Een erfstelling voor 1/100, dit is hoe het werkt

Een erfstelling voor 1/100e kun je tegenkomen in meerdere soorten testamenten. In dit blog leg ik uit welke redenen er zijn om hier voor te kiezen. Ook leg ik uit hoe je de erfdelen in dit geval moet berekenen en waarom een alternatieve erfstelling gunstig kan zijn voor de erfbelasting.

Drie soorten langstlevende testamenten

Een erfstelling voor 1/100e is een vrij gebruikelijke clausule in een langstlevende testament. Het houdt in dat de langstlevende voor 1% erfgenaam is en de kinderen voor de resterende 99% erfgenaam zijn. Deze clausule is mogelijk bij de volgende soorten testamenten:

  1. Een langstlevende testament dat vóór 1 januari 2003 is gemaakt door een echtpaar met kinderen. Een dergelijk testament gaat nog uit van de zogenoemde “ouderlijke boedelverdeling”. Je herkent dit testament meestal door een verwijzing in de tekst naar het wetsartikel 1167.
  2. Een langstlevende testament dat gemaakt is na 1 januari 2003 door een echtpaar of geregistreerde partners met kinderen. In dat geval gaat het testament uit van de “wettelijke verdeling”. Dit is de nieuwe regeling die ingevoerd werd op 1 januari 2003. Je herkent dit testament vaak door een verwijzing in de tekst naar wetsartikel 4:13.
  3. De derde optie is de zogenoemde “quasi wettelijke verdeling”.  Ook bij deze variant kan gewerkt worden met een erfstelling voor 1/100 deel. Je herkent dit testament vaak aan het woord “quasi”. Dit testament kan behalve door echtparen en geregistreerde partners ook door samenwoners worden gemaakt.

Het gevolg van een erfstelling voor 1/100e

Bij de drie hiervoor genoemde langstlevende testamenten is het uitgangspunt dat de volledige erfenis wordt toegedeeld aan de langstlevende partner. In ruil hiervoor erven de kinderen een geldvordering op de langstlevende.

Neem bijvoorbeeld het geval dat een echtpaar gehuwd is in gemeenschap van goederen. Stel dat het totale vermogen € 120.000 bedraagt en dat er twee kinderen zijn. Als één van beide ouders overlijdt, is de erfenis de helft van de gemeenschap van goederen, ofwel € 60.000. Bij een standaard testament zijn de langstlevende en de beide kinderen ieder erfgenaam voor één/derde. De langstlevende en de beide kinderen hebben ieder dus een erfdeel van € 20.000. De volledige erfenis (€ 60.000) wordt op grond van het testament toegedeeld aan de langstlevende. In ruil hiervoor erven beide kinderen ieder een geldvordering van € 20.000 per persoon. In beginsel is deze vordering pas opeisbaar na het overlijden van de langstlevende.

Stel nu dat het testament een andere erfstelling bevat waarbij de langstlevende voor 1% erfgenaam is en de kinderen voor 99% erfgenaam zijn. De langstlevende krijgt nog steeds de volledige erfenis toegedeeld. Voor hem of haar verandert er dus niks. Maar de kinderen erven nu een grotere vordering. In plaats van ieder 1/3e hebben ze nu ieder recht op 49,5% (de helft van 99%). Uitgaande van een erfenis van € 60.000 is dat € 29.700 per persoon, dus samen € 59.400.

Waarom zou je kiezen voor zo’n alternatieve erfstelling?

Een erfstelling voor 1/100e heeft dus tot gevolg dat de kinderen een grotere vordering erven. Je kunt twee verschillende redenen hebben om daar voor te kiezen:

  • Als er kinderen zijn uit eerdere relaties, dan zorgen de standaard erfdelen voor een ongewenste verdeling van de erfenis. Stel dat een echtpaar samen geen kinderen heeft maar dat iedere echtgenoot één kind heeft uit een eerdere relatie. Overlijden beide echtgenoten kort na elkaar? Dan erft bij een gemeenschap van goederen van € 120.000 het ene kind € 30.000 en het andere kind € 90.000. Dit kun je voorkomen door het kind van de eerst overleden ouder een grotere vordering toe te kennen. Wil je hier meer over weten? Dan kun je deze video bekijken.
  • Ook als er geen kinderen zijn uit eerdere relaties kan een andere erfstelling gunstig uitpakken. Een grotere vordering voor de kinderen bespaart namelijk erfbelasting. Het is een van de simpelste trucs om de totale erfbelasting over beide erfenissen te verlagen. Hierna leg ik uit hoe dat werkt.

Erfbelasting besparen met een erfstelling voor 1/100e

Het bijzondere van de Nederlandse erfbelasting is dat deze afzonderlijk berekend wordt per “verkrijger”. Dit heeft tot gevolg dat de verdeling van de erfenis in het testament invloed heeft op de hoogte van de erfbelasting. Zo kun je bijvoorbeeld erfbelasting besparen door een paar extra erfgenamen op te nemen in je testament. Een bekend voorbeeld hiervan is een legaat voor de kleinkinderen. Op die manier is een groter deel van je erfenis vrijgesteld van erfbelasting.

