In dit blog vind je een overzicht van de vrijstellingen en tarieven voor de erfbelasting in 2025. De erfbelasting is in veel gevallen lang niet zo hoog als mensen denken. Dit komt bijvoorbeeld doordat men het saldo van de erfenis verkeerd berekent of doordat men de vrijstellingen en tarieven niet begrijpt. Op deze pagina vind je meerdere voorbeelden waaruit blijkt dat het met de erfbelasting vaak meevalt. Wist je trouwens dat er veel trucs zijn waarmee je de erfbelasting kunt verlagen? Op mijn YouTube kanaal vind je een serie van 15 video’s over dit onderwerp.

Het saldo van de erfenis correct berekenen
De eerste stap bij het berekenen van de erfbelasting is het bepalen van de omvang van de erfenis. Dit zijn een paar veel gemaakte fouten:
- Overlijdt één van beide echtgenoten of één van beide geregistreerd partners? En was er sprake van een gemeenschap van goederen? Dan is de erfenis de helft van de gemeenschap van goederen plus het eventuele privé vermogen van de overledene. Veel echtparen denken ten onrechte dat de volledige gemeenschap van goederen wordt belast. Dat is dus niet zo. Het gaat maar om de helft van het vermogen. De andere helft wordt pas belast wanneer de langstlevende overlijdt.
- Niet de marktwaarde van het huis is belast maar slechts de overwaarde, gebaseerd op de WOZ-waarde minus de hypotheek. Laat de overledene bijvoorbeeld een koopwoning achter met een marktwaarde van € 500.000 en een WOZ-waarde van € 400.000 en rust er nog een hypotheek op van € 200.000? Dan wordt niet de marktwaarde van € 500.000 belast maar alleen de fiscale overwaarde van € 200.000.
- De erfbelasting wordt per afzonderlijke erfgenaam berekend. Laat iemand bijvoorbeeld drie erfgenamen achter? Dan gelden er drie vrijstellingen en heeft iedere erfgenaam recht op de eerste (lagere) tariefschijf voor de erfbelasting. De hoogste tariefschijf geldt pas als het erfdeel van een erfgenaam groter is dan zijn vrijstelling plus de eerste tariefschijf.
- Bij een langstlevende testament wordt het erfdeel van het kind “afgewaardeerd” omdat het kind zijn erfdeel pas ontvangt nadat de langstlevende overlijdt. Dit verlaagt de waarde van het erfdeel, wat zorgt voor een lagere erfbelasting.
- Dankzij sommige “vrijstellingen” en “ficties” zijn bepaalde bedragen niet of juist wel belast. Erf je bijvoorbeeld als langstlevende een nabestaandenpensioen? Dan wordt dit niet belast met erfbelasting, maar gaat je vrijstelling voor de rest van de erfenis wel omlaag. Heeft de overledene een verzekering afgesloten en jou aangewezen als begunstigde? Het uitgekeerde bedrag komt niet uit de erfenis. Toch betaal je er erfbelasting over!
De erfdelen correct berekenen
De erfbelasting wordt berekend per afzonderlijke “verkrijger”. Laat iemand meerdere erfgenamen achter? Dan moet je eerst de omvang van de erfdelen berekenen voordat je de erfbelasting kunt berekenen. Als iemand overlijdt zonder testament, heeft iedere erfgenaam in beginsel een gelijk erfdeel. Maar hierop zijn wel een paar uitzonderingen.
Is een erfgenaam eerder dan de erflater overleden? Dan komen de kinderen van die erfgenaam in zijn plaats. Denk bijvoorbeeld aan het geval dat een alleenstaande erflater twee kinderen had waarvan er één eerder is overleden, met achterlating van twee kinderen. In dat geval is het nog in leven zijnde kind erfgenaam voor de ene helft en zijn de beide kleinkinderen van de erflater ieder erfgenaam voor een kwart. De beide kleinkinderen hebben elk recht op een eigen vrijstelling. In 2025 is de vrijstelling voor een kind of kleinkind € 25.490. Stel dat de hierboven bedoelde erflater € 100.000 nalaat. In dit geval erven de beide kleinkinderen ieder € 25.000. Dit is minder dan hun vrijstelling, wat betekent dat ze geen erfbelasting betalen. Het kind erft € 50.000 en betaalt over het meerdere boven de vrijstelling 10% erfbelasting.
