Enkele dagen geleden verscheen er een interessant bericht op de website van de Rijksoverheid. Mogelijk komt er een nieuwe wijze van waardering van geldvorderingen voor de heffing van erfbelasting. Dit is van belang voor alle stellen met kinderen. De waardering heeft namelijk gevolgen voor de erfbelasting die betaald wordt op het moment dat de eerste van beide partners overlijdt. In dit blog leg ik uit hoe het zit.
De gebruikelijke langstlevende regeling
In 2003 is het nieuwe Nederlandse erfrecht ingevoerd. Sinds dat jaar geldt er standaard een langstlevende regeling indien je getrouwd bent of geregistreerd als partner. De regeling houdt in dat de langstlevende samen met de kinderen erfgenaam is. De volledige erfenis wordt automatisch toegedeeld aan de langstlevende. In ruil hiervoor erven de kinderen een geldvordering ter grootte van hun erfdeel. Deze geldvordering is in beginsel pas opeisbaar na het overlijden van de langstlevende. In de tussentijd ontvangen de kinderen geen rente of aflossing.
Neem bijvoorbeeld het geval dat een echtpaar gehuwd is in gemeenschap van goederen. Stel dat de gemeenschap van goederen € 400.000 waard is en dat het echtpaar één kind heeft. Op het moment dat de eerste van beiden overlijdt is de erfenis van de overledene de helft van de gemeenschap van goederen. De andere helft is uiteraard van de langstlevende. De erfenis van de overleden echtgenoot bedraagt dus € 200.000 en er zijn twee erfgenamen, de langstlevende en het kind. De volledige erfenis van € 200.000 wordt toegedeeld aan de langstlevende. Die houdt in ruil daarvoor een schuld aan het kind van € 100.000.
Waardering vordering
Voor de heffing van erfbelasting wordt een onderscheid gemaakt tussen de “nominale” en “contante” waarde van de geldvordering die het kind erft. Een euro die je pas over tien of twintig jaar krijgt, is op dit moment minder waard dan een euro. Om die reden wordt de erfbelasting niet berekend over het volledige bedrag (€ 100.000) maar over de lagere marktwaarde (de contante waarde) van de vordering. De marktwaarde is onder andere afhankelijk van de leeftijd van de langstlevende.
De waarde van de vordering wordt berekend op basis van een leeftijdstabel en een rentepercentage. De leeftijdstabel vind je in artikel 5 van het Uitvoeringsbesluit Successiewet. Het rentepercentage, dat op dit moment 6% bedraagt, vind je in artikel 10 van het Uitvoeringsbesluit Successiewet. Deze twee artikelen worden misschien aangepast. De leeftijdstabel wijzigt vanwege de gewijzigde levensverwachtingen. Het rentepercentage wijzigt vanwege de lagere marktrentes die we de afgelopen jaren gewend waren.
Recent is in opdracht van de rijksoverheid dit onderzoek uitgevoerd naar de waardering. Hierna zal ik eerst uitleggen hoe het huidige systeem werkt. Daarna leg ik uit hoe de voorgestelde nieuwe waardering uitpakt. Ik benadruk dat het een adviserend onderzoek is. Het is nog niet 100% zeker dat dit het nieuwe systeem wordt. Ook is nog niet bekend wanneer een eventuele nieuwe regeling in werking treedt.
1. Het huidige oude systeem
Stel dat het echtpaar uit bovenstaand voorbeeld 68 jaar is en geen testament heeft. In dat geval is de contante waardering van de geldvorderingen 48% lager dan de nominale waarde. Voor de duidelijkheid: de vordering van het kind wordt niet lager. Het kind heeft nog steeds een vordering van € 100.000 op de langstlevende. Het enige verschil is dat de erfbelasting wordt berekend over een lager bedrag, namelijk € 52.000 (€ 100.000 minus 48%).
Je moet de “afwaardering” niet verwarren met de vrijstelling. Na het berekenen van de contante waarde mag je de vrijstelling nog in mindering brengen. Overigens wordt de afwaardering opgeteld bij de fiscale verkrijging van de langstlevende. Dat is meestal gunstig omdat de langstlevende recht heeft op een grote vrijstelling voor de erfbelasting. In de meeste gevallen is deze vrijstelling groter dan de totale “fiscale verkrijging” van de langstlevende. De fiscale verkrijging van de langstlevende bestaat uit zijn of haar eigen erfdeel, vermeerderd met de afwaardering van de vorderingen.
Hierna vind je de leeftijdstabel, die een combinatie is van de levensverwachting en het huidige rentepercentage van 6%. Onder de tabel bereken ik hoeveel erfbelasting er verschuldigd is in bovenstaand voorbeeld.
Huidige waarderingstabel:
| Leeftijd langstlevende op dag van overlijden: | Percentage: |
|---|---|
| tot 20 jaar | 96% |
| 20 tot 30 jaar | 90% |
| 30 tot 40 jaar | 84% |
| 40 tot 50 jaar | 78% |
| 50 tot 55 jaar | 72% |
| 55 tot 60 jaar | 66% |
| 60 tot 65 jaar | 60% |
| 65 tot 70 jaar | 48% |
| 70 tot 75 jaar | 42% |
| 75 tot 80 jaar | 30% |
| 80 tot 85 jaar | 24% |
| 85 tot 90 jaar | 18% |
| 90 jaar of ouder | 12% |
Erfbelasting in het huidige systeem
Erfrechtelijk bekeken hebben beide erfgenamen in bovenstaand voorbeeld een erfdeel van € 100.000. Maar voor de erfbelasting zit het anders. De vordering van het kind heeft een fiscale waarde van € 52.000. Deze fiscale waarde wordt niet alleen gebruikt voor het kind maar ook voor de langstlevende. Diens verkrijging bedraagt dus € 200.000 minus € 52.000, ofwel € 148.000. Het komt er dus op neer dat je de afwaardering van de vordering van het kind optelt bij de verkrijging van de langstlevende.
De vrijstelling voor de langstlevende bedraagt in 2025 minimaal € 207.886 en maximaal € 804.698. De hoogte van de vrijstelling is afhankelijk van de hoogte van het nabestaandenpensioen dat de langstlevende erft. Meer uitleg hierover vind je in dit blog. De minimale vrijstelling van € 207.886 is groter dan de fiscale verkrijging van € 148.000 in bovenstaand voorbeeld. De langstlevende betaalt dus geen erfbelasting over zijn of haar eigen erfdeel en de bijtelling.
In 2025 bedraagt de vrijstelling voor een kind € 25.490. Het belaste bedrag is dus € 26.510, zijnde de fiscale waarde van € 52.000 minus de vrijstelling van € 25.490. De erfbelasting hierover bedraagt 10% ofwel € 2.651. Van de langstlevende wordt verwacht dat hij of zij dit bedrag voorschiet. Als dit inderdaad gebeurt, resteert daarna nog een vordering van € 97.349.
Het mogelijke nieuwe systeem
Het rapport adviseert uit te gaan van hogere levensverwachtingen en een lager rentepercentage van 3,83%. Als je beiden met elkaar combineert kom je uit op de volgende percentages voor de waardering:
Nieuwe waarderingstabel:
| Leeftijd langstlevende op dag van overlijden: | Percentage: |
|---|---|
| tot 20 jaar | 160,86% |
| 20 tot 25 jaar | 145,54% |
| 25 tot 30 jaar | 141,71% |
| 30 tot 35 jaar | 134,05% |
| 35 tot 40 jaar | 126,39% |
| 40 tot 45 jaar | 114,90% |
| 45 tot 50 jaar | 107,24% |
| 50 tot 55 jaar | 95,75% |
| 55 tot 60 jaar | 84,26% |
| 60 tot 65 jaar | 72,77% |
| 65 tot 70 jaar | 61,28% |
| 70 tot 75 jaar | 49,79% |
| 75 tot 80 jaar | 38,30% |
| 80 tot 85 jaar | 26,81% |
| 85 tot 90 jaar | 19,15% |
| 90 tot 95 jaar | 11,49% |
| 95 jaar of ouder | 7,66% |
Volgens mij kan het niet de bedoeling zijn om langstlevenden jonger dan 50 jaar te belasten voor meer dan 100% van de erfenis. Hoe dat precies zit heb ik tot nu toe nog niet kunnen vinden in het rapport. Misschien heb ik iets over het hoofd gezien of moet daar nog iets voor worden bedacht. Volgens mij kan een vordering geen negatieve waarde hebben, en de bijtelling dus nooit meer zijn dan 100%.
