Erfbelasting berekenen met rente, zo werkt het

Als er een rente in het testament staat, kan er veel mis gaan bij het berekenen van de erfbelasting. Soms geven erfgenamen bij het overlijden van de eerste ouder een verkeerd percentage op. Of ze vergeten bij het overlijden van de tweede ouder de rente bij te tellen, waardoor ze teveel belasting betalen. In dit blog ontdek je hoe het zit.

Waarom doet de rente er toe?

Als je getrouwd bent en kinderen hebt, geldt er tegenwoordig standaard een langstlevende regeling. Deze houdt in dat de volledige erfenis naar de langstlevende gaat. De kinderen erven in ruil daarvoor een vordering. Deze is in beginsel pas opeisbaar na het overlijden van de langstlevende. In de tussentijd betaalt de langstlevende geen rente aan de kinderen. Een rente bijtellen kan wel.

Op grond van de wet tel je alleen een rente bij voor zover de wettelijke rente hoger is dan 6%. Als de wettelijke rente 8% is, moet je dus jaarlijks 2% over het erfdeel berekenen. Hierbij gaat het om een enkelvoudige rente. Dit betekent dat er geen sprake is van een rente op rente.

De vordering van de kinderen wordt bij het overlijden van de eerste ouder belast met erfbelasting. Hierbij zijn de begrippen “nominale waarde” en “contante waarde” van belang. De nominale waarde is het werkelijke bedrag van de vordering. De contante waarde is de marktwaarde van de vordering.

Stel, ik heb een renteloze vordering van € 100 op iemand die pas over 10 jaar opeisbaar is. Zou jij die vordering van mij willen kopen voor € 100? Ik vermoed van niet. Want je moet nog 10 jaar wachten op je geld en je krijgt ondertussen geen rente. Misschien is deze vordering maar € 50 waard. De nominale waarde is € 100 maar de contante waarde is een stuk lager.

Als je een vordering erft, gaat de erfbelasting uit van de contante waarde. Dit betekent dat de rente er toe doet. Bij een hogere rente is de vordering meer waard.

Wanneer erven de kinderen een vordering?

Vroeger stond er geen langstlevende regeling in de wet. In de jaren ’70 en ’80 werden er veel testamenten gemaakt waarin de langstlevende het vruchtgebruik erfde. Dit betekende dat de kinderen mede-eigenaar werden van het huis, maar dat de langstlevende er kon blijven wonen.

Tegenwoordig kiezen stellen bijna niet meer voor een vruchtgebruik testament. Als je samen kinderen hebt, is het gebruikelijk om alles aan de langstlevende na te laten. Omdat je de kinderen niet wilt onterven, krijgen die in ruil daarvoor dus een vordering op de langstlevende. Deze regeling geldt in de volgende gevallen:

  1. Getrouwd en kinderen, geen testament.
  2. Geregistreerd partnerschap en kinderen, geen testament.
  3. Getrouwd en kinderen, met standaard testament op basis van de wettelijke verdeling of de ouderlijke boedelverdeling.
  4. Geregistreerd partnerschap en kinderen, standaard testament.
  5. Samenwonend en kinderen, standaard testament gemaakt na 2003.

De ouderlijke boedelverdeling is een testament dat veel gemaakt werd in de jaren ’90. Hierbij ontstond ook een vordering. Op hoofdlijnen is dit de regeling die nu in de wet staat voor stellen zonder testament. Een testament voor samenwoners ging tot 2003 vaak nog uit van een vruchtgebruik regeling. Zonder testament geldt er voor samenwoners geen langstlevende regeling.

Welke rente geldt er?

In de eerste en tweede situatie is er dus geen testament en moet je in de wet kijken. Daar staat dat je de wettelijke rente bijtelt voor zover deze hoger is dan 6%. Het gaat om de wettelijke rente op het moment van bijtelling. Is bij het overlijden van de eerste ouder de rente lager dan 6% maar gaat deze rente een paar jaar later omhoog naar 8%? Dan moet je vanaf dat moment dus een rente bijtellen.

Bij de wettelijke regeling gaat het om een enkelvoudige rente. Dit betekent dat er geen sprake is van rente op rente. Is de wettelijke rente op het moment van overlijden 7% en gaat deze een jaar na het overlijden omhoog naar 8%? Dan groeit een vordering van bijvoorbeeld € 1.000 in het eerste jaar naar € 1.010 en in het tweede jaar naar € 1.030.

De bovenstaande regeling geldt dus standaard voor echtparen en geregistreerd partners die geen testament hebben. Als er wel een testament is, staat daar bijna altijd een renteclausule in. Vaak wijkt deze niet af van de wet. Maar er kunnen ook andere clausules in staan. Het gebeurt regelmatig dat erfgenamen de tekst verkeerd begrijpen en de aangifte erfbelasting verkeerd invullen. Hierna volgen een paar voorbeelden van clausules en hun betekenis.

Variant 1: geen testament dus je kijkt in de wet

Als er geen testament is, geldt op grond van de wet de volgende clausule:

erfbelasting berekenen met rente

De afgelopen 20 jaar is de wettelijke rente niet boven de 6% geweest. Toch zijn er gevallen waarin er wel een rente is bijgeteld, terwijl er geen testament was. De erfgenamen mogen namelijk zelf ook een rente afspreken. Daarover later meer.

Variant 2: standaard clausule in het testament

In veel langstlevende testamenten staat de volgende standaard clausule:

renteclausule

Deze clausule betekent precies hetzelfde als de wettelijke regeling. Je telt alleen een rente bij voor zover de wettelijke rente hoger is dan 6%. Veel mensen zien alleen 6% staan en denken dat ze dit percentage mogen bijtellen. Dat is dus niet het geval als er “voor zover” staat.

Elke notaris werkt met eigen modellen. Staat het er bij jou net een beetje anders en twijfel je over wat de tekst betekent? Vraag dan aan je notaris wat er bedoeld wordt.

Voor de erfbelasting is er geen verschil tussen variant 1 en 2. Het berekenen van de erfbelasting werkt op dezelfde manier. Daarover later meer.

Variant 3: een vaste rente in het testament

Je kunt ook een testament hebben met een vaste rente. De rente ligt in dat geval tussen 0% en 6% samengesteld. Dit laatste percentage is het maximum wat je mag bijtellen onder de huidige Successiewet. In een verouderd testament uit de jaren ’80 of ’90 kun je soms nog een hoger percentage tegenkomen. Juridisch kan dat, maar fiscaal mag het dus niet meer.

Bij een vast rentepercentage ontbreekt vaak de optie om als erfgenamen zelf een afwijkende rente af te spreken. In het testament kan bijvoorbeeld één van de volgende drie clausules staan:

vast rentepercentage

Meestal zal er bij een vaste rente gekozen zijn voor het minimale of maximale percentage. Dus 0% of 6% samengesteld. Als er 0% staat, werkt de berekening van de erfbelasting hetzelfde als bij variant 1 en 2. Als er 6% samengesteld staat, is voor de erfbelasting de nominale waarde gelijk aan de contante waarde. Een vordering van € 100 met een samengestelde rente van 6% heeft dus zowel een nominale als contante waarde van € 100.

Voor de duidelijkheid: de langstlevende betaalt de rente dus niet uit maar telt deze op bij de schuld aan de kinderen.

Variant 4: de handmatige ventielclausule

De rente heeft dus gevolgen voor de erfbelasting. Veel langstlevende testamenten bevatten clausules om de erfbelasting te verlagen of uit te stellen. Notarissen proberen testamenten altijd zo in te richten dat de langstlevende alle keuzes zelfstandig mag maken. Een voorbeeld hiervan is het zogenoemde “opvullegaat”. De langstlevende kan door het aanvaarden of verwerpen van dit legaat de vorderingen van de kinderen groter of kleiner maken. De kinderen hebben zelf dus niks te kiezen.

Op grond van de wet mogen de erfgenamen samen een afwijkende rente afspreken. In dat geval heeft de langstlevende dus de medewerking nodig van de kinderen om een rente te kiezen. Want de langstlevende en de kinderen zijn samen erfgenaam. Daarom is de zogenoemde “ventielclausule” bedacht. Dit houdt in dat er standaard een maximale rente geldt. Door middel van een legaat aan de langstlevende kan deze rente worden verlaagd.

Omdat een gedeeltelijke aanvaarding mogelijk is, kan de langstlevende elk gewenst percentage kiezen. Vandaar de benaming “ventielclausule”. Het is alsof er een ventiel op de vordering zit waaraan de langstlevende kan draaien om er wat rente uit te laten lopen.

handmatige ventielclausule
Variant 5: de renteafspraak

Als er geen testament is, mogen de erfgenamen zelf een rente afspreken. Meestal bestaat deze mogelijkheid ook indien er wel een testament is. Dit kan eenmalig vóórdat je de aangifte erfbelasting indient. Is de wettelijke rente 6% en is er geen testament? Dan tel je dus geen rente bij. In plaats daarvan kun je bijvoorbeeld 3% enkelvoudige rente of 6% samengestelde rente afspreken.

6% samengestelde rente op rente
een renteafspraak moet je maken vóórdat je de aangifte indient

De maximale rente die je kunt afspreken is 6% samengesteld. Bij dat percentage is de nominale waarde gelijk aan de contante waarde. Spreek je een hoger percentage af? Dan wordt het meerdere bij het overlijden van de langstlevende belast met erfbelasting. Het afspreken van een hogere rente kan juridisch dus wel maar heeft fiscaal geen zin.

maximale rente

De erfbelasting berekenen zonder rente

Staat er in het testament dat je geen rente bijtelt? Kom je in afwijking van het testament overeen om geen rente bij te tellen? Of is er geen testament en tel je alleen een rente bij boven 6%? In al deze gevallen is er voor de Successiewet sprake van een renteloze vordering. Als de wettelijke rente bijvoorbeeld 8% is en je daarom 2% bijtelt, behandelt de Successiewet dit nog steeds als een renteloze vordering. De uitleg hierna is dus van toepassing op variant 1 en 2 ongeacht de hoogte van de wettelijke rente.

wettelijke rente erfdeel berekenen

Zoals ik eerder al schreef, geldt voor de erfbelasting niet de nominale waarde maar de contante waarde. Ben je bezig met een aangifte erfbelasting? Dan vul je het nominale bedrag in en het aangifteprogramma berekent zelf de contante waarde. Dit kan het programma zelf doen omdat de Successiewet alleen rekening houdt met het rentepercentage en de leeftijd van de langstlevende. De gezondheid en werkelijke levensverwachting tellen bijvoorbeeld niet mee.

Wil je het zelf narekenen? Dan kun je de hierna volgende leeftijdstabel gebruiken. Het gaat om de leeftijd van de langstlevende ouder op het moment dat de eerste ouder overlijdt. Het percentage in de rechter kolom haal je van de vordering af om tot de contante waarde te komen. Overigens tel je het verschil bij de belaste verkrijging van de langstlevende op. Dit laatste heet “fictief vruchtgebruik”. Gelukkig heeft de langstlevende een grote vrijstelling die in de meeste gevallen groter is dan de volledige erfenis. Het fictief vruchtgebruik is hierdoor meestal onbelast.

Voor de duidelijkheid: de afwaardering geldt alleen voor de heffing van erfbelasting. De werkelijke vordering van het kind gaat niet omlaag. Als je een rente bijtelt, dan doe je dat over het werkelijke nominale bedrag en niet de afgewaardeerde contante waarde.

Leeftijdstabel
Leeftijd langstlevende:Afwaardering bij 0% rente:
tot 20 jaar96%
20 tot 30 jaar90%
30 tot 40 jaar84%
40 tot 50 jaar78%
50 tot 55 jaar72%
55 tot 60 jaar66%
60 tot 65 jaar60%
65 tot 70 jaar48%
70 tot 75 jaar42%
75 tot 80 jaar30%
80 tot 85 jaar24%
85 tot 90 jaar18%
90 jaar of ouder12%

Stel dat een kind een renteloze vordering erft van € 100.000 op een langstlevende van 78 jaar. Voor de berekening van de erfbelasting heeft deze vordering een waarde van € 70.000. Stel dat de vrijstelling € 25.000 bedraagt en dat de erfbelasting 10% is. Over € 45.000 moet in dat geval € 4.500 erfbelasting worden betaald. De langstlevende schiet dit bedrag voor uit de erfenis. Daarna heeft het kind nog een vordering van € 95.500.

