegedeeld aan de langstlevende. De beide kinderen erven in ruil hiervoor ieder een geldvordering van € 50.000.

De vordering op de langstlevende is in beginsel pas opeisbaar na het overlijden van de langstlevende. In de tussentijd hoeft de langstlevende geen rente of aflossing te betalen. Wel kan er een rente worden bijgeteld. Op grond van de wet wordt er een rente bijgeteld voor zover de wettelijke rente hoger is dan 6%. Is de wettelijke rente bijvoorbeeld 7%? Dan wordt er dus 1% per jaar bijgeteld op de vordering.

Inflatie en wettelijke rente

De meeste Nederlandse gezinnen hebben een koopwoning. Als je de huizenmarkt een beetje volgt dan weet je dat de huizenprijzen de laatste jaren hard zijn gestegen.

Stel dat je als kind een geldvordering erft op je langstlevende ouder. Dan wordt over dit bedrag nauwelijks rente bijgeteld. Dit komt doordat de wettelijke rente sinds de invoering van het nieuwe erfrecht maar twee keer (en slechts over een korte periode) boven de 6% is geweest. Namelijk in de eerst helft van het jaar 2003 en over het volledige jaar 2024. Per 1 januari 2025 is de wettelijke rente weer verlaagd naar 6%. Dit betekent dat er sinds de invoering van het nieuwe wettelijke erfrecht geen noemenswaardige rente is bijgeteld over het kindsdeel.

In onderstaande grafiek zie je de wettelijke rente tussen 1980 en 2025.

wettelijke rente testament

Stel dat je bijvoorbeeld in 2005 een vordering hebt geërfd die in 2025 opeisbaar wordt. Dan heb je over een periode van twintig jaar maar recht op 1% rente. Dit komt doordat er over 19 jaren geen rente is bijgeteld en over één jaar (2024) een rente van slechts 1% is bijgeteld. In dat jaar was de wettelijke rente namelijk 7% en moest er dus 1% worden bijgeteld.

Tussen 2005 en 2025 zijn de huizenprijzen sterk gestegen. In onderstaande grafiek zie je de ontwikkeling van de huizenprijzen tot en met januari 2025.

huizenprijzen 2025

Tussen 2005 en 2025 zijn de huizenprijzen ongeveer verdubbeld. Stel dat je bijvoorbeeld een vordering van € 100.000 erfde in 2005. Op dat moment kon je daar bijna een half huis van kopen. Op dit moment koop je daar bijna een kwart huis voor. De “koopkracht” van je vordering is dus gehalveerd door geldontwaarding.

Het voorbeeld van Dennis en Monique

Als jullie samen kinderen hebben, dan is het misschien niet zo erg dat de vordering van de kinderen niet groeit met rente. Via de tweede erfenis komt de waardestijging van het huis toch wel bij de kinderen terecht. Maar dit geldt uiteraard niet voor samengestelde gezinnen. Stiefkinderen zijn – zonder testament – geen erfgenaam van hun stiefouder. De kinderen van degene die het eerste overlijdt delen dus niet mee in de toekomstige waardestijging van het huis.

Dennis en Monique zijn in 1997 getrouwd onder huwelijkse voorwaarden. Samen hebben ze geen kinderen, maar ze hebben ieder wel een kind uit een eerdere relatie. Dennis heeft uit zijn eerste huwelijk een dochter, Yvette. Monique heeft uit haar eerste huwelijk ook een dochter, Francien. Toen Dennis en Monique trouwden had Monique al een koophuis. Dit koophuis was aan haar toegedeeld na haar echtscheiding. Er zat geen hypotheek meer op. Deze heeft zij namelijk afgelost met de erfenis van haar ouders.

In 2005 overlijdt Monique plotseling zonder testament. Haar erfenis bestaat uit de koopwoning, die op dat moment een waarde heeft van € 200.000. Zij laat twee erfgenamen achter, haar echtgenoot Dennis en haar dochter Francien. Het huis vererft naar Dennis. In ruil hiervoor erft Francien een geldvordering van € 100.000.

In 2025 overlijdt Dennis zonder testament. De woning is inmiddels € 400.000 waard. De enige erfgenaam is zijn dochter Yvette. Zij moet aan Francien € 101.000 uitbetalen. Dit is de oorspronkelijke vordering, verhoogd met 1% rente over het kalenderjaar 2024. De rest van de erfenis (€ 299.000) is voor Yvette.

rente erfenis kindsdeel

Oplossing 1: een renteclausule in je testament zetten

Lijkt jullie situatie op die van Dennis en Monique? Dan is het eerste wat je kunt overwegen een aanpassing van de erfdelen. Je kunt bijvoorbeeld je kinderen tot erfgenaam benoemen voor 99% en de langstlevende tot erfgenaam benoemen voor 1%.

Stel dat Monique hiervoor had gekozen. In dat geval had Francien een vordering van € 198.000 geërfd. In de twintig jaren daarna was de feitelijke waarde van de vordering nog steeds gehalveerd door de waardestijging van het huis. Dit had Monique kunnen voorkomen met een renteclausule. Dit laatste houdt in dat er – in afwijking van de wet – wel een rente moest worden bijgeteld.

