In 2024 zijn er maar liefst 353.000 testamenten gemaakt bij de notaris. Het is nog altijd de meest gemaakte notariële akte. In Nederland moet je voor het maken van een testament verplicht naar de notaris. Als gevolg hiervan gaat er weinig mis met testamenten. Zo komt het vrijwel niet voor dat een testament zoek raakt. Ook zijn discussies over de uitleg van een testament gelukkig zeldzaam. In dit blog ontdek je 5 fouten die je liever niet wilt maken bij het opstellen van een testament.
1. Geen reserve erfgenaam benoemd
Het belangrijkste onderdeel van je testament is uiteraard de benoeming van je erfgenamen. Toch is dat niet het eerste waar ik naar vraag bij een gesprek over een testament. Liever wil ik weten wat de aanleiding is om een testament te maken. Is er bijvoorbeeld wat veranderd in de persoonlijke situatie? Ook wil ik graag weten hoe de erfenis nu is geregeld. Hoe ziet de familiestamboom er uit en heeft de cliënt op dit moment al een testament?
Het is belangrijk dat de testateur een correct beeld heeft van zijn huidige erfrechtelijke situatie. Zonder deze basis kun je geen goede beslissingen nemen. Vervolgens is het een goed gebruik om de mogelijke toekomstige wijzigingen te bespreken. Stel dat je bijvoorbeeld alleenstaand bent en dat je goede doelen tot erfgenaam wilt benoemen. Moet deze erfstelling dan vervallen als je bijvoorbeeld over tien jaar een huwelijk aangaat?
Nog iets anders wat ik altijd bespreek is de benoeming van een tweede erfgenaam voor het geval dat de eerste erfgenaam overlijdt of verwerpt. Stel bijvoorbeeld dat je geen kinderen hebt en dat je je partner tot enige erfgenaam wilt benoemen. Wie wil je dan tot reserve erfgenamen benoemen indien jij tegelijk met of na je partner overlijdt? Zonder een reserve erfstelling val je terug op het wettelijke erfrecht. In dat geval zijn je ouders, broers en zusters erfgenaam. Ook eventuele halfbroers of halfzusters erven mee. Vaak blijkt dat iemand dit helemaal niet wil. Misschien wil je één van beide ouders wel onterven. Bijvoorbeeld omdat je ouders gescheiden zijn en het contact met één van beiden is verbroken.
Niet nadenken over toekomstige wijzigingen is één van de grootste fouten bij het opstellen van een testament.
2. Geen (reserve) executeur benoemd
In de meeste testamenten worden meerdere erfgenamen benoemd. Je kunt bijvoorbeeld je kinderen tot erfgenamen benoemen of je neven en nichten of meerdere goede doelen. Iedere erfgenaam heeft een gelijke stem in de erfenis. Ze hebben elkaar dus nodig om beslissingen te nemen. Denk bijvoorbeeld aan het verkopen van het huis of het regelen van de bankzaken.
Veel mensen verlenen bij leven een bankvolmacht waarmee hun vertrouwenspersoon bijvoorbeeld betalingen kan doen. Je kunt ook een uitgebreide volmacht bij de notaris vastleggen in een zogenoemd “levenstestament”. Daarmee kan de gevolmachtigde bijvoorbeeld je verhuizing naar een verpleeghuis regelen. Het is belangrijk om je te realiseren dat dit soort volmachten eindigen door je overlijden.
Om bovenstaande redenen is het verstandig om in je testament een executeur te benoemen. De executeur wikkelt je erfenis af en voert het testament uit. Je kunt bijvoorbeeld één van de kinderen tot executeur benoemen. Of je kunt een broer of zus tot executeur benoemen als de erfenis naar neven en nichten gaat. Je staat er liever niet bij stil, maar de beoogde executeur kan eerder overlijden dan jij. Voor die situatie is het verstandig om een reserve executeur aan te wijzen.
Het is bijvoorbeeld een optie om de notaris tot executeur of reserve-executeur te benoemen. In beginsel mag de notaris niet begunstigd worden in je testament. De benoeming tot executeur is een uitzondering op deze regel. De notaris die je testament maakt mag daarin dus tot executeur worden benoemd. Je kunt de notaris bijvoorbeeld direct tot executeur benoemen als je erfenis naar goede doelen gaat. Of je kunt de notaris tot reserve executeur benoemen als je broer of zus tot eerste executeur is benoemd.
Zonder executeursbenoeming moeten de erfgenamen zelf een vertegenwoordiger aanwijzen door middel van een “boedelvolmacht”. Het gebeurt regelmatig dat dit niet lukt omdat de erfgenamen het niet eens zijn over wie de gevolmachtigde moet worden. Dit kun je eenvoudig voorkomen door een executeur te benoemen in je testament.
