Erfbelasting berekenen bij wettelijke verdeling, zo werkt het

In dit blog leg ik uit hoe je de erfbelasting moet berekenen bij de wettelijke verdeling. Eerst leg ik uit wat de wettelijke verdeling is en daarna volgt een stappenplan voor de berekening.

Wat is de wettelijke verdeling?

In 2003 is het nieuwe Nederlandse erfrecht ingevoerd. Misschien wel de belangrijkste wijziging is dat er nu automatisch een langstlevende regeling geldt als je getrouwd bent of geregistreerd als partner. Hierdoor wordt de langstlevende partner automatisch beschermd, ook als de overleden partner geen testament heeft.

De langstlevende regeling wordt ook wel de “wettelijke verdeling” genoemd. De kinderen en de langstlevende zijn samen erfgenaam, ieder voor een gelijk deel. De volledige erfenis wordt op grond van de wet toegedeeld aan de langstlevende. Hij of zij wordt bijvoorbeeld de enige eigenaar van de koopwoning. In ruil hiervoor erven de kinderen een geldvordering op de langstlevende ter grootte van hun erfdeel. Notarissen noemen deze vordering ook wel een “tegoedbon”.

De kinderen mogen de geldvordering in beginsel pas opeisen na het overlijden van de langstlevende. In de tussentijd hoeft de langstlevende geen rente of aflossing te betalen aan de kinderen. Het bijtellen van een rente is wel mogelijk. Op grond van de wet moet dat als de wettelijke rente hoger is dan 6%. Alleen het meerdere wordt in dat geval bijgeteld. Stel bijvoorbeeld dat de wettelijke rente 7% is. In dat geval wordt er 1% per jaar bijgeteld.

In een testament mag je afwijken van de wettelijke regeling. Je kunt bijvoorbeeld de erfdelen groter of kleiner maken of een renteclausule opnemen. Een renteclausule kan bijvoorbeeld inhouden dat er altijd een rente wordt bijgeteld. Ook kun je een ander soort langstlevende regeling in je testament zetten. Je kunt bijvoorbeeld de kinderen tot erfgenaam benoemen en aan de langstlevende het vruchtgebruik legateren. In dat geval ontstaat er geen geldvordering.

In dit blog ga ik er van uit dat de overledene geen testament heeft. De uitleg hieronder is ook van toepassing op een “standaard” testament waarin niet wordt afgeweken van de wettelijke langstlevende regeling. In een standaard testament kan bijvoorbeeld een uitsluitingsclausule of een executeursbenoeming zijn opgenomen. Deze clausules hebben geen gevolgen voor de erfbelasting.

Stap 1: het berekenen van de erfdelen

De eerste stap bij het berekenen van de erfbelasting bij de wettelijke verdeling is het vaststellen van de hoogte van de erfdelen. Stel dat jullie getrouwd zijn in gemeenschap van goederen. Het vermogen bestaat uit een woning met een WOZ-waarde van € 450.000 en een hypotheekschuld van € 200.000. Verder is er nog € 50.000 aan spaargeld en beleggingen.

De waarde van de gemeenschap van goederen is in bovenstaand voorbeeld € 300.000. Het maakt niet uit wat de marktwaarde is van de woning. Bij het overlijden van de eerste echtgenoot gaat de erfbelasting altijd uit van de WOZ-waarde. Dat is gunstig, want de WOZ-waarde is in de meeste gevallen lager dan de marktwaarde.

Op het moment dat de eerste van beide echtgenoten overlijdt is de erfenis de helft van de gemeenschap van goederen. In bovenstaand voorbeeld is de erfenis dus € 150.000. Stel dat jullie twee kinderen hebben. In dat geval zijn er drie erfgenamen, de langstlevende en de beide kinderen. Ieder heeft een gelijk erfdeel van één/derde. Elke erfgenaam heeft dus recht op een erfdeel van € 50.000. De volledige erfenis wordt toegedeeld aan de langstlevende. In ruil hiervoor houdt de langstlevende een schuld aan de kinderen.

De langstlevende erft dus € 150.000 aan vermogen, met in ruil daarvoor een schuld van € 100.000 aan de beide kinderen. Per saldo erft hij of zij dus € 50.000. De kinderen erven ieder een vordering van € 50.000 op de langstlevende.

Erfrechtelijk bekeken erft ieder van de drie erfgenamen € 50.000. Maar feitelijk zijn de erfdelen heel verschillend. Alle bezittingen gaan naar de langstlevende. De kinderen moeten afwachten of ze ooit nog wat krijgen. In theorie kan de langstlevende de hele erfenis opmaken.

erfbelasting berekenen wettelijke verdeling

Stap 2: het berekenen van de fiscale waarde van de erfdelen

Stel dat ik een renteloze geldvordering heb die pas over twintig jaar opeisbaar is. Zou jij deze vordering van mij willen kopen voor het volle bedrag? Waarschijnlijk niet. Een euro die je pas over twintig jaar krijgt is op dit moment minder waard dan een euro.

Voor de berekening van de erfbelasting wordt rekening gehouden met de niet-opeisbaarheid en renteloosheid van de geldvordering. Voordat je de erfbelasting berekent moet je de vordering afwaarderen van het “nominale bedrag” naar de “contante waarde”. Het begrip “nominaal” staat voor het werkelijke bedrag van de vordering. In bovenstaand voorbeeld is dat € 50.000 per kind. Het begrip “contant” staat voor de marktwaarde van de vordering.

Sommige mensen denken ten onrechte dat de afwaardering betekent dat de vordering omlaag gaat. Dit is niet het geval. De kinderen houden precies hetzelfde bedrag tegoed van de langstlevende. Het enige verschil is dat de erfbelasting over een lager bedrag wordt berekend.

Voor de afwaardering hanteert de Successiewet onderstaande leeftijdstabel. Deze mag je gebruiken indien:

  • de overledene geen testament heeft of een standaard testament zonder afwijkende renteclausule;
  • en de erfgenamen geen renteovereenkomst maken.
Leeftijdstabel
Leeftijd langstlevende op dag van overlijdenAfwaardering vordering
tot 20 jaar96%
20 tot 30 jaar90%
30 tot 40 jaar84%
40 tot 50 jaar78%
50 tot 55 jaar72%
55 tot 60 jaar66%
60 tot 65 jaar60%
65 tot 70 jaar48%
70 tot 75 jaar42%
75 tot 80 jaar30%
80 tot 85 jaar24%
85 tot 90 jaar18%
90 jaar of ouder12%

Het percentage in de rechterkolom haal je van de vordering van de kinderen af. Hetzelfde bedrag tel je bij de verkrijging van de langstlevende op. Dit laatste is logisch. Als je de vordering van de kinderen lager waardeert, dan moet je ook de daarmee corresponderende schuld van de langstlevende lager waarderen. Dit betekent dat het fiscale erfdeel van de langstlevende groter wordt. Dit is bijna altijd gunstig omdat de langstlevende een veel grotere vrijstelling heeft dan de kinderen. Daarover later meer.

Stel dat de langstlevende in het bovenstaande voorbeeld 76 jaar is. In dat geval verlaag je de erfdelen van de kinderen met 30%. De afwaardering geldt ook voor de schuld van de langstlevende aan de kinderen. De fiscale waarde van zijn of haar erfdeel gaat hierdoor omhoog. Dit kun je eenvoudig berekenen door het bedrag dat je er bij de kinderen af haalt op te tellen bij de verkrijging van de langstlevende. Je komt in dat geval tot de volgende fiscale erfdelen:

civiel erfdeelfiscaal erfdeel
langstlevende€ 50.000€ 80.000
kind 1€ 50.000€ 35.000
kind 2€ 50.000€ 35.000
totaal€ 150.000€ 150.000

Maak niet de rekenfout om het erfdeel van de langstlevende te verhogen met een percentage. Het totaal van de civiele erfdelen moet onderaan de streep gelijk zijn aan het totaal van de fiscale erfdelen.

