Geen testament is compleet zonder een erfstelling. Het is met afstand de belangrijkste clausule in je testament. In dit blog ontdek je welke opties je daarbij hebt.
Wettelijke betekenis van het begrip erfstelling
Het erfrecht is geregeld in Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek. In artikel 4:115 BW vind je de volgende definitie van het begrip erfstelling:
Een erfstelling is een uiterste wilsbeschikking, krachtens welke de erflater aan een of meer daarbij aangewezen personen zijn gehele nalatenschap of een aandeel daarin nalaat.
Een erfstelling is dus een clausule in je testament waarin je één of meer personen tot erfgenaam benoemt. Onder het begrip personen vallen natuurlijke personen (mensen) en rechtspersonen (bijvoorbeeld stichtingen).
Erfgenamen erven alle bezittingen en schulden van de erflater. De aanvaarding van een erfenis werkt terug tot het moment van overlijden. Op dat moment gaan de bezittingen en schulden dus over op de erfgenamen. Je kunt iemand tot erfgenaam benoemen voor een percentage of een breukdeel van je nalatenschap. Het is niet mogelijk om iemand tot erfgenaam van een specifieke zaak te benoemen. Als je dat wilt moet je een legaat opnemen in je testament.
Hierna volgen een paar voorbeelden van erfstellingen:
- Ik benoem X tot mijn enige erfgenaam.
- Aan Y laat ik 10% van mijn nalatenschap na.
- Mijn kinderen zijn mijn erfgenamen, ieder voor een gelijk deel.
- Stichting Z krijgt één/vierde van mijn erfenis.
De volgende clausules zijn geen erfstellingen maar legaten:
- Aan X laat ik € 10.000 na.
- Ik legateer mijn koopwoning aan Y.
- Mijn partner erft het vruchtgebruik van mijn gehele nalatenschap.
- Aan mijn broer laat ik een bedrag na gelijk aan 10% van de waarde van mijn erfenis.
Je kunt in een testament erfstellingen en legaten combineren. Denk bijvoorbeeld aan het geval dat je een goed doel tot erfgenaam wilt benoemen, maar dat je de inboedel wilt legateren aan je familie.
De opties voor erfstellingen
Veel mensen nemen meerdere erfgenamen op in hun testament. Het is verstandig om rekening te houden met de mogelijkheid dat een erfgenaam eerder dan jij overlijdt of de nalatenschap verwerpt. Voor dit geval heb je meerdere opties:
- Je kunt er voor kiezen om het betreffende erfdeel aan de overige erfgenamen na te laten. Dit wordt “aanwas” genoemd. In je testament staat dan bijvoorbeeld: “Ik benoem A, B en C tot mijn erfgenamen, tezamen en voor gelijke delen.”
- Je kunt ook kiezen voor “plaatsvervulling”. Dat betekent dat de kinderen van de betreffende erfgenaam in zijn plaats komen. Dit kan bijvoorbeeld met de volgende tekst: “Ik benoem A, B en C tot mijn erfgenamen. Indien één van hen vóór mij of tegelijk met mij overlijdt of verwerpt, vindt plaatsvervulling toepassing voor de delen en op de wijze als bepaald in de erfopvolging bij versterf.”
- Een combinatie van beiden is ook mogelijk, waarbij er sprake is van aanwas indien de betreffende erfgenaam geen enkele plaatsvervuller achterlaat.
- Nog een andere optie is het benoemen van een reserve erfgenaam. Dit kan bijvoorbeeld met de volgende tekst: “Ik benoem A tot mijn enige erfgenaam. Indien A tegelijk met mij of vóór mij overlijdt of verwerpt, benoem ik B tot mijn enige erfgenaam.”
De voorwaardelijke erfstelling
Het is mogelijk om een voorwaarde aan de erfstelling te verbinden. De wet stelt bijvoorbeeld de voorwaarden dat je nog moet bestaan om te kunnen erven en dat je niet “onwaardig” moet zijn. Je kunt zelf een paar extra voorwaarden opnemen in je testament.