Erfbelasting bij nieuwe tabel
Zou de erfbelasting in het eerder gegeven voorbeeld omhoog of omlaag gaan bij de nieuwe tabel? Laten we dat eens doorrekenen. De casus was dus een echtpaar met een gemeenschap van goederen van € 400.000 en één kind. De langstlevende partner is 68 jaar oud. In de huidige tabel hoort bij die leeftijd een percentage van 48%. In de nieuwe tabel gaat dit percentage omhoog naar 61,28. Dit is een gevolg van de veel hogere levensverwachting.
Dit betekent dat de fiscale verkrijging van de langstlevende € 161.280 is. De fiscale verkrijging van het kind is € 38.720 (€ 100.000 verminderd met 61,28%). Vervolgens komt de vrijstelling in mindering. In 2025 bedraagt deze € 25.490. Er blijft dus een belaste verkrijging over van € 13.230. De erfbelasting hierover bedraagt 10% ofwel € 1.323. Dit is minder dan de helft van de belasting die verschuldigd is bij de huidige tabel!
De erfbelasting gaat dus omlaag?
De voorgestelde wijziging van de waardering zal in standaardgevallen en bij doorsnee vermogens leiden tot een lagere erfbelasting. Dit komt door een betere benutting van de vrijstelling van de langstlevende. In het rapport wordt hierover het volgende gezegd:
Door een hogere waardering van vruchtgebruik met vervreemdings- en verteringsbevoegdheid zal bij een wettelijke verdeling de waarde van de verkrijging voor de langstlevende echtgenoot toenemen, terwijl de waarde van de kinderen die erven afneemt. Omdat de verkrijging van de langstlevende echtgenoot bij kleine en middelgrote vermogens onder de grens van de partnervrijstelling zal blijven, leidt de verschuiving in omvang van de verkrijgingen in dergelijke gevallen tot een lagere belastingdruk. Deze uitkomst sluit ook beter aan bij de realiteit, omdat de langstlevende als gevolg van de wettelijke verdeling ook daadwerkelijk over het volledig nagelaten vermogen kan beschikken, terwijl de schulden aan de kinderen nog niet direct op de langstlevende drukken. Anderzijds leidt de aanpassing van de rekenforfaits voor de schenk- en erfbelasting tot een verhoging van de belastingdruk voor (zeer) grote vermogens die gebruikmaken van rentebijschrijving op schulden die krachtens erfrecht of schenking zijn ontstaan. Het hierboven genoemde voordeel speelt niet bij (zeer) grote vermogens, omdat de vrijstellingen al volledig worden benut.
Maar juich niet te snel, want ook voor gewone mensen zijn er nadelen. Op dit moment kun je nog een rente van 6% afspreken over de vorderingen van de kinderen. Op die manier kun je bijvoorbeeld meer vermogen aan de kinderen overdragen op het moment dat de langstlevende naar het verpleeghuis gaat. Als de maximaal toegestane rente omlaag gaat, dan groeit de vordering minder hard en kun je dus minder vermogen overdragen. Dat leidt dan weer tot een hogere eigen bijdrage voor het verpleeghuis. Dus of Jan Modaal er wat mee op schiet, dat valt nog te bezien?
Iedereen terug naar de notaris voor een nieuw testament?
Fiscale wijzigingen leiden altijd tot gedragswijzigingen. De kans is groot dat de nieuwe regels voor de één een kans zijn, maar voor de ander een probleem dat opgelost moet worden. Zo zal de nieuwe waardering het onderwerp opvullegaat een stuk minder belangrijk maken, terwijl het goedkoper wordt om de erfdelen van de kinderen te vergroten. Wil je daar meer over weten? Bekijk dan de video hierboven.
