Het is tegenwoordig gebruikelijk om de volledige erfenis aan je langstlevende partner na te laten. De kinderen erven in ruil hiervoor een geldvordering. Deze vordering is in beginsel pas opeisbaar na het overlijden van de langstlevende. In de tussentijd ontvangen de kinderen geen rente of aflossing. Dit verlaagt de waarde van hun vordering. Voor de heffing van erfbelasting wordt deze verlaging het fictief vruchtgebruik genoemd. In dit blog ontdek je wat fictief vruchtgebruik is en hoe je het moet berekenen.
Wat is fictief vruchtgebruik?
Een geldvordering heeft altijd een “nominale waarde” en een “contante waarde”. Je ziet dit bijvoorbeeld bij staatsobligaties. Stel dat de overheid een obligatie uitgeeft van € 1.000 met een rente van 2%. Als vervolgens de marktrente stijgt, daalt de koers van de obligatie. De nominale waarde is nog steeds € 1.000. Dit is het bedrag dat je ontvangt aan het einde van de looptijd. Maar de contante waarde van de obligatie is gedaald. Dit is de marktwaarde waarvoor je de obligatie op dit moment kunt verkopen.
Op dezelfde manier wordt gekeken naar een erfrechtelijke vordering van een kind op de langstlevende. Het fictief vruchtgebruik is het verschil tussen de nominale en contante waarde van de vordering. De nominale waarde is het werkelijke bedrag van de vordering. De contante waarde is de waarde voor de heffing van erfbelasting. Voor de berekening van de erfbelasting wordt de verkrijging van de kinderen verlaagd met het fictief vruchtgebruik. De verkrijging van het langstlevende wordt er mee verhoogd. Dit is gunstig want de langstlevende heeft een veel grotere vrijstelling dan de kinderen.
Veel mensen denken ten onrechte dat het fictief vruchtgebruik het werkelijke bedrag van de vordering verlaagt. Dit is niet het geval. Het is alleen de fiscale waardering die verandert.
Hoe moet je het fictief vruchtgebruik berekenen?
Allereerst is van belang dat je niet zelf het fictief vruchtgebruik hoeft te berekenen. In de aangifte erfbelasting vul je alleen de werkelijke bedragen in. Je geeft dus de nominale waarde op aan de belastingdienst. Vervolgens berekent het aangifteprogramma automatisch de contante waarde van de erfdelen. Op basis daarvan wordt de aanslag opgelegd.
Stel dat je een erfenis van € 200.000 nalaat aan je echtgenote en je enige kind. Je hebt dus twee erfgenamen. Beide erfgenamen hebben een erfdeel van € 100.000. De volledige erfenis wordt toegedeeld aan de langstlevende. Die houdt in ruil daarvoor een schuld van € 100.000 aan het kind.
De nominale waarde van de vordering is € 100.000. Dit is de werkelijke vordering van het kind. Stel dat de langstlevende 63 jaar is. In dat geval is het fictief vruchtgebruik 60%. Dit betekent dat de contante waarde van de vordering maar € 40.000 bedraagt. Van dit bedrag gaat vervolgens nog de vrijstelling af en daarna wordt de erfbelasting berekend. Het fiscale erfdeel van de langstlevende wordt met hetzelfde bedrag verhoogd tot € 160.000. Zoals ik hierboven al schreef, is dit fiscaal zeer gunstig. De langstlevende heeft namelijk een grotere vrijstelling dan het kind. In de meeste gevallen gaat de erfbelasting dus omlaag vanwege het fictief vruchtgebruik.
Leeftijd en rentepercentage
Voor de hoogte van het fictief vruchtgebruik zijn twee variabelen van belang:
- de leeftijd van de langstlevende;
- het rentepercentage over de vordering.
Standaard wordt op grond van de wet een rente bijgeteld voor zover de wettelijke rente hoger is dan 6%. Op het moment dat ik dit schrijf is de wettelijke rente 7%. Dit betekent dat er op grond van de wet 1% rente wordt bijgeteld. Deze wettelijke regeling voor de rente laat je buiten beschouwing bij het berekenen van het fictief vruchtgebruik. Is er geen testament of een standaard testament zonder afwijkende renteclausule? Dan kijk je dus niet naar de rente maar alleen naar de leeftijd van de langstlevende. Dit staat in artikel 21 lid 15 van de Successiewet.
Voor het fictief vruchtgebruik en de erfbelasting geldt in dit geval de volgende leeftijdstabel:
| Leeftijd partner op dag van overlijden: | Fictief vruchtgebruik: |
| tot 20 jaar | 96% |
| 20 tot 30 jaar | 90% |
| 30 tot 40 jaar | 84% |
| 40 tot 50 jaar | 78% |
| 50 tot 55 jaar | 72% |
| 55 tot 60 jaar | 66% |
| 60 tot 65 jaar | 60% |
| 65 tot 70 jaar | 48% |
| 70 tot 75 jaar | 42% |
| 75 tot 80 jaar | 30% |
| 80 tot 85 jaar | 24% |
| 85 tot 90 jaar | 18% |
| 90 jaar of ouder | 12% |
Ik krijg regelmatig de vraag waar je deze tabel kunt vinden. Deze is gebaseerd op artikel 5 van het Uitvoeringsbesluit Successiewet. Het getal wat je in dat artikel vindt, vermenigvuldig je met het percentage in artikel 10.
In het voorbeeld dat ik eerder gaf, werkt dit als volgt. Het percentage in de rechterkolom van de tabel verlaagt de fiscale verkrijging van het kind. Het bedrag dat je er bij de kinderen af haalt, tel je op bij de fiscale verkrijging van de langstlevende.
| Nominaal erfdeel: | Fictief vrucht- gebruik: | Fiscale (contante) waarde erfdeel: | |
| Partner (63 jaar) | € 100.000 | + € 60.000 | € 160.000 |
| Kind (rente 0%) | € 100.000 | – € 60.000 | € 40.000 |
Wanneer is er geen fictief vruchtgebruik?
Er zijn twee gevallen waarin je niet werkt met een fictief vruchtgebruik.
- Als er een ander soort testament is waarbij er geen vordering ontstaat. Bijvoorbeeld een tweetrapstestament of een vruchtgebruik testament.
- Als er wel een vordering ontstaat maar deze een samengestelde rente draagt van 6%.
Bij een samengestelde rente van 6% is de contante waarde gelijk aan de nominale waarde. Samengesteld betekent “rente op rente”. Bij een enkelvoudige rente wordt de rente alleen over de hoofdsom bijgeteld. Een vordering van € 100 is één jaar later dus € 106 en twee jaar later € 112. Bij een samengestelde rente wordt er ook over de bijgetelde rente een rente berekend. Een vordering van € 100 is in dat geval na één jaar € 106 en na twee jaar € 112,36. Een hogere rente dan 6% samengesteld wordt bij het berekenen van het fictief vruchtgebruik niet in aanmerking genomen.

Wat als er een andere rente van toepassing is?
Er kan een andere rente van toepassing zijn op grond van een renteclausule in het testament of op grond van een renteovereenkomst. Dat laatste is een contract tussen de langstlevende en de kinderen waarin een andere rente wordt afgesproken. Bij een rente van 0% is er een maximaal fictief vruchtgebruik op basis van de leeftijdstabel. Bij een samengestelde rente van 6% is er geen fictief vruchtgebruik. De leeftijd van de langstlevende is in dat geval niet van belang. Als de rente er tussenin ligt, geldt voor de erfbelasting een evenredig deel van het fictief vruchtgebruik.
In het rekenvoorbeeld dit ik hierboven gaf, werkt een ander rentepercentage als volgt:
| nominale bedrag vordering | rente % (rente op rente) | fictief vruchtgebruik bij 63 jaar | contante waarde vordering |
| € 100.000 | 0% | – 60% | € 40.000 |
| € 100.000 | 1% | – 50% | € 50.000 |
| € 100.000 | 2% | – 40% | € 60.000 |
| € 100.000 | 3% | – 30% | € 70.000 |
| € 100.000 | 4% | – 20% | € 80.000 |
| € 100.000 | 5% | – 10% | € 90.000 |
| € 100.000 | 6% | – 0% | € 100.000 |
Heeft de langstlevende een andere leeftijd? Dan begin je bovenaan met het percentage uit de eerste tabel en verlaag je dit in 6 gelijke stappen tot nul zoals in de tweede tabel. Dit is heel gemakkelijk want alle percentages uit de eerste tabel zijn deelbaar door 6.
Geldt fictief vruchtgebruik ook voor samenwoners?
De wettelijke langstlevende regeling geldt automatisch als je kinderen hebt en getrouwd bent of geregistreerd als partner. Samenwoners kunnen in een testament kiezen voor een vergelijkbare regeling waarbij de kinderen ook een vordering erven. De regeling van het fictief vruchtgebruik is daarbij van overeenkomstige toepassing.
Meer lezen?
- Uitleg over de voordelen van een renteovereenkomst (met video).
- Erfbelasting besparen? Dat kan met deze 10 tips.
- Overzicht van alle blogs over erfbelasting.