Een goed voorbeeld hiervan is een langstlevende testament voor samenwoners. Het is gebruikelijk om hierin op te nemen dat de erfstelling is gemaakt onder de voorwaarde dat je nog samenwoont. Dit betekent dat de erfstelling vervalt als je niet meer op hetzelfde adres bent ingeschreven. Dit kan bijvoorbeeld met de volgende tekst:
De erfstelling ten behoeve van mijn partner is gemaakt onder de voorwaarde dat onze samenwoning eindigt door mijn overlijden. De erfstelling blijft van kracht indien wij ten tijde van mijn overlijden door omstandigheden niet samenwonen terwijl er geen sprake is van verbreking van onze relatie, zoals de situatie dat één van ons vanwege werk of studie in het buitenland verblijft of één van ons vanwege medische redenen of ouderdom is opgenomen in een verpleeghuis of verzorgingshuis.
Andere voorbeelden zijn de zogenoemde “dertig dagen clausule” en de “tweetrapsmaking”. Een dertig dagen clausule houdt in dat de erfstelling vervalt indien de erfgenaam binnen dertig dagen overlijdt. Dit is een populaire regeling voor samenwoners die elkaar tot erfgenaam benoemen.
De tweetrapsmaking houdt in dat je twee erfgenamen benoemt: een eerste erfgenaam onder een ontbindende voorwaarde en een tweede erfgenaam onder een opschortende voorwaarde. De tweede erfgenaam erft wat er nog over is van de erfenis op het moment dat de eerste erfgenaam overlijdt. Dit is een populaire regeling voor gescheiden ouders, die daarmee willen voorkomen dat de erfenis via de kinderen naar hun ex-partner vererft.
Wie erft zonder een erfstelling?
Hoewel het opnemen van een erfstelling in je testament verstandig is, ben je het wettelijk niet verplicht. Je kunt bijvoorbeeld ook een testament maken waarin alleen bepaald is dat je alle vorige testamenten herroept. Of je kunt een testament maken waarin je niets anders regelt dan de benoeming van een executeur. In dat geval bepaalt de wet wie je erfgenamen zijn.
- In beginsel zijn je echtgenoot, geregistreerd partner en kinderen samen erfgenaam. Als een kind eerder overlijdt, gaat zijn of haar erfdeel naar de betreffende kleinkinderen.
- Ben je alleenstaand zonder afstammelingen? Dan komt de erfenis toe aan je ouders, broers en zusters. Halfbroers en halfzusters erven ook mee. Zij hebben recht op een half erfdeel. Als een broer of zus eerder overlijdt, gaat zijn of haar erfdeel naar de betreffende neven en nichten.
- Zijn je ouders overleden en was jij hun enige kind? Dan zijn je grootouders of hun plaatsvervullers erfgenaam. Langs deze weg kunnen bijvoorbeeld je ooms en tantes erfgenaam zijn.
- Zijn je grootouders ook al overleden en zijn er geen ooms en tantes of andere plaatsvervullers? Dan komt de erfenis toe aan de plaatsvervullers van de overgrootouders. Op grond van de wet kun je alleen erven tot en met de zesde graad. Een achterkleinkind van een overgrootouder is bijvoorbeeld een zesde graads bloedverwant.
Elk notariskantoor heeft wel eens een erfenis afgewikkeld met meer dan 100 erfgenamen. Meestal zijn dit plaatsvervullers van grootouders of overgrootouders. Vaak komt dit doordat de betreffende erflater geen testament had. Wat ook wel eens gebeurt is dat de in een testament benoemde erfgenaam eerder is overleden en er geen reserve erfgenaam is benoemd. Het afwikkelen van een dergelijke erfenis is buitengewoon lastig. Vaak zijn er erfgenamen geëmigreerd of om een andere reden onvindbaar. Ook komt het voor dat een erfgenaam niet wil meewerken. Bijvoorbeeld omdat hij of zij de erflater niet kende en het om een kleine erfenis gaat.
Meer lezen?
- Video met uitleg over 10 verschillende legaten.
- Meer uitleg over de begrippen “aanwas” en “plaatsvervulling”.
- Meer uitleg over het begrip “onwaardigheid”.
- Voorbeeld testament voor wie een goed doel tot erfgenaam wil benoemen.