Kies je voor een erfstelling waarbij de langstlevende voor 1% erfgenaam is en de kinderen voor de resterende 99%? Dan erven de kinderen bij het overlijden van de eerste ouder een grotere vordering. Dit betekent dat er bij het eerste overlijden iets meer erfbelasting moet worden betaald. Maar hier staat tegenover dat bij het tweede overlijden de erfbelasting lager is. Dit komt doordat het vermogen van de langstlevende kleiner is omdat hij of zij een grotere schuld heeft aan de kinderen. Dit is voordelig voor de totale erfbelasting omdat de heffing bij het eerste overlijden lager is dan bij het tweede overlijden. Er wordt dus een groter deel van het vermogen belast tegen een lager tarief.

Er is echter ook een nadeel. Een groter gedeelte van de totale erfbelasting moet op een eerder moment worden betaald, namelijk bij het overlijden van de eerste ouder. Deze variant testament is daarom alleen aan te raden voor gezinnen met voldoende “liquiditeit”. Zit het vermogen bijvoorbeeld vast in het huis en heb je weinig spaargeld of een laag inkomen? Dan is het belangrijk om rekening te houden met dit nadeel.

Ongeacht je situatie is het verstandig om bij een bijzonder langstlevende testament altijd te laten berekenen wat de gevolgen zijn voor de erfbelasting. Om in te kunnen schatten of een wijziging van je testament gunstig is heb je altijd vier afzonderlijke berekeningen nodig:

  1. De erfbelasting bij het eerste overlijden zonder testament of met je huidige testament.
  2. De erfbelasting bij het tweede overlijden zonder testament of met je huidige testament.
  3. De erfbelasting bij het eerste overlijden met een nieuw, ander testament.
  4. De erfbelasting bij het tweede overlijden met een nieuw, ander testament.

Voorbeeld gezin

Hierna volgt een voorbeeld voor alle vier berekeningen in het volgende scenario. We gaan uit van een echtpaar met twee kinderen. Beide echtgenoten zijn 68 jaar oud. De gemeenschap van goederen bestaat uit een woning met een overwaarde van € 400.000 en spaartegoeden van € 50.000. Het totale vermogen is dus € 450.000. Als één van beiden overlijdt is de erfenis de helft van dit bedrag, ofwel € 225.000. Bij een standaard testament hebben de drie erfgenamen ieder recht op één/derde, dus € 75.000. De volledige erfenis wordt toegedeeld aan de langstlevende. In ruil hiervoor houdt hij of zij een schuld aan de kinderen van € 150.000 (twee keer € 75.000).

erfstelling 1 100

Het vermogen van de langstlevende bedraagt dus € 300.000 (€ 450.000 bezittingen minus € 150.000 schulden). Op het moment dat de langstlevende overlijdt erven de beide kinderen ieder € 150.000 (€ 300.000 gedeeld door twee).

Wordt er gekozen voor een erfstelling van 1/100? Dan komt de volledige erfenis nog steeds toe aan de langstlevende maar verandert de berekening van de vorderingen. De beide kinderen erven nu ieder een vordering van € 111.375. Het vermogen van de langstlevende bedraagt € 227.250 (€ 450.000 minus een schuld van 222.750 aan de kinderen). Op het moment dat de langstlevende overlijdt erven de beide kinderen ieder € 113.625 (€ 227.250 gedeeld door twee).

quasi wettelijke verdeling 1-100

Hierna bereken ik wat hiervan de gevolgen zijn voor de erfbelasting.

1. Erfbelasting eerste overlijden zonder testament

Bij het eerste overlijden is van belang dat er een verschil is tussen de “civiele” en “fiscale” waarde van de erfdelen. De kinderen kunnen hun vordering van € 75.000 nog niet opeisen. Daarom wordt deze voor de erfbelasting lager gewaardeerd. De afwaardering is afhankelijk van de leeftijd van de langstlevende. Bij een leeftijd van 68 jaar is de afwaardering 48%. Voordat je de erfbelasting berekent, verlaag je de vordering dus met dit percentage. Het fiscale erfdeel van de langstlevende wordt met hetzelfde bedrag verhoogd. Veel mensen denken ten onrechte dat dit betekent dat de vordering zelf verlaagd wordt. Dat klopt niet. De civielrechtelijke vordering houdt zijn oorspronkelijke hoogte. Alleen voor de berekening van de erfbelasting ga je uit van een lager bedrag.