Verder is nog van belang dat een langstlevende constructie leidt tot een andere waardering van de erfdelen. Neem bijvoorbeeld een echtpaar van 68 jaar dat twee kinderen heeft en een vermogen van € 300.000. Op het moment dat de eerste van beiden overlijdt vererft de helft van het vermogen. De erfenis is dus € 150.000. De overledene laat drie erfgenamen achter, de langstlevende en beide kinderen, die ieder recht hebben op € 50.000. De volledige erfenis wordt toegedeeld aan de langstlevende en de kinderen erven in ruil hiervoor een geldvordering. Omdat deze vordering nog niet opeisbaar is, heeft deze een contante marktwaarde van € 26.000. Deze waarde is gebaseerd op de leeftijd van de langstlevende (68 jaar). Hierdoor is de waarde van het erfdeel van de kinderen nauwelijks hoger dan hun vrijstelling. De erfbelasting bedraagt in dit geval slechts € 51,- per kind!
Overigens bestaan er meerdere soorten langstlevende constructies. In de vorige alinea beschreef ik de situatie dat er geen testament is, waardoor de wettelijke langstlevende regeling geldt. Heeft de overledene wel een testament? Dan kan daar een andere constructie in staan. Dat heeft gevolgen voor de erfbelasting. Een voorbeeld hiervan is een vruchtgebruik regeling, waarbij de kinderen erfgenaam zijn en de langstlevende het vruchtgebruik erft.
Vrijstellingen en tarieven erfbelasting 2025
In de handige tabel hieronder vind je de vrijstellingen en tarieven voor de erfbelasting in 2025.
| Relatie tot erflater | Vrijstelling | Tarief eerste schijf (tot € 154.197) | Tarief tweede schijf (boven € 154.197) |
|---|---|---|---|
| partner | tussen € 207.886 en € 804.698 | 10% | 20% |
| kind | € 25.490 | 10% | 20% |
| kleinkind | € 25.490 | 18% | 36% |
| ouder | € 60.359 | 30% | 40% |
| goed doelen | 100% | 0% | 0% |
| overig (neef, zus, buurman) | € 2.690 | 30% | 40% |
De tariefschijven gelden alleen voor het meerdere. Erft een kind bijvoorbeeld een erfdeel met een waarde van € 200.000? Dan is de eerste € 25.490 vrijgesteld. Daarna is € 154.197 (de eerste schijf) belast met 10% erfbelasting. Vervolgens is de resterende € 20.313 belast met 20% erfbelasting.
Bij de vrijstelling voor de partner van de overledene zie je een minimum en een maximum bedrag staan. In beginsel geldt het maximale bedrag, maar hierop komt de waarde van het nabestaandenpensioen in mindering. Deze waarde wordt met een speciale formule berekend. Deze berekening is uiteraard alleen van belang als de waarde van de verkrijging van de langstlevende hoger is dan de minimale vrijstelling.
Overigens wordt de afwaardering van de erfdelen van de kinderen opgeteld bij de fiscale verkrijging van de langstlevende. In het eerdere voorbeeld erfden de beide kinderen ieder een vordering van € 50.000 die een contante marktwaarde had van € 26.000. Het erfdeel van de langstlevende wordt met het verschil verhoogd. Zijn of haar fiscale verkrijging is dus € 50.000 plus twee keer € 24.000, ofwel € 98.000. Dat is nog steeds lager dan de minimale vrijstelling en in dit voorbeeld dus geen punt van zorg. Bij grotere erfenissen is de verlaging van de vrijstelling met het nabestaandenpensioen wel van belang.
Hierna volgen meer voorbeelden waarin ik uitleg hoe je bovenstaande vrijstellingen en tarieven toepast.
De erfbelasting voor een langstlevende in 2025
In het jaar 2003 is het nieuwe Nederlandse erfrecht ingevoerd. Sindsdien geldt er automatisch een langstlevende regeling indien je getrouwd bent en geen testament hebt. Deze regeling houdt in dat de langstlevende en de kinderen samen erfgenaam zijn, ieder voor een gelijk deel. De volledige erfenis wordt toegedeeld aan de langstlevende en de kinderen erven een vordering. Deze vordering is in beginsel pas opeisbaar na het overlijden van de langstlevende. In de tussentijd betaalt de langstlevende geen aflossing of rente aan de kinderen. Een rente bijtellen is wel mogelijk. Dit gebeurt op grond van de wet voor zover de wettelijke rente hoger is dan 6%. Is de wettelijke rente bijvoorbeeld 7%? Dan tel je in dat jaar 1% rente bij op de vordering.
