Rente en de erfenis. Hoe zit dat?

Het nieuwe erfrecht is er al sinds 2003. Toch wordt het door notarissen nog steeds het nieuwe erfrecht genoemd. Op zich is dat wel te begrijpen. Over de nieuwe wet is meer dan een halve eeuw nagedacht. De invoering had grote gevolgen voor het notariaat. Alle modellen werden anders en iedereen moest op cursus. In dit blog ga ik in op een belangrijk onderwerp in het nieuwe wettelijke erfrecht: rente en de erfenis. Bekijk ook even de video over de renteclausule hieronder!

Inflatie en wettelijke rente

Door de lange aanloop naar het nieuwe erfrecht, gaan de wettelijke regels voor rente nog uit van de inflatie in de jaren ’80. Die was toen zo hoog dat een rente van meer dan 10% nodig was om de inflatie weer omlaag te brengen. We leven nu in een andere tijd. De overheid probeert nu met een extreem lage rente de inflatie juist te verhogen. Aangezien de gemiddelde huizenprijs in 6 jaar tijd met 35% is gestegen, lijkt dat beleid te werken. Het betekent ook dat de rente niet meer gelijk op gaat met de inflatie. Het erfrecht gaat er vanuit dat de wettelijke rente meestal 6% is, maar hoger wordt als de inflatie oploopt. Die stelling klopt dus niet meer. Dat dit in de praktijk grote gevolgen kan hebben, blijkt wel uit het volgende voorbeeld.

Het voorbeeld van Dennis en Monique

Dennis en Monique zijn in 1997 getrouwd op huwelijkse voorwaarden. Dennis heeft uit een eerder huwelijk een dochter, Yvette. Monique heeft ook een dochter, Francien. Monique had al een huis vrij van hypotheek voordat ze Dennis leerde kennen.

huizenprijzen 2019

Wanneer Monique in 2003 plotseling overlijdt zonder testament, zijn Francien en Dennis samen erfgenaam. Dennis erft de woning die op dat moment € 200.000 waard is. Francien krijgt in ruil daarvoor een “tegoedbon” van € 100.000. Dit is een schuld van Dennis aan Francien. Als Dennis in 2019 overlijdt, erft zijn dochter Yvette de woning die dan € 300.000 waard is. Aan Francien moet zij nog € 100.000 betalen. Yvette houdt € 200.000 over en erft dus twee keer zo veel als Francien. De stijging van de waarde gaat aan Francien voorbij. Zij erft maar één/derde van het huis waarvan haar moeder enig eigenaar was.

rente erfenis kindsdeel

Krijg je rente over het kindsdeel in de erfenis?

De “tegoedbon” is een schuld van Dennis aan Francien. Je hebt alleen recht op rente over het kindsdeel in de erfenis als de wettelijke rente hoger is dan 6%. Daarmee wordt de “tegoedbon” in dat geval verhoogd. Na de invoering van het nieuwe erfrecht in 2003 is de rente nooit boven de 6% geweest. In dezelfde periode is de huizenprijs wel met 50% gestegen. Hierdoor krijgt Francien geen cent rente wanneer Dennis overlijdt. Het erfdeel van Francien is daardoor elk jaar 3% in koopkracht gedaald. Dit is vast niet wat haar moeder had gewild.

renteclausule testament

Is een renteclausule in je testament de oplossing?

Was dit probleem er niet geweest als Monique een renteclausule in haar testament had? Dan kreeg Francien naast het kindsdeel ook rente uit de erfenis. Maar niemand weet precies wat de wettelijke rente, de inflatie en de huizenprijzen gaan doen in de toekomst. De perfecte renteclausule voor je testament bestaat dus niet. Maak je een testament voor je partner en heb je een kind uit een eerdere relatie? Dan is dit iets om met de notaris te bespreken.

De rente die je kiest, heeft een groter effect dan je misschien denkt. Kijk maar eens in de tabel hieronder:

percentage samengestelde rente:na zoveel jaar is het kindsdeel door de rente verdubbeld:
1%70 jaar
2%36 jaar
3%24 jaar
4%18 jaar
5%15 jaar
6%12 jaar

Meer lezen?

Krijg je rente over het kindsdeel in de erfenis?

Je hebt alleen recht op rente over het kindsdeel in de erfenis als de wettelijke rente hoger is dan 6%. Daarmee wordt je vordering als kind in dat geval verhoogd. Na de invoering van het nieuwe erfrecht in 2003 is de rente nooit boven de 6% geweest. In dezelfde periode is de huizenprijs wel met 50% gestegen.

Wat is een renteclausule in je testament?

De standaard regeling die in de wet staat is niet verplicht. Je kunt hier in een testament van afwijken met een renteclausule. Daar kan bijvoorbeeld in staan dat er altijd 6% rente wordt bijgeteld, ook als de wettelijke rente lager is.

Artikel 4:13 lid 4 Burgerlijk Wetboek:
“De in lid 3 bedoelde geldsom wordt, tenzij de erflater, dan wel de echtgenoot en het kind tezamen, anders hebben bepaald, vermeerderd met een percentage dat overeenkomt met dat van de wettelijke rente, voor zover dit percentage hoger is dan zes, berekend per jaar vanaf de dag waarop de nalatenschap is opengevallen, bij welke berekening telkens uitsluitend de hoofdsom in aanmerking wordt genomen.”

Krijg je ook rente over je legitieme portie?

Als de erfenis niet naar de partner van je overleden ouder gaat, heb je recht op betaling na 6 maanden. Tot dat moment krijg je geen rente. Heb je op tijd om betaling gevraagd maar gebeurt dat te laat? Dan moet er na die 6 maanden 2% rente op jaarbasis worden bijgeteld (dat is het huidige percentage van de wettelijke rente).

Artikel 4:81 lid 1 Burgerlijk Wetboek:
“De vordering is niet opeisbaar voordat zes maanden zijn verstreken na het overlijden van de erflater.”

Gaat de erfenis wel naar de partner van je overleden ouder, dan heb je meestal pas recht op betaling als de partner overlijdt. In dat geval kan het zo zijn dat er in de tussentijd een rente wordt bijgeteld. Dat is het geval als de wettelijke rente hoger is dan 6%.

Artikel 4:82 Burgerlijk Wetboek:
“Een erflater kan aan een uiterste wilsbeschikking ten behoeve van zijn niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot de voorwaarde verbinden dat de vordering van een legitimaris, voor zover deze ten laste zou komen van de echtgenoot, eerst opeisbaar is na diens overlijden. Een voorwaarde als bedoeld in de vorige zin kan op overeenkomstige wijze worden verbonden aan een making ten behoeve van een andere levensgezel, indien deze met de erflater een gemeenschappelijke huishouding voert en een notarieel verleden samenlevingsovereenkomst is aangegaan.”

Artikel 4:84 Burgerlijk Wetboek:
“De vorderingen worden verhoogd met een percentage dat overeenkomt met dat van de wettelijke rente, voor zover dit percentage hoger is dan zes, berekend per jaar vanaf de dag waarop aanspraak op de legitieme portie is gemaakt, bij welke berekening telkens uitsluitend de hoofdsom in aanmerking wordt genomen.”