3. Erfenis van de overleden partner vergeten
De notaris kan in de Basisregistratie Personen zien of iemand getrouwd is geweest of een geregistreerd partnerschap heeft gehad. Ook is zichtbaar of het huwelijk of partnerschap is ontbonden door het overlijden. Het is voor de notaris niet zichtbaar hoe het zit met de erfenis van een overleden partner. Ook kan de notaris niet zien of je erfgenaam bent geweest van iemand met wie je ongehuwd samenwoonde. Die persoon staat namelijk niet op het uittreksel van de Basisregistratie Personen.
Het gebeurt wel eens dat iemand vergeet te vertellen aan de notaris dat hij nog erfrechtelijke verplichtingen heeft aan anderen. Denk bijvoorbeeld aan het geval dat je nog een erfrechtelijke schuld hebt aan een kind van je overleden partner. Deze schuld geef je niet op in de aangifte inkomstenbelasting. Dit wordt “defiscalisatie” genoemd. Maar de onzichtbare schuld bestaat wel degelijk en moet na jouw overlijden worden afgelost. Dit kan gevolgen hebben voor jouw testament. Op papier lijk je namelijk rijker dan je in werkelijkheid bent.
Hetzelfde kan gebeuren als je bijvoorbeeld het vruchtgebruik hebt van de erfenis van je overleden partner. Dit vruchtgebruik eindigt door jouw overlijden en iemand anders is op dit moment al (mede-)eigenaar van het koophuis. Dit beperkt je bij het opstellen van een testament.
Nog een andere optie is dat je begunstigde bent van een zogenoemd “tweetrapstestament”. Dit houdt in dat het restant van een erfenis die jij hebt ontvangen opeens van iemand anders is na jouw overlijden. Je kunt dit vermogen in beginsel niet nalaten aan je eigen erfgenamen. De persoon die het aan jou heeft vermaakt heeft namelijk zelf al een opvolgende erfgenaam benoemd.
4. Geen instructies over roerende zaken
In de meeste testamenten staat niets over roerende zaken. Dit komt volgens mij omdat veel notarissen er geen vragen over stellen. Heb je bijvoorbeeld waardevolle kunst, dure sieraden of een bijzondere verzameling? Dan is het verstandig om dit te melden in het eerste gesprek met de notaris. Gelukkig redden de meeste erfgenamen zich ook wel zonder instructies over de inboedel. Maar in sommige gevallen is het verstandig om je wensen hierover vast te leggen in je testament.
Wil je bijvoorbeeld goede doelen tot erfgenaam benoemen? Dan kun je in je testament zetten dat persoonlijke bezittingen naar je vrienden en familie gaan. Eventueel kun je nog toevoegen dat de notaris als executeur er voor moet zorgen dat de rest van de inboedel naar de kringloop gaat.
Heb je meerdere kinderen en verwacht je dat ze ruzie krijgen over de verdeling van de spullen? Dan kun je eventueel een codicil maken als aanvulling op je testament. Hierin kun je zelf bepalen wie wat krijgt. En je kunt het gratis aanpassen zonder een nieuw bezoek aan de notaris.
Uiteraard kun je de verdeling van je inboedel ook vastleggen in je notariële testament. Zo kan ik mij een oude dame herinneren die ieder jaar naar kantoor kwam om een nieuwe verdeling vast te leggen van haar kunstverzameling. Niet de goedkoopste optie, maar de zekerheid van een notariële akte was voor haar belangrijker. Een codicil kan namelijk zoekraken.
5. De hypotheek die opeisbaar wordt
Eén van de meest gemaakte fouten bij het opstellen van een testament is dat iemand niet weet dat schulden opeisbaar worden door het overlijden.
Denk bijvoorbeeld aan het geval dat jij eigenaar bent van een huis dat je wilt nalaten aan je partner. Na jouw overlijden moet de resterende hypotheek worden terugbetaald aan de bank. Dit kan door het huis te verkopen of door een nieuwe hypotheek af te sluiten. Dit laatste is alleen een optie als je partner voldoende inkomen heeft om een nieuwe lening aan te gaan. Is dat niet het geval? Dan heeft je testament niet de gewenste uitkomst. Je partner moet het huis verkopen om de hypotheek af te kunnen lossen.
Gelukkig kun je bovenstaand probleem vaak oplossen door een overlijdensrisicoverzekering af te sluiten. Heb je bijvoorbeeld een annuïtaire hypotheek van € 250.000 met een resterende looptijd van 20 jaar? Dan kun je een annuïtair dalende polis afsluiten voor hetzelfde bedrag en met dezelfde looptijd. Op die manier is precies het juiste bedrag verzekerd en betaal je geen cent teveel premie.
Als je wilt dat iemand je huis kan overnemen na je overlijden, is het belangrijk om de erfbelasting te laten berekenen door de notaris. De erfbelasting loopt op tot maximaal 40% voor personen buiten je gezin!