Stel bijvoorbeeld dat Monique een enkelvoudige rente van 5% in haar testament had vermeld. In dat geval was in twintig jaar tijd de vordering precies verdubbeld. Op deze manier had Monique het erfdeel van haar dochter Francien kunnen beschermen tegen geldontwaarding.

Als je kiest voor een renteclausule is het gebruikelijk om een samengestelde rente te vermelden. Samengesteld betekent “rente op rente”.

Hieronder zie je hoe lang het duurt om de geldvordering van een kind te verdubbelen met een samengestelde rente:

percentage samengestelde rente:na zoveel jaar is het kindsdeel door de rente verdubbeld:
1%70 jaar
2%36 jaar
3%24 jaar
4%18 jaar
5%15 jaar
6%12 jaar

Huizenprijzen gaan gemiddeld (op lange termijn) met ongeveer 4% per jaar omhoog. Laat je een koophuis na aan je partner en wil je het erfdeel van je kind beschermen tegen inflatie? Dan is een samengestelde rente van 4% geen gek idee.

Oplossing 2: het wilsrecht inroepen

Is jouw vader of moeder overleden en heeft je langstlevende stiefouder het huis geërfd? Dan is het belangrijk om te controleren of je overleden ouder een testament heeft en wat hier in staat over het bijtellen van een rente. Als de tekst niet duidelijk is kun je een notaris vragen om advies. Vaak denken kinderen dat er wel sprake is van een rente, terwijl het gaat om een verwijzing naar de wettelijke regeling waarbij er juist geen (!) rente wordt bijgeteld. Check het dus goed!

Als er geen rente wordt bijgeteld kun je overwegen om een wilsrecht in te roepen. Dit is altijd mogelijk als er geen testament is en je een vordering erft op je stiefouder. In dat geval heb je dit recht op grond van de wet. Heeft je overleden ouder wel een testament? Dan kan jouw wilsrecht daarin buiten toepassing zijn verklaard.

Het inroepen van je wilsrecht houdt in dat je de geldvordering ruilt voor bezittingen. Vervolgens houdt de langstlevende het vruchtgebruik van die bezittingen. Stel bijvoorbeeld dat je een renteloze geldvordering erft van € 100.000 op je langstlevende stiefouder die een huis erft met een waarde van € 400.000. In dat geval kun je eisen dat een kwart van het huis op jouw naam wordt gezet. Stel dat de langstlevende twintig jaar later overlijdt en dat het huis is verdubbeld in waarde. In dat geval is jouw erfdeel ook verdubbeld omdat je mede-eigenaar bent!

Als je overleden ouder geen renteclausule heeft geregeld, dan kun je jouw erfdeel beschermen tegen inflatie door een wilsrecht in te roepen.

Meer lezen?

Veelgestelde vragen:

Wat is een renteclausule in je testament?

In de wet staat het volgende over de rente:

Artikel 4:13 lid 4 Burgerlijk Wetboek:
“De in lid 3 bedoelde geldsom wordt, tenzij de erflater, dan wel de echtgenoot en het kind tezamen, anders hebben bepaald, vermeerderd met een percentage dat overeenkomt met dat van de wettelijke rente, voor zover dit percentage hoger is dan zes, berekend per jaar vanaf de dag waarop de nalatenschap is opengevallen, bij welke berekening telkens uitsluitend de hoofdsom in aanmerking wordt genomen.”

Deze regeling is niet verplicht. Je kunt hier in een testament van afwijken met een renteclausule. Daar kan bijvoorbeeld in staan dat er altijd 6% rente wordt bijgeteld, ook als de wettelijke rente lager is.

Krijg je rente over je legitieme portie als je onterfd bent?

Als de erfenis niet naar de partner van je overleden ouder gaat, dan heb je recht op uitbetaling na 6 maanden. Tot dat moment krijg je geen rente. Heb je op tijd om uitbetaling gevraagd maar gebeurt dat te laat? Dan moet vanaf 6 maanden na het overlijden de wettelijke rente worden bijgeteld. Hierbij gaat het om de volledige wettelijke rente (!) en dus niet om het meerdere boven 6%.

Artikel 4:81 lid 1 Burgerlijk Wetboek:
“De vordering is niet opeisbaar voordat zes maanden zijn verstreken na het overlijden van de erflater.”

Gaat de erfenis wel naar de partner van je overleden ouder, dan heb je meestal pas recht op uitbetaling als de langstlevende partner overlijdt. In dat geval heb je recht op bijtelling van een rentepercentage als de wettelijke rente hoger is dan 6%. Alleen het meerdere wordt bijgeteld.

Artikel 4:84 Burgerlijk Wetboek:
“De vorderingen worden verhoogd met een percentage dat overeenkomt met dat van de wettelijke rente, voor zover dit percentage hoger is dan zes, berekend per jaar vanaf de dag waarop aanspraak op de legitieme portie is gemaakt, bij welke berekening telkens uitsluitend de hoofdsom in aanmerking wordt genomen.”

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven