Helaas zijn er honderdduizenden Nederlanders verslaafd aan drugs, drank of medicijnen. Ouders met een verslaafd kind maken zich vaak zorgen over hoe het later met hun erfenis gaat aflopen. Gelukkig zijn er een paar slimme clausules die je in een testament kunt opnemen. Hopelijk kun je daarmee voorkomen dat je erfenis verkwanseld wordt aan verkeerde dingen.
1. Maak een modern langstlevende testament
Als je getrouwd bent en kinderen hebt, dan geldt er tegenwoordig automatisch een langstlevende regeling. Deze houdt in dat alle bezittingen aan de langstlevende worden toegedeeld. In ruil daarvoor erven de kinderen een geldvordering die ze pas kunnen opeisen na het overlijden van de langstlevende.
Hebben jullie een verouderd testament, gemaakt vóór de inwerkingtreding van het nieuwe erfrecht in 2003? Dan is het sowieso verstandig om naar de notaris te gaan voor een update. Een modern testament zorgt voor maximale bescherming van de langstlevende. Bij een verouderd vruchtgebruik testament kan het bijvoorbeeld gebeuren dat het kind direct na het overlijden van de eerste ouder bezittingen op naam krijgt. Dat is niet wenselijk als het kind in de schulden zit.
De wettelijke langstlevende regeling geldt ook voor geregistreerd partners, maar niet voor samenwoners. Voor deze laatste groep is het dus extra belangrijk om een goed testament te maken. Zonder testament is de langstlevende samenwoner niet eens erfgenaam!
Is het kind geboren uit een eerdere relatie? Bespreek dan met de notaris het onderwerp “wilsrechten”. Een kind uit een eerdere relatie mag de geldvordering direct ruilen voor bezittingen uit de erfenis. Dit zogenoemde “wilsrecht” kun je buiten toepassing verklaren in je testament. Hiermee versterk je de positie van de langstlevende.
2. Verklein de vordering van het kind in de eerste erfenis
Heeft het kind problematische schulden en zit het in de bijstand? Overweeg dan om het erfdeel van het kind in de eerste erfenis kleiner te maken. Helemaal onterven kan niet omdat het kind altijd aanspraak kan maken op de legitieme portie. In dat laatste geval erft het kind een geldvordering op de langstlevende ouder die pas opeisbaar is na het overlijden van de langstlevende ouder. Het resultaat is dus vergelijkbaar met de situatie dat het kind niet is onterfd. Ook dan erft het een niet-opeisbare geldvordering op de langstlevende. Het enige verschil is de omvang van die geldvordering.
Schuldeisers kunnen proberen om verhaal te nemen op de geldvordering die het kind erft na het overlijden van de eerste ouder. Wist je bijvoorbeeld dat de gemeente met terugwerkende kracht bijstand terug kan vragen op het moment dat de geldvordering opeisbaar wordt? Om die reden zou je kunnen kiezen voor een kleinere geldvordering. Daarmee wordt de verhaalsmogelijkheid voor schuldeisers, waaronder de gemeente, ook kleiner.
Stel bijvoorbeeld dat jullie gehuwd zijn en twee kinderen hebben en dat het totale vermogen € 300.000 bedraagt. Op het moment dat de eerste van beiden overlijdt is de erfenis de helft van het vermogen, ofwel € 150.000. Er zijn drie erfgenamen: de langstlevende en de beide kinderen. Ieder van de drie erfgenamen heeft recht op één/derde, ofwel € 50.000. Alle bezittingen (€ 150.000) worden toegedeeld aan de langstlevende, die in ruil daarvoor een schuld houdt aan de kinderen van € 100.000. Per saldo erft hij of zij dus € 50.000. De beide kinderen erven ieder een geldvordering van € 50.000.
De legitieme portie (het minimale erfdeel) bedraagt in bovenstaande situatie € 25.000 per kind. Je zou er dus voor kunnen kiezen om het erfdeel van het kind in de eerste erfenis te verkleinen van één/derde naar één/zesde. Eventueel kun je dit corrigeren met een hoger erfdeel in de tweede erfenis.
3. Benoem een professionele executeur
Het is verstandig om een executeur te benoemen voor de situatie dat de laatste van beide ouders overlijdt. Je kunt als echtpaar bijvoorbeeld elkaar tot eerste executeur benoemen en de notaris tot tweede executeur.
Als je geen executeur benoemt moeten de kinderen samen bepalen wie de erfenis gaat afwikkelen. Dit kan bijvoorbeeld doordat de kinderen aan één van hen een zogenoemde “boedelvolmacht” verlenen.
Staat het vermogen van het verslaafde kind onder beschermingsbewind? Of is er sprake van een schuldsanering of faillissement? Dan gelden er speciale regels bij de afwikkeling van de erfenis. De beschermingsbewindvoerder, de schuldsaneringsbewindvoerder of de curator heeft daarbij een speciale rol. Als je niet wilt dat die persoon de regie krijgt over de afwikkeling van jouw erfenis, dan is het extra belangrijk om een executeur te benoemen.
4. Maak een levenstestament
Meer dan één miljoen Nederlanders hebben inmiddels een levenstestament geregeld bij de notaris. Een levenstestament is een notariële akte waarin je uit voorzorg een uitgebreide volmacht verleent aan een vertrouwenspersoon. Met deze volmacht kan jouw vertrouwenspersoon onder andere de bankzaken regelen op het moment dat jij wilsonbekwaam wordt. Als echtpaar kun je bijvoorbeeld een volmacht geven aan elkaar en één van de kinderen.
Wanneer je geen levenstestament hebt kunnen de kinderen een beschermingsbewind aanvragen als je wilsonbekwaam wordt. Hierbij is het mogelijk dat één van de kinderen tot bewindvoerder wordt benoemd. Zonder levenstestament bestaat dus de kans dat het verslaafde kind zich met jouw financiën gaat bemoeien! Als je dat niet wilt, maak dan zo snel mogelijk een levenstestament waarin je iemand anders aanwijst als gevolmachtigde.
5. Stel een bewind in
Het is mogelijk om een “testamentair bewind” in te stellen over het erfdeel van het verslaafde kind. Dit lijkt op een beschermingsbewind, maar er zijn verschillen. Het belangrijkste verschil is dat het bewind alleen ziet op de erfenis en niet het overige vermogen van het kind. Nog een verschil is dat je zelf (als testateur) een bewindvoerder mag kiezen. Je kunt bijvoorbeeld een ander kind tot bewindvoerder benoemen.
In beginsel heeft je kind het recht om het erfdeel (waarop een bewind rust) te verwerpen en in plaats daarvan te kiezen voor een legitieme portie (zonder bewind). Er is echter een uitzondering op deze regel. Je kunt in het testament vermelden dat je het bewind instelt omdat je kind “ongeschikt en onmachtig is om de erfenis te beheren” en/of “dat zonder bewind de geërfde goederen naar de schuldeisers van het kind zouden gaan”. Deze speciale clausule zorgt er voor dat het verworpen erfdeel in mindering komt op de legitieme portie. Als het erfdeel tenminste gelijk is aan de legitieme portie heeft een verwerping in feite tot gevolg dat het kind zichzelf onterft.

Gaat het om een grote erfenis? Neem dan instructies op voor de bewindvoerder. Het kan bijvoorbeeld een idee zijn dat de erfenis gebruikt wordt om een appartement te kopen voor je kind. Het is zelfs mogelijk om het bewind in te schrijven bij het Kadaster. Hierdoor kan het kind de woning niet verkopen of bezwaren met hypotheek zonder medewerking van de bewindvoerder.
Of je kunt bijvoorbeeld bepalen welke kosten en uitgaven uit de erfenis mogen worden betaald. Denk bijvoorbeeld aan het toekennen van een maandelijkse uitkering die de bijstandsuitkering vervangt. Of een jaarlijks bedrag om de inkomstenbelasting over het geërfde vermogen te kunnen betalen.
6. Tweetrapsmaking
Misschien heb je wel eens gehoord van een “tweetrapstestament”. Dit is een speciaal soort langstlevende testament waarmee je de heffing van erfbelasting uitstelt tot na het overlijden van de langstlevende. Maar er zijn nog meer situaties waarvoor je een tweetrapsmaking kunt gebruiken. Je kunt bijvoorbeeld met een tweetrapsmaking regelen dat het restant van jouw erfenis (wat je kind daar van overlaat) toekomt aan een door jou benoemde reserve erfgenaam.
Neem bijvoorbeeld het geval dat je van plan bent om € 100.000 na te laten aan je kind. Stel dat het kind kort na jou overlijdt. Dan komt die € 100.000 (of wat daar nog van over is) toe aan de erfgenaam van jouw kind. Dit kan bijvoorbeeld de partner van jouw kind zijn. In je testament kun je een zogenoemde “uitsluitingsclausule” opnemen waardoor de erfenis privé vermogen blijft van je kind. Dit heeft tot gevolg dat je schoonkind bij een scheiding geen recht heeft op jouw erfenis. Maar als jouw kind overlijdt is het schoonkind nog steeds zijn of haar erfgenaam. Daar heeft de uitsluitingsclausule geen effect op. Het restant van die € 100.000 komt dus gewoon toe aan je schoonkind, ondanks de uitsluitingsclausule. Als je dat niet wilt dan kun je met een tweetrapsmaking een andere bestemming geven aan je erfenis. In dat geval gaat het restant van jouw erfenis dus niet naar je schoonkind maar bijvoorbeeld naar de kleinkinderen.