Voor de berekening van de erfbelasting wordt de renteloze vordering van de kinderen afgewaardeerd. Dit gebeurt op grond van een leeftijdstabel. Hierbij gaat het om de leeftijd van de langstlevende op het moment dat de eerste van beiden overlijdt. Sommige mensen denken ten onrechte dat de afwaardering betekent dat de vordering van de kinderen kleiner wordt. Dit is niet het geval. De kinderen hebben nog steeds het volledige bedrag tegoed. Het enige gevolg van de afwaardering is dat de erfbelasting over een lager bedrag wordt berekend.
Leeftijdstabel
| Leeftijd langstlevende op dag van overlijden | Afwaardering |
|---|---|
| tot 20 jaar | 96% |
| 20 tot 30 jaar | 90% |
| 30 tot 40 jaar | 84% |
| 40 tot 50 jaar | 78% |
| 50 tot 55 jaar | 72% |
| 55 tot 60 jaar | 66% |
| 60 tot 65 jaar | 60% |
| 65 tot 70 jaar | 48% |
| 70 tot 75 jaar | 42% |
| 75 tot 80 jaar | 30% |
| 80 tot 85 jaar | 24% |
| 85 tot 90 jaar | 18% |
| 90 jaar of ouder | 12% |
Het bedrag dat je er bij de kinderen afhaalt, tel je op bij de verkrijging van de langstlevende. Hierdoor kan het gebeuren dat de fiscale verkrijging van de langstlevende hoger is dan zijn of haar vrijstelling. Dit is vooral een risico bij een grote erfenis of in het geval dat een jonge langstlevende een riant nabestaandenpensioen erft. In dat geval kan een groot deel van de vrijstelling vervallen door de verlaging met de waarde van het nabestaandenpensioen. Hierna volgt een rekenvoorbeeld voor het geval dat een ouder echtpaar met één kind een vermogen nalaat van € 1.000.000.
Erfbelasting bij vermogen van € 1.000.000 (eerste overlijden)
Kees en Francien zijn beiden 82 jaar en hebben geen testament. Ze zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en hebben één kind. Hun koopwoning heeft een WOZ-waarde van € 800.000 en is vrij van hypotheek. Verder hebben ze nog een spaarrekening met een saldo van € 200.000. Het totale vermogen is dus € 1.000.000.
Kees overlijdt als eerste in 2025. Zijn erfenis bedraagt de helft van de gemeenschap van goederen, dus € 500.000. Er zijn twee erfgenamen (de langstlevende en het kind) die ieder recht hebben op een erfdeel van € 250.000. De volledige erfenis wordt toegedeeld aan Francien als langstlevende. Zij wordt dus de enige eigenaar van de woning en de spaarrekening. In ruil hiervoor erft het kind een vordering van € 250.000. Deze wordt voor de berekening van de erfbelasting afgewaardeerd met 24% (zie bovenstaande leeftijdstabel). Dit betekent het volgende voor de erfdelen:
| Verkrijger | Werkelijke erfdeel | Fiscale waarde |
|---|---|---|
| langstlevende | € 250.000 | € 310.000 |
| kind | € 250.000 | € 190.000 |
| totaal | € 500.000 | € 500.000 |
Vervolgens verlaag je de fiscale waarde met de betreffende vrijstelling:
| Verkrijger | Fiscale waarde | Vrijstelling | Belast bedrag |
|---|---|---|---|
| langstlevende | € 310.000 | € 804.698 * | € 0 |
| kind | € 190.000 | € 25.490 | € 164.510 |
* bij de vrijstelling voor de langstlevende ga ik er van uit dat zij geen nabestaandenpensioen erft
De erfbelasting over de vordering van het kind wordt dus berekend over een bedrag van € 164.510. Hiervan valt € 154.197 in de eerste schijf van 10% en € 10.313 in de tweede schijf van 20%. De totale erfbelasting bedraagt € 17.482. Van de langstlevende wordt verwacht dat zij dit bedrag voorschiet. Daarna resteert nog een vordering van € 232.518 (€ 250.000 minus de voorgeschoten erfbelasting van € 17.482).
Gezien het banksaldo van Kees en Francien is de betaling van de erfbelasting bij het eerste overlijden geen probleem.
Erfbelasting bij vermogen van € 1.000.000 (tweede overlijden)
Stel dat Francien kort daarna overlijdt. Haar vermogen bestaat uit het huis van € 800.000 en spaarsaldo van € 182.518 (dit is verlaagd door de betaling van de erfbelasting). Hier staat nog een schuld aan het kind tegenover van € 232.518. Per saldo bedraagt het vermogen van Francien nog € 750.000. Het enig kind erft als enig erfgenaam dus € 750.000. Hiervan is € 25.490 vrijgesteld en € 724.510 belast. Van het belaste bedrag valt € 154.197 in de 10% schijf en de resterende € 570.313 in de 20% schijf. De totale erfbelasting over de tweede erfenis is € 129.482.
De totale erfbelasting over beide erfenissen samen is € 146.964. Ten opzichte van het totale vermogen van € 1.000.000 is de erfbelasting dus 14,7% (naar boven afgerond).
Erfbelasting alleenstaand (kinderen en kleinkinderen)
Heeft iemand geen partner en zijn de kinderen of kleinkinderen erfgenaam? Bijvoorbeeld omdat er sprake is van een echtscheiding? Dan is het van belang om te weten dat kinderen en kleinkinderen dezelfde vrijstelling hebben maar verschillende tarieven. In 2025 is de vrijstelling voor een kind of kleinkind € 25.490. Dit bedrag geldt per kind of kleinkind. Laat je bijvoorbeeld vier kinderen achter? Dan is er in totaal meer dan € 100.000 vrijgesteld van erfbelasting.
John is gescheiden en overlijdt zonder een partner achter te laten. Hij heeft geen testament en de erfenis is € 100.000 waard. John had twee zonen, Patrick en Richard. Enkele jaren geleden is Richard overleden. Hij had één zoon, Martin, die de plaats van zijn overleden vader Richard vervult als erfgenaam. Dit betekent dat John twee erfgenamen heeft. De ene helft gaat naar zijn zoon Patrick en de andere helft gaat naar zijn kleinzoon Martin. Bruto erven beide erfgenamen evenveel. Netto erft kleinzoon Martin iets minder, omdat hij een hoger percentage erfbelasting betaalt.
| Patrick (zoon) | Martin (kleinzoon) | |
|---|---|---|
| bruto erfdeel | € 50.000 | € 50.000 |
| vrijstelling | € -25.490 | € -25.490 |
| belast bedrag | € 24.510 | € -24.510 |
| erfbelasting | € 2.451 (10%) | € 4.411 (18%) |
| netto erfdeel | € 47.549 | € 45.589 |
Erfbelasting neven en nichten
Laat iemand geen partner of kinderen achter? Andere erfgenamen zoals broers, zusters, neven en nichten betalen meer erfbelasting. Dit komt doordat de vrijstelling lager is en de tarieven hoger zijn.
Erik is de enige erfgenaam van zijn tante. Zij laat een appartement na met een marktwaarde van € 500.000 en een WOZ-waarde van € 425.000. Er rust nog een hypotheek op van € 175.000. Erik heeft als neef in 2025 recht op een vrijstelling van € 2.690. Daarboven gelden twee tariefschijven. Over de eerste schijf van € 154.197 betaalt een neef of nicht 30% erfbelasting. Over het meerdere geldt de tweede schijf van 40%.
| WOZ waarde woning | € 425.000 |
| Hypotheekschuld | € -175.000 |
| Fiscale waarde erfenis | € 250.000 |
| Vrijgesteld | € -2.690 |
| Belast bedrag | € 247.310 |
| € 154.197 x 30% erfbelasting | € 46.259 |
| € 93.113 x 40% erfbelasting | € 37.245 |
| Totale erfbelasting | € 83.504 |
| Verkoopprijs woning | € 500.000 |
| Aflossing hypotheek | € -175.000 |
| Betaling erfbelasting | € -83.504 |
| Netto erfenis | € 241.496 |
Het hoogste tarief in de erfbelasting is 40%. Dit lijkt veel, maar vroeger was dit nog hoger. Onder de oude Successiewet (die tot het jaar 2010 gold) was de hoogste schijf maar liefst 68%!
