Ook over de legitieme portie moet je gewoon erfbelasting betalen. Een onterfd kind betaalt net zoveel erfbelasting als een kind dat wel erfgenaam is. De vrijstelling en de tarieven zijn hetzelfde en de manier van berekenen ook. In dit blog ontdek je hoe het zit. Ik heb ook een serie video’s gemaakt over de legitieme portie. Je kunt alle afleveringen gratis bekijken op mijn YouTube kanaal. In de video hieronder leg ik uit hoe het zit met de erfbelasting.
Waarom erfbelasting, want je bent toch geen erfgenaam?
De Successiewet belast alle verkrijgingen krachtens erfrecht. Onder dit ruime begrip valt niet alleen een erfgenaam, maar bijvoorbeeld ook een legataris of een legitimaris. Een legataris is iemand die een legaat krijgt uit een erfenis. Denk bijvoorbeeld aan een legaat van een auto of een legaat van een geldbedrag. Een legitimaris is een afstammeling van de overledene die aanspraak maakt op de legitieme portie.
Sinds de invoering van het nieuwe erfrecht krijg je bij een beroep op de legitieme portie een geldvordering. De hoogte van deze vordering is gelijk aan de helft van het erfdeel dat je had gekregen als je niet was onterfd en er geen schenkingen waren gedaan. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat er niks valt te erven omdat alles bij leven weg is gegeven. Ook dan kun je een beroep doen op de legitieme.
In beginsel is de geldvordering van het onterfde kind opeisbaar 6 maanden na het overlijden. Gaat de erfenis naar de langstlevende partner van de overledene? Dan is de vordering normaal gezien pas opeisbaar na het overlijden van de langstlevende. Hiervoor gelden wel een paar voorwaarden. Zo moet er bijvoorbeeld sprake zijn van een huwelijk, een geregistreerd partnerschap of een samenlevingscontract. Onterft iemand zijn enige kind ten gunste van een partner met wie hij niet samenwoont en ook geen huwelijk of partnerschap heeft? Dan moet de partner de geldvordering van het kind uitbetalen binnen zes maanden na het overlijden.
Is de vordering pas opeisbaar na het overlijden van de langstlevende? Dan heeft dit gevolgen voor de fiscale waarde van de geldvordering en de hoogte van de erfbelasting. Hierna leg ik met twee voorbeelden uit hoe je de erfbelasting berekent.

Voorbeeld 1: recht op uitbetaling na 6 maanden
Laat de overledene geen langstlevende partner achter? Dan is de vordering van het onterfde kind in beginsel binnen 6 maanden na het overlijden opeisbaar. Deze termijn geeft de executeur de tijd om een overzicht te maken van de erfenis en een voorstel te doen aan het onterfde kind. Over de eerste 6 maanden kan het onterfde kind ook geen rente vorderen.
Hoewel je dus even geduld moet hebben en geen rente krijgt, gaat de Successiewet wel uit van de volle waarde van de legitieme. Je betaalt als onterfd kind dus erfbelasting over het gehele bedrag.
Frits is alleenstaand en laat een erfenis na van € 200.000. Hij heeft twee kinderen, Gerard en Richard. De relatie tussen Frits en Gerard is jaren geleden verstoord geraakt. Daarom heeft Frits zijn zoon Richard tot enige erfgenaam benoemd. Frits overlijdt in 2026 en Gerard doet een beroep op de legitieme. Zijn normale erfdeel was € 100.000 geweest. De legitieme is de helft hiervan. Dit betekent dat Gerard € 50.000 krijgt en dat de resterende € 150.000 voor Richard is.
In 2026 heeft een kind recht op een vrijstelling van € 26.230. Boven de vrijstelling geldt een tarief van 10% tot € 158.669 en een tarief van 20% over het meerdere. Erf je bijvoorbeeld € 200.000? Dan is de eerste € 26.230 vrijgesteld. Vervolgens wordt € 158.669 belast met 10%. Daarna is er nog € 15.101 over. Dit bedrag wordt belast met 20%.
Gerard en Richard hebben beiden recht op een vrijstelling van € 26.230. Het meerdere valt in de 10% schijf. Dit werkt als volgt uit:
| Gerard | Richard | |
|---|---|---|
| bruto verkrijging | € 50.000 | € 150.000 |
| vrijstelling | € 26.230 | € 26.230 |
| belaste som | € 23.770 | € 123.770 |
| erfbelasting (10%) | € 2.377 | € 12.377 |
| netto verkrijging | € 47.623 | € 137.623 |
Maakt een onterfd kleinkind aanspraak op de legitieme? Dan geldt dezelfde vrijstelling maar zijn de tarieven hoger. Het tarief in de eerste schijf is 18%. In de tweede schijf is het tarief 36%. De vrijstellingen en de tariefschijven worden jaarlijks verhoogd met een inflatiecorrectie.
Voorbeeld 2: recht op uitbetaling na overlijden langstlevende
Wordt de vordering niet direct uitbetaald? Bijvoorbeeld omdat de eerste van beide ouders overlijdt en de erfenis naar de langstlevende ouder gaat? Of zijn de ouders gescheiden en gaat de erfenis naar een langstlevende stiefouder? In beide gevallen staat er normaal gezien in het testament dat de vordering van het onterfde kind pas opeisbaar is na het overlijden van de langstlevende.
Misschien moet je hierdoor als onterfd kind nog wel 10 of 20 jaar wachten voordat je de geldvordering kunt opeisen. De Successiewet houdt daar rekening mee. De erfbelasting over de legitieme portie wordt in dit geval berekend aan de hand van de “contante waarde” van de vordering.
Stel ik zou aan iemand 100 euro hebben geleend. We hebben afgesproken dat de lening renteloos is en een looptijd heeft van tien jaar. Ik heb dus een renteloze vordering van 100 euro die ik pas over tien jaar kan opeisen. Zou jij die vordering van mij willen kopen voor 100 euro? Of zou je mij daar veel minder voor willen betalen? Want je krijgt geen rente en je moet nog tien jaar wachten op je geld. De marktwaarde (ook wel de “contante waarde” genoemd) is dus een stuk lager dan het werkelijke (nominale) bedrag van de vordering.
De Successiewet hanteert een eenvoudige methode om de contante waarde te berekenen. De waarde van een renteloze vordering wordt bepaald op basis van een leeftijdstabel. Hierbij gaat het om de leeftijd van de langstlevende partner. Met andere omstandigheden wordt geen rekening gehouden. Het percentage in de tabel haal je van de nominale waarde af. Bij een leeftijd van 68 jaar is de afwaardering 48%. De contante waarde van de geldvordering is dus 52% van de nominale waarde.
Leeftijdstabel
| Leeftijd langstlevende: | Percentage dat er af gaat: |
| tot 20 jaar | 96% |
| 20 tot 30 jaar | 90% |
| 30 tot 40 jaar | 84% |
| 40 tot 50 jaar | 78% |
| 50 tot 55 jaar | 72% |
| 55 tot 60 jaar | 66% |
| 60 tot 65 jaar | 60% |
| 65 tot 70 jaar | 48% |
| 70 tot 75 jaar | 42% |
| 75 tot 80 jaar | 30% |
| 80 tot 85 jaar | 24% |
| 85 tot 90 jaar | 18% |
| 90 jaar of ouder | 12% |
Veel mensen vragen zich af wat de bron is van deze tabel. Je vindt deze in het Uitvoeringsbesluit Successiewet. Het betreft de getallen in artikel 5. Deze vermenigvuldig je met het percentage uit artikel 10.
Ter volledigheid: de afwaardering is alleen van belang voor de berekening van de erfbelasting. De geldvordering zelf gaat dus niet omlaag. Het kind heeft nog steeds het volledige bedrag tegoed.
Arie en Bianca
Arie en Bianca zijn getrouwd in gemeenschap van goederen. Ze hebben twee dochters, Charlotte en Denise. De gemeenschap van goederen heeft een waarde van € 300.000. Arie overlijdt als eerste en Denise is onterfd. De erfenis is de helft van de gemeenschap van goederen, dus € 150.000. Zonder testament zou Arie drie erfgenamen hebben: Bianca, Charlotte en Denise. Ieder zou recht hebben op een erfdeel van € 50.000. De legitieme van Denise is de helft van dit bedrag, dus € 25.000.

Denise krijgt een vordering van € 25.000 die pas opeisbaar is na het overlijden van Bianca. Bianca is 68 jaar op het moment dat Arie overlijdt. Voor de erfbelasting heeft de legitieme portie van Denise een waarde van 52%, dus € 13.000. Dit is lager dan de vrijstelling van € 26.230 (2026).
Wie betaalt de erfbelasting over de legitieme portie?
Is er sprake van een direct (na 6 maanden) opeisbare vordering? Dan is het gebruikelijk dat de executeur aangifte erfbelasting doet voor de volledige nalatenschap. Als onterfd kind krijg je in dat geval een netto bedrag uitgekeerd omdat de erfbelasting al is betaald.
Kun je de vordering pas opeisen na het overlijden van de langstlevende? Dan is de langstlevende verplicht om de erfbelasting over de legitieme portie voor te schieten. Uiteraard wordt de vordering van het kind met hetzelfde bedrag verlaagd. Na het overlijden van de langstlevende heb je dus recht op uitbetaling van een netto bedrag. Let op: je moet als onterfd kind het verzoek doen aan de langstlevende om de erfbelasting te betalen. Het is verstandig om dit direct al te doen op het moment dat je aanspraak maakt op de legitieme portie.

Meer lezen?
- Nog geen aanspraak gemaakt op de legitieme? Gebruik deze modelbrief.
- Stappenplan voor het onterfde kind.
- Zo reken je het bedrag uit waar een onterfd kind recht op heeft.
- Tips indien er een koopwoning in de erfenis zit.
- De andere afleveringen van de videoserie vind je op mijn YouTube kanaal.
Veelgestelde vragen:
Wie betaalt de erfbelasting over de legitieme portie?
Als de legitieme meteen opeisbaar is, betaalt normaal gezien de executeur de erfbelasting en krijgt het onterfde kind een netto bedrag overgemaakt. Is de legitieme pas opeisbaar na het overlijden van de langstlevende? Dan is de langstlevende verplicht om de erfbelasting te betalen. De vordering van het kind wordt vervolgens met dit bedrag verlaagd. In beide gevallen ontvangt de legitimaris dus een netto bedrag omdat de erfbelasting al is betaald.
Wat komt in mindering op de legitieme portie?
Van de kosten die na een overlijden worden gemaakt, komen alleen de uitvaartkosten en vereffeningskosten in mindering op de legitieme portie. Verder gaan de giften die je bij leven hebt gekregen van je legitieme portie af.
Hoe hoog is de erfbelasting over de legitieme portie?
Voor een onterfd kind geldt dezelfde vrijstelling en hetzelfde tarief als voor een kind dat wel erfgenaam is. Boven de vrijstelling gelden er voor kinderen twee tariefschijven van 10% en 20%. Voor een kleinkind zijn er twee tariefschijven van 18% en 36%. De vrijstellingen en schijven worden elk jaar verhoogd met een inflatiecorrectie. De belastingpercentages blijven steeds hetzelfde.

Wat als 2 kinderen erfgenaam zijn en een derde kind is onterfd. Het derde kind maakt na 3 jaar aanspraak op de legitieme portie.
De twee erfgenamen hebben de erfenis al verdeeld en de daarbij behorende erfbelasting betaald. Nu zij opdraaien voor de legitieme portie van het derde kind, hebben de twee erfgenamen dus teveel erfbelasting betaald. En moet het derde kind alsnog erfbelasting betalen.
Hoe wordt dit opgelost?
Eerst tot overeenstemming komen met kind 3 over de hoogte van de legitieme portie. Vervolgens een brief sturen aan de belastingdienst waarin je uitlegt dat het anders moet.
Artikel 4:88 bevat geen termijn.