Stap 3: het verlagen van de erfdelen met de vrijstelling

Pas nadat je de fiscale waarde van de erfdelen hebt berekend breng je de vrijstelling in mindering. Iedere erfgenaam heeft recht op een eigen vrijstelling. De overheid verhoogt de vrijstellingen elk jaar met een inflatiecorrectie. In 2026 heeft ieder kind recht op een vrijstelling voor de erfbelasting van € 26.230. Een langstlevende partner heeft recht op een vrijstelling van minimaal € 213.195 en maximaal € 828.035.

De hoogte van de vrijstelling voor de langstlevende hangt af van het nabestaandenpensioen dat hij of zij erft. Over het nabestaandenpensioen betaal je geen erfbelasting, maar de waarde komt wel in mindering op de vrijstelling. Dit wordt “pensioenimputatie” genoemd. Is de fiscale waarde van de verkrijging van de langstlevende (het bedrag bij stap 2) hoger dan de minimale vrijstelling? Dan is het van belang om de exacte vrijstelling te berekenen. Daarvoor vind je hier een handleiding.

Vrijstelling 2026
langtlevendetussen € 213.195 en € 828.035
kind€ 26.230
kleinkind€ 26.230

Voor het eerder gegeven voorbeeld werkt dit als volgt:

fiscaal erfdeelvrijstelling 2026belast bedrag
langstlevende€ 80.000minimaal € 213.195€ 0
kind 1€ 35.000€ 26.230€ 8.770
kind 2€ 35.000€ 26.230€ 8.770

Nu heb je dus het belaste bedrag berekend. De volgende stap is het berekenen van de erfbelasting.

Stap 4: het berekenen van de erfbelasting over het belaste bedrag

Boven de vrijstellingen gelden er twee tariefschijven. De omvang van de schijven in euro’s is voor iedereen hetzelfde, maar de tarieven verschillen. Het tarief in de eerste schijf is voor partners en kinderen 10%. De tariefschijven worden ieder jaar verhoogd met een inflatiecorrectie. In het jaar 2026 gelden de volgende bedragen en tarieven voor kinderen, kleinkinderen en langstlevende partners.

Tarief eerste schijf (in 2026 tot 158.669)Tarief tweede schijf (in 2026 boven 158.669)
langstlevende10%20%
kind10%20%
kleinkind18%36%

Het tarief in de tweede schijf geldt alleen over het meerdere. Erft een kind bijvoorbeeld een geldvordering met een fiscale waarde van € 200.000? Dan is € 26.230 vrijgesteld, € 158.669 belast met 10% en € 15.101 belast met 20%.

In het voorbeeld werkt de berekening als volgt:

belast bedrag%erfbelasting
langstlevende€ 0n.v.t.€ 0
kind 1€ 8.77010%€ 877
kind 2€ 8.77010%€ 877

Voor een doorsnee gezin met een gemiddeld vermogen valt de totale erfbelasting bij het eerste overlijden mee. In dit voorbeeld is de totale erfbelasting bij het eerste overlijden maar € 1.754.

Stap 5: het verrekenen van de erfbelasting

Het is gebruikelijk dat de langstlevende de erfbelasting over de geldvorderingen voorschiet. Vervolgens hoor je de voorgeschoten bedragen te verrekenen met de geldvorderingen. In bovenstaand voorbeeld erft ieder kind een vordering van € 50.000. Je verlaagt deze met de door de langstlevende voorgeschoten erfbelasting van € 877. Daarna hebben de beide kinderen ieder nog € 49.123 tegoed van de langstlevende.

Meer lezen?

contante waarde erfdeel berekenen

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven