Het is een vraag die regelmatig wordt gesteld. Wat doe je met een erfenis die je zelf niet nodig hebt? Je kunt een erfenis bijvoorbeeld doorgeven aan je kind of kleinkind. In dit blog ontdek je wat de mogelijkheden zijn voor het doorschenken van een erfenis.
Optie 1: Bij leven nog een ander testament maken
Stel dat je de enige erfgenaam bent van je kinderloze broer of zus. Misschien zit jij helemaal niet te wachten op een erfenis. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat je zelf al bezig bent met het afbouwen van je vermogen door middel van schenkingen aan je kinderen. In dat geval heb je liever dat de erfenis van je broer of zus direct naar je kinderen gaat.
De gemakkelijkste manier om dit te regelen is dat je broer of zus bij leven nog een testament maakt. Daarin kunnen jouw kinderen rechtstreeks tot erfgenaam worden benoemd. Dit kan fiscaal heel gunstig zijn. Stel bijvoorbeeld dat jij twee kinderen hebt. Zelf heb je één vrijstelling voor de erfbelasting. In 2026 bedraagt deze € 2.769. Je beide kinderen hebben ieder een vrijstelling van € 2.769. Samen kunnen ze belastingvrij € 5.538 erven van hun oom of tante. Er kan dus twee keer zo veel geld naar je kinderen zonder dat er erfbelasting van af gaat.
Bij een grote erfenis is het goed om te weten dat hetzelfde geldt voor de tariefschijven. Jij kunt in 2026 van je broer of zus € 158.669 erven in de eerste tariefschijf met 30% erfbelasting. Over het meerdere betaal je 40% erfbelasting. Je beide kinderen hebben ieder recht op de eerste schijf. Als je broer of zus een testament maakt, kan er dus twee keer zo veel vermogen vererven in de lagere tariefschijf.
Een ander voorbeeld is het zogenoemde kleinkindlegaat. Veel zestigers zijn bezig met vermogensoverdracht aan hun kinderen, terwijl ze zelf nog erfgenaam gaan zijn van hun hoogbejaarde ouders. Het is belangrijk om te weten dat kinderen en kleinkinderen recht hebben op dezelfde vrijstelling. Een kleinkind kan in 2026 belastingvrij € 26.230 erven van een grootouder. Dit kan bijvoorbeeld met een geldlegaat in het testament van de grootouder. Een simpele truc die fiscaal zeer voordelig is.
Optie 2: De erfenis doorgeven aan je kinderen met een verwerping
Je hebt als erfgenaam altijd het recht om een erfenis te verwerpen. Dit kan ook voor een erfdeel dat je krijgt van een broer of zus of van één van je beide ouders. Als de overledene geen testament heeft is er bij verwerping automatisch “plaatsvervulling”. Dit betekent dat je kinderen in jouw plaats komen als erfgenaam.
Heeft de overledene wel een testament? Dan is het belangrijk om te controleren of de erfstelling afwijkt van de wettelijke regeling. Stel bijvoorbeeld dat je overleden oom het volgende heeft bepaald: “Ik benoem mijn neven en nichten tot mijn enige erfgenamen, tezamen en voor gelijke delen”. Als er verder niks staat over plaatsvervulling, dan zijn jouw kinderen geen reserve erfgenaam. Als jij verwerpt gaat het verworpen erfdeel naar de andere neven en nichten. In dat geval kun je de erfenis niet doorgeven aan je kinderen met een verwerping. Je kunt dan beter kiezen voor het doorschenken van de erfenis. Daarover gaat optie 3.
Er is een belangrijk fiscaal verschil tussen de eerste en de tweede optie. Bij de eerste optie gaat de erfbelasting omlaag maar bij de tweede optie niet. De Successiewet bepaalt namelijk dat de erfbelasting niet omlaag gaat bij een verwerping. De plaatsvervullers betalen hierdoor minimaal net zo veel erfbelasting als degene die verwerpt.

Optie 3: De erfenis doorschenken aan je kinderen
Het is natuurlijk ook mogelijk om een erfenis zelf te aanvaarden en daarna door te schenken aan je kinderen. Dit kun je bijvoorbeeld doen als een verwerping niet het gewenste gevolg heeft vanwege de erfstelling in het testament van de overledene. Maar er zijn nog meer goede redenen waarom je de voorkeur kunt geven aan doorschenken:
- Stel dat de kinderen minderjarig zijn. Dan kan ik mij voorstellen dat je liever nog even wacht met het overdragen van vermogen. Je kunt op een later moment de jaarlijkse vrijstelling gebruiken of de eenmalig verhoogde vrijstelling.
- Als je een erfenis verwerpt bepaal je zelf niet wie jouw plaatsvervullers zijn. De wet of het testament van de overledene bepaalt wie in jouw plaats komen als erfgenamen. Stel dat je twee kinderen hebt en dat je één van beiden niet wilt laten erven. Bij een verwerping erven beide kinderen evenveel. Als je de erfenis zelf aanvaardt en vervolgens schenkingen doet, dan kun je één kind meer geven dan het andere kind.
- Bij een schenking kun je voorwaarden opleggen, wat bij een verwerping niet mogelijk is. Denk bijvoorbeeld aan een uitsluitingsclausule. Stel dat je kind getrouwd is in algehele gemeenschap van goederen en dat de overledene geen testament had. Als jij verwerpt, dan valt de erfenis in de gemeenschap van goederen van je kind. Hierdoor heeft je schoonkind recht op de helft. Als je de erfenis zelf aanvaardt en daarna doorschenkt met een uitsluitingsclausule, dan valt deze niet (!) in de gemeenschap van goederen. Door te kiezen voor een schenking met een uitsluitingsclausule blijft het privé vermogen van je kind.

Kleinkind als erfgename, wordt de vordering in dit geval ook gedefiscaliseerd?
Ja, als het kleinkind erfgenaam is door plaatsvervulling.
Wij hebben 2 kinderen en 1 kleinkind, die wij voor gelijke delen willen laten erven. De vraag is, kan het kleinkind in het eerste erfdeel ook gebruik maken van de in ons geval de 30% regeling i.v.m afwaarderen vordering naar contante waarde?
De waardering werkt hetzelfde, maar het kleinkind betaalt wel meer erfbelasting (die de langstlevende moet voorschieten).
Mag je als kinderen besluiten dat kleinkinderen (en evt. ook achterkleinkinderen) ook allemaal iets (een geldbedrag) krijgen na overlijden van oma, ook al staat dit niet in het testament, aannemende dat alle kinderen hiermee eens zijn?
Ja hoor, tuurlijk kan dit. Maar ze krijgen dit juridisch en fiscaal niet “van oma” maar van haar erfgenamen. Oppassen dus bij grotere bedragen, want mogelijk schenkbelasting.