Als iemand geen partner en geen kinderen heeft, dan zijn op grond van het wettelijke erfrecht de ouders, broers en zussen erfgenaam. Veel alleenstaanden willen dat niet en maken daarom een testament. Daarin benoemen ze bijvoorbeeld vrienden of goede doelen tot erfgenamen. Regelmatig leidt dit tot verbazing bij een broer of zus. Mag dat zomaar? Ja, dat mag! Broers en zussen hebben namelijk geen legitieme portie. In dit blog ontdek je welke rechten een broer of zus wel heeft.
Hoe groot is het erfdeel van broers en zussen?
Zonder testament geldt het zogenoemde “erfrecht bij versterf”. Je vindt dit in Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek. De eerste groep van erfgenamen bestaat uit de echtgenoot en kinderen van de overledene. Ook een geregistreerde partner of een kleinkind kan (als plaatsvervuller) erfgenaam zijn in deze eerste groep. Is er in de eerste groep geen enkele erfgenaam? Dan is de tweede groep aan de beurt. Deze groep bestaat uit de ouders, broers en zussen van de overledene.
In beginsel heeft iedere erfgenaam een gelijk erfdeel. Maar op deze regel zijn wel een paar uitzonderingen.
- Het erfdeel van een ouder is minstens een kwart. Stel bijvoorbeeld dat iemand twee ouders en drie zusters achterlaat als erfgenamen. In dat geval zijn er vijf erfgenamen. De ouders hebben ieder recht op een kwart en de zusters hebben ieder recht op een zesde.
- Een halfbroer of halfzus krijgt een half erfdeel. Stel bijvoorbeeld dat iemand twee ouders achterlaat, een volle broer en een halfzus. Dan hebben de ouders ieder recht op twee/zevende. De volle broer krijgt ook twee/zevende en de halfzus krijgt één/zevende.
- Plaatsvervullers erven samen het erfdeel van degene wiens plaats zij vervullen. Stel dat de ouders van de erflater al zijn overleden en dat hij twee broers had waarvan één is overleden met achterlating van twee kinderen. De broer die nog leeft krijgt dan één/tweede van de erfenis en de kinderen van de overleden broer krijgen ieder één/vierde van de erfenis.


Hebben broers en zussen recht op een legitieme portie?
Het erfrecht kent bepaalde rechten toe aan afstammelingen, partners, bedrijfsopvolgers en onterfde bloedverwanten:
- Een onterfd kind van de erflater kan een beroep doen op de legitieme portie.
- Een onterfde echtgenoot of geregistreerd partner kan aanspraak maken op een vruchtgebruik.
- Is een kind of stiefkind van de erflater beoogd bedrijfsopvolger? Dan heeft hij of zij een overnamerecht van bedrijfsgoederen uit de nalatenschap.
- Onterfde bloedverwanten, zoals broers en zussen, hebben recht op inzage van het testament.

Broers en zussen hebben dus geen legitieme portie. De erflater mag in een testament afwijken van het wettelijke erfrecht en andere personen tot erfgenaam benoemen. In beginsel kan een broer of zus dat niet aanvechten. Het erfrecht beschermt alleen de belangen van afhankelijke personen zoals partners en kinderen van de erflater.
Uiteraard kunnen ook broers en zussen afhankelijk zijn van elkaar, maar de wet verbindt hier dus geen gevolgen aan. Dit zijn een paar andere manieren waarop je als broer of zus je rechten kunt waarborgen:
- Heb je geld uitgeleend aan een broer of zus? Zorg dan dat je hier bewijs van hebt, bijvoorbeeld in de vorm van een geldleningsovereenkomst. Als je broer of zus overlijdt, heb je een vordering op zijn of haar nalatenschap. Eventueel kun je een zekerheidsrecht bedingen, zoals een pandrecht of hypotheekrecht.
- Ben je financieel afhankelijk van je broer of zus? Een testament kan eenzijdig worden aangepast, zonder dat jij het weet. Een erfstelling biedt dus nooit 100% zekerheid. Een alternatief is bijvoorbeeld dat je een overlijdensrisicoverzekering afsluit op het leven van je broer of zus.
- Woon je samen met je broer of zus en is hij of zij in loondienst? Zoek dan uit of je aangemeld kunt worden voor het partnerpensioen.
- Woon je in een koophuis waar je broer of zus eigenaar van is? Misschien sta je dan wel op straat als hem of haar wat overkomt. Mogelijk kom je in een betere positie door een huurcontract op te stellen. Daar zitten wel wat nadelen aan, dus doe dat niet zonder advies in te winnen over alle gevolgen.
- Heb je samen met je broer of zus een bedrijf? Maak dan duidelijke afspraken over de rechten bij overlijden en leg deze vast in een VOF-contract of een aandeelhoudersovereenkomst.
Bewindvoering aanvragen?
Is je broer of zus nog in leven, maar gaat hij of zij geestelijk achteruit? Dan kun je als familielid een beschermingsbewind aanvragen bij de kantonrechter. Op deze manier kun je voorkomen dat iemand financieel misbruik maakt van je broer of zus. Bijvoorbeeld doordat diegene misbruik maakt van een door je broer of zus verleende bankvolmacht of algemene volmacht.
Het instellen van een bewind voorkomt niet dat je broer of zus een testament maakt. Het bewind ziet namelijk op het vermogen en niet op de persoon zelf. Je broer of zus mag dus, ondanks het bewind, nog steeds een handtekening zetten zolang hij of zij wilsbekwaam is. Dit is een belangrijk verschil tussen bewind en curatele. Iemand die onder curatele staat “wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand” kan slechts een testament maken met toestemming van de kantonrechter.