berekening bij eerste overlijdenbelasting partnerbelasting kind 1belasting kind 2
civiel erfdeel€ 75.000€ 75.000€ 75.000
correctie voor de erfbelasting€ +72.000€ -36.000€ -36.000
fiscale erfdeel€ 147.000€ 39.000€ 39.000
vrijstelling (2024)tussen € 205.420 en € 795.156€ 25.187€ 25.187
belast bedrag€ 0€ 13.813€ 13.813
erfbelasting 10% (in 2024 tot € 152.368)€ 0€ 1.381,30€ 1.381,30
erfbelasting 20% (in 2024 boven € 152.368)€ 0€ 0€ 0
totale erfbelasting bij eerste overlijden€ 2.762,60
2. Erfbelasting tweede overlijden zonder testament
berekening bij tweede overlijdenbelasting kind 1belasting kind 2
erfdeel (civiel en fiscaal is nu gelijk)€ 150.000€ 150.000
vrijstelling (2024)€ 25.187€ 25.187
belast bedrag€ 124.813€ 124.813
erfbelasting 10% (in 2024 tot € 152.368)€ 12.481,30€ 12.481,30
erfbelasting 20% (in 2024 boven € 152.368)€ 0€ 0
totale erfbelasting bij tweede overlijden€ 24.962,60
totale erfbelasting bij eerste en tweede overlijden samen€ 27.725,20
3. Erfbelasting eerste overlijden met 1/100e erfstelling
berekening bij eerste overlijdenbelasting partnerbelasting kind 1belasting kind 2
civiel erfdeel€ 2.250€ 111.375€ 111.375
correctie voor de erfbelasting€ +106.920€ -53.460€ -53.460
fiscale erfdeel€ 109.170€ 57.915€ 57.915
vrijstelling (2024)tussen € 205.420 en € 795.156€ 25.187€ 25.187
belast bedrag€ 0€ 32.728€ 32.728
erfbelasting 10% (in 2024 tot € 152.368)€ 0€ 3.272,80€ 3.272,80
erfbelasting 20% (in 2024 boven € 152.368)€ 0€ 0€ 0
totale erfbelasting bij eerste overlijden € 6.545,60
4. Erfbelasting tweede overlijden met 1/100e erfstelling
berekening bij tweede overlijdenbelasting kind 1belasting kind 2
erfdeel (civiel en fiscaal is nu gelijk)€ 113.625€ 113.625
vrijstelling (2024)€ 25.187€ 25.187
belast bedrag€ 88.438€ 88.438
erfbelasting 10% (in 2024 tot € 152.368)€ 8.843,80€ 8.843,80
erfbelasting 20% (in 2024 boven € 152.368)€ 0€ 0
totale erfbelasting bij tweede overlijden€ 17.687,60
totale erfbelasting bij eerste en tweede overlijden samen € 24.233,20

In het bovenstaande voorbeeld is de erfbelasting over beide erfenissen bij een alternatieve erfstelling van 1/100e een paarduizend euro lager dan bij een standaard testament. Bij een doorsnee vermogen is dit een gemakkelijke manier om de erfbelasting omlaag te krijgen. Maar dit is niet het enige voordeel. Veel echtparen zetten in hun testament dat de vordering van de kinderen opeisbaar is zodra de langstlevende naar een verpleeghuis gaat. Bij een hogere vordering kan er uiteraard meer geld worden uitgekeerd. Vandaar dat een erfstelling voor 1/100e ook gunstig is als je wilt besparen op de eigen bijdrage voor het verpleeghuis.

Meer uitleg over de afwaardering van de vordering

Wil je meer weten over de fiscale waardering van de vordering bij het eerste overlijden? Dan kun je bijvoorbeeld dit blog lezen. Je vindt daar ook de leeftijdstabel met de percentages.

Bij de vordering van de kinderen is van belang dat het mogelijk is om deze te verhogen met een rente. De rente wordt niet betaald maar bijgeteld op de vordering. De rente is dus pas opeisbaar als de langstlevende overlijdt.

Op grond van de wet wordt er een rente bijgeteld voor zover de wettelijke rente hoger is dan 6%. De wettelijke rente is op dit moment 7%. Dit betekent dat er 1% per jaar wordt bijgeteld. De hierboven omschreven afwaardering geldt ongeacht de hoogte van de wettelijke rente. Zolang alleen het meerdere boven 6% wordt bijgeteld, mag je de vordering afwaarderen volgens de standaard leeftijdstabel.

Bevat het testament een renteclausule met een ander percentage? Of spreken de erfgenamen onderling een ander rentepercentage af? Dan heeft dit gevolgen voor de waardering van de vordering bij het eerste overlijden. Voor meer informatie hierover kun je bijvoorbeeld dit blog lezen.

De “fiscale verkrijging” van de langstlevende wordt verhoogd met hetzelfde bedrag waarmee je de vorderingen van de kinderen verlaagt. Bij een doorsnee erfenis is deze verhoging onbelast omdat de verkrijging van de langstlevende kleiner is dan zijn of haar vrijstelling. Veel mensen weten niet dat de vrijstelling van de langstlevende verschilt per geval! De maximale vrijstelling wordt namelijk verlaagd met een deel van de waarde van het nabestaandenpensioen dat de langstlevende erft. Hier leg ik uit hoe je de hoogte van de vrijstelling berekent.

Meer lezen?

2 gedachten over “Een erfstelling voor 1/100, dit is hoe het werkt”

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven