Moet je een vordering op een erfenis opgeven in Box 3?

Elk jaar moet je in de belastingaangifte aangeven hoeveel vermogen je had op 1 januari. Je vordering op een erfenis is altijd onderdeel van je vermogen, maar hoef je niet altijd op te geven in Box 3.

Soorten vorderingen

Het antwoord op de vraag of je de vordering in een erfenis moet opgeven in Box 3, hangt af van het soort vordering dat je erft.

Stel je oom of tante overlijdt op 1 december en jij erft een geldlegaat. Dit legaat is normaal gezien na 6 maanden opeisbaar, dus op 1 juni van het jaar daarna. In dit geval heb je op 1 januari een vordering die nog niet opeisbaar is. Deze vordering moet je wel opgeven in Box 3.

Stel je vader overlijdt en jij erft een vordering op de partner van je overleden vader. Deze vordering kun je krijgen op grond van:

  1. Een erfstelling in het testament, waarbij de “wettelijke verdeling” van toepassing is.
  2. De verdeling van de erfenis door de erfgenamen, waarbij jij een vordering krijgt.
  3. Een legaat in het testament aan jou, dat je pas kunt opeisen als de partner overlijdt.

Al deze vorderingen zijn voor jou vrijgesteld in Box 3. In situatie 2 en 3 is daarvoor nog wel nodig dat de partner van je overleden ouder ook fiscaal partner is voor de erfbelasting. Is dat niet het geval, dan moet jij je vordering alsnog opgeven in Box 3. In de wet staat het als volgt:

vordering erfenis box 3

Vrijstelling Box 3

Ook wanneer je de vordering wel moet opgeven in Box 3, hoef je er misschien geen belasting over te betalen. Samen met je fiscaal partner heb je een vrijstelling van meer dan € 100.000 euro.

Meer lezen?