Erfbelasting constructie in je testament? Dit zijn de 3 mooiste!

Een bijzonderheid van de Nederlandse erfbelasting is dat de inhoud van je testament er invloed op heeft. Hoe je de erfenis verdeelt over je erfgenamen bepaalt hoeveel erfbelasting ze betalen. Bij het opstellen van een testament is het altijd een goed idee om de fiscale gevolgen te bespreken met de notaris. Vaak kun je met een paar kleine aanpassingen veel belasting besparen, waardoor er meer overblijft voor je erfgenamen. In dit blog ontdek je de 3 beste erfbelasting constructies voor je testament.

1. Geef een deel van je erfenis aan de kleinkinderen

Zonder testament gaat de erfenis eerst naar je langstlevende echtgenoot en daarna naar je kinderen. De meeste echtparen met kinderen wijken hier niet van af. Toch maken velen van hen een testament. Je kunt dit bijvoorbeeld doen omdat je een executeur wilt benoemen voor het geval dat de laatste van jullie beiden overlijdt. Of je kunt bijvoorbeeld een “uitsluitingsclausule” opnemen in je testament, waardoor je schoonkinderen geen recht hebben op de erfenis.

Een andere populaire clausule is een legaat voor de kleinkinderen. Hierdoor neemt het aantal “verkrijgers” van je erfenis toe. Stel dat jullie bijvoorbeeld twee kinderen en vier kleinkinderen hebben. Zonder testament erven de kinderen wel, maar de kleinkinderen niet. Ieder kind heeft in 2025 recht op een vrijstelling van € 25.490. Er is dus € 50.980 (twee keer € 25.490) vrijgesteld van erfbelasting. Stel dat je in een testament een bedrag ter grootte van de vrijstelling legateert aan de vier kleinkinderen. In dat geval is in totaal zes keer € 25.490 ofwel € 152.940 vrijgesteld van erfbelasting (twee kinderen en vier kleinkinderen).

Bovendien kun je deze erfbelasting constructie als echtpaar twee keer toepassen. Zowel bij het overlijden van de eerste echtgenoot als het overlijden van de laatste echtgenoot. In totaal kun je dus € 305.880 belastingvrij nalaten aan zes afstammelingen. En het enige wat je er voor nodig hebt is een slim testament.

2. Legaat voor de langstlevende

Als er iets is wat stellen dwars zit bij de erfbelasting, dan is het wel de heffing bij het overlijden van de eerste echtgenoot.

In 2003 is het nieuwe erfrecht ingevoerd. Sindsdien geldt er standaard een langstlevende regeling als je getrouwd bent en kinderen hebt. Deze regeling houdt in dat de langstlevende en de kinderen samen erfgenaam zijn, maar dat de volledige erfenis wordt toegedeeld aan de langstlevende. In ruil hiervoor erven de kinderen een geldvordering. Over de waarde van deze geldvordering moet, als deze hoger is dan de vrijstelling, erfbelasting worden betaald.

De langstlevende heeft een veel hogere vrijstelling dan de kinderen. De kinderen hebben in 2025 recht op een vrijstelling van € 25.490 per persoon. In 2025 heeft de langstlevende een vrijstelling die oploopt tot maximaal € 804.698.

Deze hoge vrijstelling geeft je de mogelijkheid om de heffing van erfbelasting uit te stellen tot na het overlijden van de langstlevende. Dit kan heel eenvoudig door de verkrijging van de langstlevende wat groter te maken en de verkrijging van de kinderen wat kleiner te maken. Je kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om de kinderen een geldvordering na te laten waarvan de waarde precies gelijk is aan hun vrijstelling.

De clausule waarmee je dit kunt regelen is een “opvullegaat”. Hiermee vul je letterlijk de vrijstelling van de langstlevende op.

Het opvullegaat is niet voor iedereen geschikt. Het is vooral verstandig in de situatie dat het vermogen grotendeels bestaat uit de overwaarde van het huis. Stel bijvoorbeeld dat je als echtpaar € 500.000 overwaarde hebt, weinig spaargeld en één kind. In dat geval is het zeer de moeite waard om een opvullegaat te overwegen.

In de afbeelding hieronder zie je het verschil tussen een normaal testament en een testament met een opvullegaat.

erfbelasting constructie

3. Renteclausule

Bij het overlijden van de eerste ouder erven de kinderen dus een geldvordering op de langstlevende. Deze geldvordering is in beginsel pas opeisbaar na het overlijden van de langstlevende. In de tussentijd betaalt de langstlevende geen rente of aflossing. Het bijtellen van een rente is wel mogelijk. Op grond van de wet is het bijtellen van een rente verplicht voor zover de wettelijke rente hoger is dan 6%. Stel bijvoorbeeld dat de wettelijke rente 7% is. In dat geval wordt 1% per jaar bijgeteld.

De geldvordering van de kinderen uit de eerste erfenis is een schuld van de langstlevende. Deze schuld heeft invloed op de hoogte van de tweede erfenis. In de afbeelding hierboven zie je dat de langstlevende bij een standaard testament een schuld heeft van € 200.000 (twee keer € 100.000). Bij een opvullegaat is de schuld kleiner, bijvoorbeeld € 100.000 (twee keer € 50.000). Bij het overlijden van de langstlevende is de tweede erfenis zonder testament € 400.000 en met een opvullegaat € 500.000. De hoogte van de schuld aan de kinderen heeft dus invloed op de omvang van de tweede erfenis. Uiteraard gaat hierdoor de erfbelasting over de tweede erfenis omhoog of omlaag.

Het is mogelijk om te bepalen dat de schuld tussen het overlijden van de eerste ouder en de laatste ouder groeit met een rente. Hierdoor neemt de schuld toe en wordt de tweede erfenis kleiner. Dit heeft tot gevolg dat de erfbelasting over de tweede erfenis omlaag gaat. Op dit moment is de maximaal toegestane rente 6% samengesteld. Het begrip samengesteld betekent rente op rente. Het is een populaire optie om een renteclausule met deze maximale rente op te nemen in het testament.

Stel dat je kind bijvoorbeeld een geldvordering erft van € 100.000 met een samengestelde rente van 6%. In 10 jaar tijd groeit deze vordering naar meer dan € 179.000. De erfbelasting loopt voor kinderen op tot 20%. Over een bijgetelde rente van € 79.000 kun je dus maximaal € 15.800 erfbelasting besparen.

Laat een erfbelasting constructie altijd doorrekenen!

Welke optie je ook kiest, het is altijd verstandig om een berekening te laten maken voordat je een handtekening zet. Hoe groter het vermogen, hoe belangrijker dit is. Wanneer je als echtpaar precies wilt weten wat je het beste kunt doen, heb je in totaal acht (!) verschillende berekeningen nodig:

  1. Echtgenoot A overlijdt als eerste zonder testament
  2. Echtgenoot B overlijdt als laatste zonder testament
  3. Echtgenoot B overlijdt als eerste zonder testament
  4. Echtgenoot A overlijdt als laatste zonder testament
  5. Echtgenoot A overlijdt als eerste met testament
  6. Echtgenoot B overlijdt als laatste met testament
  7. Echtgenoot B overlijdt als eerste met testament
  8. Echtgenoot A overlijdt als laatste met testament

Je moet al deze berekeningen maken omdat er sprake kan zijn van:

  • Een leeftijdsverschil, wat gevolgen heeft voor de fiscale waardering van de geldvorderingen.
  • Een verschillende levensverwachting, wat onder andere gevolgen heeft voor de uitwerking van de renteclausule.
  • Een verschil in vermogen, bijvoorbeeld vanwege huwelijkse voorwaarden of geërfd privévermogen.
  • Een verschil in inkomen, wat gevolgen heeft voor de vermogensontwikkeling tussen het overlijden van de eerste en de laatste echtgenoot.

Je kunt proberen om de berekeningen zelf te maken. Dit kun je bijvoorbeeld doen met behulp van de video’s op mijn YouTube kanaal. Een andere optie is dat je een notaris of een estate planner inschakelt. Daar zijn uiteraard wel kosten aan verbonden.

Meer lezen?

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven