In dit blog vind je een overzicht van de vrijstellingen en tarieven voor de erfbelasting in 2026. De erfbelasting is niet zo hoog als veel mensen denken. Je kunt de erfbelasting bijvoorbeeld te hoog inschatten omdat je het saldo van de erfenis verkeerd berekent. Of doordat je de vrijstellingen en tarieven verkeerd toepast. Op deze pagina vind je meerdere voorbeelden waaruit blijkt dat het met de erfbelasting vaak meevalt. Wist je trouwens dat er veel slimme trucs zijn waarmee je de erfbelasting kunt verlagen? Op mijn YouTube kanaal vind je tientallen video’s over dit onderwerp.

Het saldo van de erfenis correct berekenen
De eerste stap bij het berekenen van de erfbelasting is het bepalen van de omvang van de erfenis. Dit zijn een paar veel gemaakte fouten:
- Overlijdt één van beide echtgenoten of één van beide geregistreerde partners? En was er sprake van een gemeenschap van goederen? Dan is de erfenis de helft van de gemeenschap van goederen plus het eventuele privé vermogen van de overledene. Veel echtparen denken ten onrechte dat de volledige gemeenschap van goederen belast wordt na het overlijden van de eerste echtgenoot. Dat is dus niet zo. Het gaat maar om de helft van het vermogen. De andere helft wordt pas belast na het overlijden van de langstlevende.
- Niet de marktwaarde van het huis is belast, maar alleen de fiscale overwaarde gebaseerd op de WOZ-waarde en de hypotheekschuld. Stel dat de overledene een koopwoning achterlaat met een marktwaarde van € 500.000, een WOZ-waarde van € 400.000 en een hypotheek van € 200.000. Dan wordt niet de marktwaarde van € 500.000 belast maar alleen de fiscale overwaarde van € 200.000.
- De erfbelasting wordt voor iedere erfgenaam afzonderlijk berekend. Laat iemand bijvoorbeeld drie erfgenamen achter? Dan zijn er drie vrijstellingen en heeft iedere erfgenaam recht op de eerste (lagere) tariefschijf voor de erfbelasting. De tweede (hogere) tariefschijf geldt pas als het erfdeel van een erfgenaam groter is dan de vrijstelling plus de eerste tariefschijf.
- Bij een langstlevende testament wordt het erfdeel van het kind “afgewaardeerd” omdat het kind zijn erfdeel pas ontvangt na het overlijden van de langstlevende. Dit verlaagt de waarde van het erfdeel, waardoor de erfbelasting omlaag gaat.
- Dankzij speciale “vrijstellingen” en bepaalde “ficties” zijn sommige bedragen niet of juist wel belast. Erf je bijvoorbeeld als langstlevende een nabestaandenpensioen? Dan wordt dit pensioen niet belast met erfbelasting maar gaat je vrijstelling voor de rest van de erfenis wel omlaag. Heeft de overledene een verzekering afgesloten en jou aangewezen als begunstigde? Het uitgekeerde bedrag komt niet uit de erfenis. Toch moet je er belasting over betalen!
De erfdelen correct berekenen
De erfbelasting wordt berekend per afzonderlijke “verkrijger”. Laat iemand meerdere erfgenamen achter? Dan moet je eerst de omvang van de erfdelen berekenen voordat je de erfbelasting kunt berekenen. Als iemand overlijdt zonder testament heeft iedere erfgenaam in beginsel een gelijk erfdeel. Maar hierop zijn wel een paar uitzonderingen.
Is een erfgenaam eerder dan de erflater overleden? Dan komen de kinderen van die erfgenaam in zijn plaats. Denk bijvoorbeeld aan het geval dat een alleenstaande erflater twee kinderen had waarvan er één eerder is overleden met achterlating van twee kinderen. In dat geval is het nog in leven zijnde kind erfgenaam voor de ene helft en zijn de beide kleinkinderen van de erflater ieder erfgenaam voor een kwart. De beide kleinkinderen hebben elk recht op een eigen vrijstelling. In 2026 is de vrijstelling voor een kind of kleinkind € 26.230. Stel dat de hierboven bedoelde erflater € 100.000 nalaat. In dat geval erven de beide kleinkinderen ieder € 25.000. Dit is minder dan hun vrijstelling, wat betekent dat ze geen erfbelasting betalen. Het kind erft € 50.000 en betaalt over het meerdere boven de vrijstelling 10% erfbelasting.
Verder is nog van belang dat een langstlevende constructie leidt tot een andere waardering van de erfdelen. Neem bijvoorbeeld een echtpaar van 68 jaar dat twee kinderen heeft en een vermogen van € 300.000. Op het moment dat de eerste van beiden overlijdt vererft de helft van het vermogen. De erfenis is dus € 150.000. De overledene laat drie erfgenamen achter: de langstlevende en beide kinderen. De drie erfgenamen hebben ieder recht op € 50.000. De langstlevende erft alle bezittingen ter waarde van € 150.000 en houdt een schuld aan de kinderen van € 100.000 (twee keer € 50.000). De beide kinderen erven een geldvordering van € 50.000 per persoon.
Vanwege de niet-opeisbaarheid heeft de geldvordering van de kinderen een “contante marktwaarde” van € 26.000. Deze fiscale waarde is gebaseerd op de leeftijd van de langstlevende (68 jaar). Hierdoor is de waarde van het erfdeel van de kinderen lager dan hun vrijstelling van € 26.230. In dit voorbeeld betalen de kinderen dus geen erfbelasting.
Andere testamentvormen
Overigens bestaan er meerdere soorten langstlevende constructies. In de vorige twee alinea’s beschreef ik de situatie dat er geen testament is, waardoor de wettelijke langstlevende regeling geldt. Heeft de overledene wel een testament? Dan kan daar een andere constructie in staan. Dat heeft gevolgen voor de erfbelasting. Een voorbeeld hiervan is een vruchtgebruik regeling. In dat geval zijn de kinderen erfgenaam en krijgt de langstlevende het vruchtgebruik van de nalatenschap.
Vrijstellingen en tarieven erfbelasting 2026
In de handige tabel hieronder vind je de vrijstellingen en tarieven voor de erfbelasting in 2026.
| Relatie tot erflater | Vrijstelling | Tarief eerste schijf (tot € 158.669) | Tarief tweede schijf (boven € 158.669) |
|---|---|---|---|
| partner | tussen € 213.195 en € 828.035 | 10% | 20% |
| kind | € 26.230 | 10% | 20% |
| kleinkind | € 26.230 | 18% | 36% |
| ouder(s) | € 62.110 | 30% | 40% |
| goed doelen | 100% | 0% | 0% |
| overig (neef, zus, buurman) | € 2.769 | 30% | 40% |
De tariefschijven gelden alleen voor het meerdere boven de vrijstelling. Erft een kind bijvoorbeeld een erfdeel met een waarde van € 200.000? Dan is de eerste € 26.230 vrijgesteld. Vervolgens is € 158.669 (de eerste schijf) belast met 10% erfbelasting. Daarna resteert nog € 15.101 waarover het kind 20% erfbelasting betaalt.
Bij de vrijstelling voor de partner van de overledene zie je een minimum bedrag en een maximum bedrag staan. In beginsel geldt het maximale bedrag, maar hierop komt de waarde van het nabestaandenpensioen in mindering. Deze waarde wordt volgens een speciale formule berekend. Deze berekening is alleen van belang als de fiscale waarde van de verkrijging van de langstlevende hoger is dan de minimale vrijstelling van € 213.195.
Bij de berekening van de erfbelasting over de verkrijging van de langstlevende is het volgende van belang. De eerder beschreven afwaardering van de erfdelen van de kinderen wordt opgeteld bij de fiscale verkrijging van de langstlevende. In het eerdere voorbeeld erven de beide kinderen ieder een vordering van € 50.000 die een “contante marktwaarde” heeft van € 26.000. Het erfdeel van de langstlevende wordt met het verschil verhoogd. Zijn of haar fiscale verkrijging is dus € 50.000 plus twee keer € 24.000, ofwel € 98.000. Dat is nog steeds lager dan de minimale vrijstelling van € 213.195. In dit rekenvoorbeeld is de opwaardering van het erfdeel van de langstlevende geen punt van zorg. Bij grotere erfenissen is de verlaging van de vrijstelling met de waarde van het nabestaandenpensioen wel van belang.
Hierna volgen meer voorbeelden waarin ik uitleg hoe je de bovenstaande vrijstellingen en tarieven toepast.
De erfbelasting voor een langstlevende in 2026
In het jaar 2003 is het nieuwe Nederlandse erfrecht ingevoerd. Sindsdien geldt er automatisch een langstlevende regeling indien je getrouwd bent en geen testament hebt. Deze regeling houdt in dat de langstlevende en de kinderen samen erfgenaam zijn, ieder voor een gelijk deel. Alle bezittingen worden toegedeeld aan de langstlevende. In ruil daarvoor houdt de langstlevende een schuld aan de kinderen. De kinderen erven in spiegelbeeld hiervan een geldvordering op de langstlevende. Deze geldvordering is in beginsel pas opeisbaar na het overlijden van de langstlevende. In de tussentijd betaalt de langstlevende geen aflossing of rente aan de kinderen. Een rente bijtellen is wel mogelijk. Dit gebeurt op grond van de wet voor zover de wettelijke rente hoger is dan 6%. Is de wettelijke rente bijvoorbeeld 7%? Dan tel je 1% rente bij op de vordering.
