Erfbelasting berekenen met rente, zo werkt het

Bij het berekenen van de erfbelasting met rente gaat er veel mis. Zoals een verkeerde uitleg van het testament. Of het fout invullen van de aangifte bij het eerste of tweede overlijden. In dit blog ontdek je waar je op moet letten.

Wanneer doet een rente er toe?

Tegenwoordig is het gebruikelijk dat de erfenis eerst naar de langstlevende gaat en de kinderen in ruil daarvoor een vordering erven. Dat is bijvoorbeeld het geval in deze situaties:

  • Je bent gehuwd met kinderen en je hebt geen testament.
  • Je bent gehuwd met kinderen en hebt een recent standaard testament.
  • Bovenstaand is ook van toepassing bij een geregistreerd partnerschap en ook als je kinderen hebt uit een eerdere relatie.
  • Je woont samen en hebt recent een testament op de langstlevende gemaakt omdat je één of meer kinderen hebt.

Bij andere soorten testamenten, zoals vruchtgebruik, is er geen sprake van een rente.

Waarom doet de rente er toe?

De vordering die je kind erft, is in beginsel pas opeisbaar als de langstlevende overlijdt. Maar juridisch gezien, erft je kind wel op dit moment die toekomstige claim. Op grond van de Successiewet is deze claim belast met erfbelasting. De belasting bereken je over de waarde van de vordering. En de rente heeft invloed op deze waarde. Want stel je hebt de keuze tussen een vordering van 1.000 euro met 0% rente of 5% rente per jaar. De vordering met 5% rente is veel meer waard.

Het voordeel van een rente zit hem altijd in de tweede erfenis, wanneer de langstlevende overlijdt. Op dat moment is de schuld aan de kinderen gegroeid met de rente. Daardoor is het vermogen van de langstlevende lager en betaal je dus minder erfbelasting. Bij het overlijden van de eerste ouder betaal je normaal gezien meer belasting. Dit komt omdat de vordering een hogere waarde heeft.

De ideale situatie is dat de besparing bij het tweede overlijden groter is dan de extra belasting bij het eerste overlijden.

Welke rente geldt er?

Wat vaak mis gaat, is dat het testament niet goed wordt begrepen. Hierna volgt een overzicht van de meest voorkomende renteclausules.

Variant 1: geen testament, dan kijk je in de wet

Stel je bent gehuwd met kinderen en je hebt geen testament. In dat geval staat het volgende in de wet:

erfbelasting berekenen met rente

Wat hier staat, is dat de vordering automatisch groeit met rente als de wettelijke rente hoger is dan 6%. Je telt alleen het meerdere bij en het is een enkelvoudige rente. Dus stel de wettelijke rente is 7%, dan mag je 1% bijtellen. Sinds de invoering van het nieuwe erfrecht in 2003 is de wettelijke rente nog nooit hoger geweest dan 6%. Dus op grond van de wettelijke regeling is er nog nooit rente bijgeteld. Op grond van deze clausule heeft dus ook nog nooit iemand de erfbelasting met rente hoeven berekenen. Dat is natuurlijk anders als je kiest voor een renteafspraak (variant 5).

Variant 2: Standaard clausule in een testament

Stel je hebt een standaard testament. Dan staat daar vaak het volgende in:

renteclausule

Deze clausule betekent precies hetzelfde als variant 1. Veel mensen zien 6% staan en denken dat ze een rente mogen bijtellen. Dat is dus niet het geval. De wettelijke rente is op dit moment (in 2022) maar 2%. We zijn dus heel ver verwijderd van de 6% waarboven je wel een rente bijtelt.

Variant 3: Een vaste rente in het testament

Je kunt ook een testament tegenkomen waarin een vaste rente staat. Bijvoorbeeld 0% of 5% zonder een verwijzing naar de wettelijke rente en zonder de optie van een renteafspraak:

vast rentepercentage

In dit geval heb je niks te kiezen en vul je in de aangifte erfbelasting gewoon in wat er in het testament staat.

Variant 4: De handmatige ventielclausule

Soms staat in het testament een clausule waarmee de langstlevende mag kiezen welke rente er geldt. Dit wordt ook wel de handmatige ventielclausule genoemd. Er geldt standaard een rente waarmee je de vordering “opblaast”. Maar de langstlevende mag “handmatig het ventiel opendraaien” en de lucht er uit laten lopen. In dat geval geldt een lagere rente of geen rente. Dit kun je éénmalig doen, voordat je de aangifte erfbelasting indient.

handmatige ventielclausule

Variant 5: de renteafspraak

Bij variant 1, 2 en 4 kun je ook kiezen voor een renteafspraak. Dit betekent dat je gebruik maakt van de optie om als langstlevende en kinderen een andere rente af te spreken. Bijvoorbeeld 3% enkelvoudig of 6% samengesteld (rente op rente). Ook dit kan eenmalig, vóórdat je de aangifte erfbelasting indient.

6% samengestelde rente op rente

De maximale rente die je mag afspreken is 6% samengesteld. Dit staat sinds 2010 in de Successiewet.

maximale rente

De erfbelasting berekenen zonder rente

Stel je erft als kind een vordering zonder rente. In dat geval vul je in de aangifte erfbelasting het nominale bedrag van de vordering in en 0% rente. De belastingdienst berekent de waarde van de vordering dan volgens de tabel hieronder. Op basis van de leeftijd van de langstlevende gaat het percentage in de rechterkolom van de vordering af. Het bedrag dat je er af haalt, komt bij de verkrijging van de langstlevende op. Die bijtelling noemen we “fictief vruchtgebruik”. Meestal is die bijtelling onbelast omdat de langstlevende een grote vrijstelling heeft.

Leeftijd langstlevende op dag van overlijden:Afwaardering bij 0% rente:
tot 20 jaar96%
20 tot 30 jaar90%
30 tot 40 jaar84%
40 tot 50 jaar78%
50 tot 55 jaar72%
55 tot 60 jaar66%
60 tot 65 jaar60%
65 tot 70 jaar48%
70 tot 75 jaar42%
75 tot 80 jaar30%
80 tot 85 jaar24%
85 tot 90 jaar18%
90 jaar of ouder12%

Stel je erft als kind een renteloze vordering van € 100.000 op een langstlevende van 78 jaar. Voor de berekening van de erfbelasting heeft deze vordering een waarde van € 70.000.

De erfbelasting berekenen met een maximale rente

Zoals je hiervoor hebt gelezen, is de maximale rente 6% samengesteld op grond van artikel 9 lid 2 Successiewet. Dit zijn de fiscale regels. Juridisch is het geen probleem om een hogere rente af te spreken, maar de belastingdienst doet daar dus niks mee. Spreek je de maximale rente af van 6% samengesteld dan is de contante marktwaarde van de vordering gelijk aan de nominale waarde. De tabel hierboven blijft dus buiten toepassing. Een vordering van € 100.000 met 6% rente op rente heeft voor de erfbelasting dus een waarde van € 100.000. De leeftijd van de langstlevende is daarbij niet van belang.

nominale en contante waarde vordering

Een ander rentepercentage

Stel op grond van het testament of op grond van een renteafspraak geldt een ander rentepercentage, dus hoger dan 0% maar lager dan 6% samengesteld. In dat geval verlaag je de vordering met een evenredig gedeelte van het percentage uit de tabel hierboven. Stel je erft als kind een vordering van € 100.000 op een langstlevende van 63 jaar. Dan werkt het als volgt:

nominale bedrag vorderingrente % (rente op rente)correctiefiscale waarde vordering
€ 100.0000%– 60%€ 40.000
€ 100.0001%– 50%€ 50.000
€ 100.0002%– 40%€ 60.000
€ 100.0003%– 30%€ 70.000
€ 100.0004%– 20%€ 80.000
€ 100.0005%– 10%€ 90.000
€ 100.0006%– 0%€ 100.000

Is er een enkelvoudige rente van toepassing? Dit wil nog wel eens in oudere testamenten staan uit de jaren ’80 en ’90. In dat geval moet je de enkelvoudige rente omrekenen naar een samengestelde rente, uitgaande van de statistische levensverwachting. Helaas heeft de belastingdienst daar geen gratis “tool” voor op haar website.

Ook voor deze variant geldt dat je het verschil tussen de nominale en contante waarde van de vordering optelt bij de fiscale verkrijging van de langstlevende.

Meer lezen?