Het hierboven beschreven systeem is voor het gemiddelde Nederlandse gezin zeer gunstig. De afwaardering bij de kinderen betekent dat de erfbelasting omlaag gaat. De bijtelling bij de langstlevende is onbelast omdat een doorsnee erfenis kleiner is dan de partnervrijstelling.

De erfbelasting berekenen met een maximale rente

In plaats van geen rente kun je ook kiezen voor een maximale rente. Dit kan omdat de overledene hiervoor heeft gekozen in zijn of haar testament. Of het kan doordat de erfgenamen dit afspreken tussen het overlijden en het indienen van de aangifte.

Er zijn meerdere redenen waarom je dit kunt doen. Een hoge rente betekent bijvoorbeeld dat de langstlevende meer geld kan uitkeren aan de kinderen. Denk aan het scenario dat je het huis verkoopt en jouw vermogen wilt afbouwen ten gunste van de kinderen.

Bij een grotere erfenis kan een hogere rente fiscaal gunstig zijn. Denk bijvoorbeeld aan het geval dat je € 3.000.000 nalaat aan je echtgenote en twee kinderen. Ieder van de drie erfgenamen, ook de langstlevende, valt bij 0% rente al in het hoogste 20% tarief voor de erfbelasting. Als je kiest voor een hogere rente, gaat de erfbelasting bij het eerste overlijden niet verder omhoog. Het maximale tarief geldt immers al. Maar bij het tweede overlijden gaat de erfbelasting wel omlaag. Want de erfenis van de langstlevende is kleiner indien de schuld aan de kinderen groeit met rente.

Bij de maximale rente van 6% samengesteld is de nominale waarde gelijk aan de contante waarde. Er is dus geen afwaardering. Een vordering van € 100.000 heeft dus een marktwaarde van € 100.000 ongeacht de leeftijd en levensverwachting van de langstlevende.

nominale en contante waarde vordering
de contante waarde is nooit hoger dan de nominale waarde

De erfbelasting berekenen bij een ander rentepercentage

Bij een ander rentepercentage, tussen 0% en 6% samengesteld, is er sprake van een gedeeltelijke afwaardering. Je verlaagt in dat geval de vordering met een evenredig gedeelte van het percentage uit de tabel hierboven. Stel je erft als kind een vordering van € 100.000 op een langstlevende van 63 jaar. Dan werkt het als volgt:

nominaal bedrag vorderingrente % (rente op rente)correctiecontante waarde vordering
€ 100.0000%– 60%€ 40.000
€ 100.0001%– 50%€ 50.000
€ 100.0002%– 40%€ 60.000
€ 100.0003%– 30%€ 70.000
€ 100.0004%– 20%€ 80.000
€ 100.0005%– 10%€ 90.000
€ 100.0006%– 0%€ 100.000

Ook voor deze variant geldt dat je het verschil tussen de nominale en contante waarde van de vordering optelt bij de fiscale verkrijging van de langstlevende.

Is er een enkelvoudige rente van toepassing? Dit wil nog wel eens in oudere testamenten staan uit de jaren ’80 en ’90. In dat geval moet je de enkelvoudige rente omrekenen naar een samengestelde rente, uitgaande van de statistische levensverwachting. Helaas heeft de belastingdienst daar geen gratis “tool” voor op haar website.

Meer lezen?

Veelgestelde vragen:

Is de rente in een testament enkelvoudig of samengesteld?

In een testament kan een enkelvoudige of een samengestelde rente staan. Uit de tekst van het testament kun je afleiden om welke van de twee het gaat.

Wat is een enkelvoudige rente?

Bij een enkelvoudige rente neem je elk jaar alleen de hoofdsom in aanmerking. Stel dat je een vordering erft van € 100 waarop je een enkelvoudige rente bijtelt van 5%. Na één jaar is de vordering € 105 en na twee jaar is de vordering € 110.

Wat is een samengestelde rente?

Bij een samengestelde rente is er sprake van rente op rente. Stel dat je een vordering erft van € 100 waarop je een samengestelde rente bijtelt van 5%. Na één jaar is de vordering € 105 en na twee jaar is de vordering € 110,25.