Voor de berekening van de erfbelasting wordt de renteloze vordering van de kinderen afgewaardeerd. Dit gebeurt op grond van een leeftijdstabel. Hierbij gaat het om de leeftijd van de langstlevende op het moment dat de eerste van beiden overlijdt. Sommige mensen denken ten onrechte dat de afwaardering betekent dat de vordering van de kinderen kleiner wordt. Dit is niet het geval. De kinderen hebben nog steeds het volledige bedrag tegoed. Het enige gevolg van de afwaardering is dat je de erfbelasting over een lager bedrag berekent.
Leeftijdstabel
| Leeftijd langstlevende op dag van overlijden | Afwaardering |
|---|---|
| tot 20 jaar | 96% |
| 20 tot 30 jaar | 90% |
| 30 tot 40 jaar | 84% |
| 40 tot 50 jaar | 78% |
| 50 tot 55 jaar | 72% |
| 55 tot 60 jaar | 66% |
| 60 tot 65 jaar | 60% |
| 65 tot 70 jaar | 48% |
| 70 tot 75 jaar | 42% |
| 75 tot 80 jaar | 30% |
| 80 tot 85 jaar | 24% |
| 85 tot 90 jaar | 18% |
| 90 jaar of ouder | 12% |
Het bedrag dat je er bij de kinderen afhaalt, tel je op bij de verkrijging van de langstlevende. Hierdoor kan het gebeuren dat de fiscale verkrijging van de langstlevende hoger is dan zijn of haar vrijstelling. Dit is vooral een risico bij een grote erfenis of in het geval dat een jonge langstlevende een hoog nabestaandenpensioen erft. In dat geval kan een groot deel van de vrijstelling vervallen door de verlaging met de waarde van het nabestaandenpensioen. Hierna volgt een rekenvoorbeeld voor het geval dat een ouder echtpaar met één kind een vermogen nalaat van € 1.000.000.
Erfbelasting bij een vermogen van € 1.000.000 (eerste overlijden)
Kees en Francien zijn beiden 82 jaar en hebben geen testament. Ze zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en hebben één kind. Hun koopwoning heeft een WOZ-waarde van € 800.000 en is vrij van hypotheek. Verder hebben ze nog een spaarrekening met een saldo van € 200.000. Het totale vermogen is dus € 1.000.000.
Kees overlijdt als eerste in 2026. Zijn erfenis bedraagt de helft van de gemeenschap van goederen, dus € 500.000. Er zijn twee erfgenamen (de langstlevende en het kind) die ieder recht hebben op een erfdeel van € 250.000. De volledige erfenis wordt toegedeeld aan Francien als langstlevende. Zij wordt dus de enige eigenaar van de woning en de spaarrekening. In ruil hiervoor erft het kind een vordering van € 250.000. Deze wordt voor de berekening van de erfbelasting afgewaardeerd met 24% (zie bovenstaande leeftijdstabel). Dit betekent het volgende voor de erfdelen:
| Verkrijger | Werkelijke erfdeel | Fiscale waarde |
|---|---|---|
| langstlevende | € 250.000 | € 310.000 |
| kind | € 250.000 | € 190.000 |
| totaal | € 500.000 | € 500.000 |
Vervolgens verlaag je de fiscale waarde met de betreffende vrijstelling:
| Verkrijger | Fiscale waarde | Vrijstelling | Belast bedrag |
|---|---|---|---|
| langstlevende | € 310.000 | € 828.035 * | € 0 |
| kind | € 190.000 | € 26.230 | € 163.770 |
* bij de vrijstelling voor de langstlevende ga ik er van uit dat zij geen nabestaandenpensioen erft
De erfbelasting over de vordering van het kind wordt dus berekend over een bedrag van € 163.770. Hiervan valt € 158.669 in de eerste schijf van 10% en € 5.101 in de tweede schijf van 20%. De totale erfbelasting bedraagt € 16.887. Van de langstlevende wordt verwacht dat zij dit bedrag voorschiet. Daarna resteert nog een vordering van € 233.113 (€ 250.000 minus de voorgeschoten erfbelasting van € 16.887).
Gezien het banksaldo van Kees en Francien is de betaling van de erfbelasting bij het eerste overlijden geen probleem.
Erfbelasting bij een vermogen van € 1.000.000 (tweede overlijden)
Stel dat Francien kort daarna overlijdt. Haar vermogen bestaat uit het huis van € 800.000 en een spaarsaldo van € 183.113 (dit is verlaagd door de betaling van de erfbelasting). Hier staat nog een schuld aan het kind tegenover van € 233.113. Per saldo bedraagt het vermogen van Francien nog € 750.000. Het enig kind erft als enig erfgenaam dus € 750.000. Hiervan is € 26.230 vrijgesteld en € 723.770 belast. Van het belaste bedrag valt € 158.669 in de 10% schijf. De resterende € 565.101 valt in de 20% schijf. De totale erfbelasting over de tweede erfenis is € 128.887.
De totale erfbelasting over beide erfenissen samen is € 145.774. Ten opzichte van het totale vermogen van € 1.000.000 is de erfbelasting dus 14,6% (naar boven afgerond). Het grootste deel van de erfbelasting wordt pas betaald na het overlijden van de langstlevende.
Erfbelasting alleenstaande met kinderen en/of kleinkinderen
Heeft de overledene geen partner en zijn de kinderen of kleinkinderen erfgenaam? Dan is het van belang om te weten dat kinderen en kleinkinderen dezelfde vrijstellingen hebben maar verschillende tarieven. In 2026 is de vrijstelling voor een kind of kleinkind € 26.230. Dit bedrag geldt per kind of kleinkind. Laat je bijvoorbeeld vier kinderen achter? Dan is er in totaal € 104.920 vrijgesteld van erfbelasting.
John is gescheiden en overlijdt zonder een partner achter te laten. Hij heeft geen testament en de erfenis is € 100.000 waard. John had twee zonen, Patrick en Richard. Enkele jaren geleden is Richard overleden. Hij had één zoon, Martin, die de plaats van zijn overleden vader Richard vervult als erfgenaam. Dit betekent dat John twee erfgenamen heeft. De ene helft gaat naar zijn zoon Patrick en de andere helft gaat naar zijn kleinzoon Martin. Bruto erven beide erfgenamen evenveel. Netto erft kleinzoon Martin iets minder, omdat hij een hoger percentage erfbelasting betaalt.
| Patrick (zoon) | Martin (kleinzoon) | |
|---|---|---|
| bruto erfdeel | € 50.000 | € 50.000 |
| vrijstelling | € -26.230 | € -26.230 |
| belast bedrag | € 23.770 | € 23.770 |
| erfbelasting | € 2.377 (10%) | € 4.278 (18%) |
| netto erfdeel | € 47.623 | € 45.722 |
Erfbelasting neven en nichten
Laat iemand geen partner of kinderen achter? Andere erfgenamen zoals broers, zusters, neven en nichten betalen meer erfbelasting. Dit komt doordat de vrijstelling lager is en de tarieven hoger zijn.
Erik is de enige erfgenaam van zijn tante. Zij laat een appartement na met een marktwaarde van € 500.000 en een WOZ-waarde van € 425.000. Er rust nog een hypotheek op van € 175.000. Erik heeft als neef in 2026 recht op een vrijstelling van € 2.769. Daarboven gelden twee tariefschijven. Over de eerste schijf van € 158.669 betaalt een neef of nicht 30% erfbelasting. Over het meerdere geldt de tweede schijf van 40%.
| WOZ waarde woning | € 425.000 |
| Hypotheekschuld | € -175.000 |
| Fiscale waarde erfenis | € 250.000 |
| Vrijgesteld | € -2.769 |
| Belast bedrag | € 247.231 |
| € 158.669 x 30% erfbelasting | € 47.601 |
| € 88.562 x 40% erfbelasting | € 35.425 |
| Totale erfbelasting | € 83.026 |
| Verkoopprijs woning | € 500.000 |
| Aflossing hypotheek | € -175.000 |
| Betaling erfbelasting | € -83.026 |
| Netto erfenis | € 241.975 |
Na de verkoop van het appartement, de aflossing van de hypotheek en de betaling van de erfbelasting houdt Erik nog € 241.975 over. Vroeger was de erfbelasting voor neven en nichten hoger. Op dit moment is het hoogste tarief in de erfbelasting 40%. Onder de oude Successiewet (die tot het jaar 2010 gold) was de hoogste schijf voor de erfbelasting maar liefst 68%!
Meer lezen?
- Wil je liever geen erfbelasting betalen? Dat kan met deze 10 tips.
- Gratis (!) manier om erfbelasting te besparen voor gezinnen met een koophuis.
- Nog een gratis (!) manier om erfbelasting te besparen na het overlijden van de eerste echtgenoot.
- Bekijk ook de video’s over erfbelasting op mijn YouTube kanaal.
